Drie families op één afgelegen eiland: het zijn de ingrediënten voor heel wat bizarre en ietwat mysterieuze gebeurtenissen.

Floreana is één van de eilanden van de Galapagos-archipel. De archipel is vooral bekend door de vele exotische diersoorten, en is tegenwoordig een belangrijke toeristische bestemming. De meest beroemde bezoeker was Charles Darwin in 1832, die mede door dat bezoek vele jaren later – in 1859 – zijn beroemde evolutietheorie liet publiceren. Floreana is met ongeveer 170 vierkante kilometer maar weinig groter dan Texel (ongeveer 150 vierkante kilometer), maar Floreana is veel bergachtiger en heeft vrijwel geen paden, waardoor het veel ontoegankelijker is. We beschouwen het eiland rond 1930, toen het eiland nog geen telegraafverbinding met de buitenwereld had; de eilandbewoners hadden dus alleen contact met die buitenwereld via langskomende schepen. Het eiland had destijds nog – net als de meeste andere eilanden van de archipel – veel wilde ezels, runderen, zwijnen en geiten die in voorgaande eeuwen waren achtergelaten als voer voor langskomende scheepsbemanningen; tegenwoordig zijn de meeste van die uitheemse grote dieren op de archipel uitgeroeid, om de oorspronkelijk dieren en planten een betere kans te geven.

De Galapagos-archipel. De pijl wijst Floreana aan. Afbeelding: NASA.

De Galapagos-archipel. De pijl wijst Floreana aan. Afbeelding: NASA.

Het begin van de affaire
In 1926 kwamen een aantal kolonisten uit Noorwegen aan op Floreana, maar die vertrokken al snel naar het grotere buureiland Santa Cruz; nabij de Postbus Baai op Floreana zijn nog steeds enkele metalen restanten van hun kortstondige verblijf te zien. In 1929 begint een bizarre menselijke geschiedenis van dit eiland, die wel de Galápagos-affaire of ‘Floreana Affaire’ wordt genoemd. Een affaire waarin drie families een hoofdrol spelen.

Friedrich Ritter en Dore Strauch
In 1929 vestigde zich een excentriek Duits stel op het onbewoonde Floreana: dokter en filosoof Friedrich Ritter (1886-1934) en vriendin Dore Strauch (1901-c.1943). (De man moet niet verward worden met een andere Duitser Friedrich Ritter (1898-1989), een geoloog en botanicus die rond 1930 verbleef in Zuid-Amerika). Beide lieten echtgenoten in Duitsland achter; vandaar dat Dore ook vaak met de achternaam van haar echtgenoot, Koerwin, werd genoemd. Voor hun vertrek hadden Ritter en Dore al hun tanden laten trekken, opdat ze voortaan vegetarisch zouden blijven. Ze deelden samen één kunstgebit(!). Ze wilden leven in het ‘paradijs’ van Floreana, waar ze hun boerderij ‘Friedo’ doopten. Dore kon door een bepaalde afwijking – mogelijk multiple sclerose – slecht lopen, en verwijderde zich dan ook meestal niet ver van Friedo. Volgens sommige – waarschijnlijk onnauwkeurige – krantenberichten liepen ze zo veel mogelijk naakt rond en trokken ze pas kleren aan als ze bezoek kregen. Een Amerikaanse cameraploeg heeft in 1933 een documentaire gemaakt van deze ‘Adam en Eva’, te vinden op YouTube.

Dore Strauch en Friedrich Ritter

Dore Strauch en Friedrich Ritter

Margret en Heinz Wittmer
In augustus 1932 landden drie nieuwe Duitse kolonisten op het eiland: de zwangere Margret Wittmer, geboren Walbroel (1904-2000) met haar echtgenoot Heinz Wittmer (1891-1963) en haar stiefzoon Harry Wittmer (1919-1951). Ze moesten slapen in de ‘Piratengrot’ – nu een toeristische attractie – terwijl ze hun huis opbouwden. De twee families begonnen enige ruilhandel. Ironisch genoeg, gaf de vegetarische Ritter vaak groente in ruil voor vlees – om te voeren aan zijn kippen. Ritter gaf urgente hulp op 1 januari 1933, toen Margret een moeilijke bevalling doormaakte; haar zoon Rolf (1933-2012) werd die dag geboren.

De familie Wittmer

De familie Wittmer

De barones en haar minnaars
Enkele maanden eerder, in oktober 1932, waren drie nieuwe Duitstalige kolonisten op Floreana aangekomen: een barones en haar twee minnaars. De vrouw zou Eloise Wagner de Bousquet heten, maar misschien ook Elvira Wehrborn de Wagner-Bosquet; of ze echt van adel was, weten we niet. De twee minnaars heetten Rudolf Lorenz en Robert ‘Bubi’ Philippson. Bij aankomst zullen de mannen ongeveer 27 jaar oud zijn geweest en de barones ongeveer 40. Ze kwamen aan met nog een derde man die alleen Spaans sprak, maar die vertrok binnen enkele maanden. De nieuwkomers vestigden zich nabij de Wittmers en bouwden ‘Hacienda Paradiso’, een hut van golfplaten met twee kamers. Ze wilden een miljonairs-hotel bouwen, waarvoor bouwmaterialen werden besteld.

Eind 1932- begin 1934: een moeizame samenleving van drie families
De barones was geen gemakkelijke dame. Ze stal post en geschenken die bestemd waren voor de Wittmers of Friedo. Volgens sommige verslagen had de barones plezier in het verwonden van dieren, om ze vervolgens met liefde te behandelen. De ‘minst erge’ van het huishouden van de barones schijnt Lorenz geweest te zijn, die al in een vroeg stadium aan de anderen vertelde dat hij al zijn geld in de onderneming van zijn geliefde barones had gestoken, waardoor hij nu niet meer over eigen geld beschikte, en geheel afhankelijk van haar geworden was.
Op een dag zag Heinz Wittmer een ezel in zijn tuin staan, en schoot het dier onmiddellijk dood. Hij hoorde later van Lorenz dat het de huisezel van Friedo – het vervoermiddel van Dore – was geweest; de barones had het dier opzettelijk naar huize Wittmer geleid – of laten leiden door Philippson – in de hoop dat Heinz het dier zou schieten!
Een regelmatige bezoeker van Floreana was de Amerikaanse multimiljonair en filantroop George Allan Hancock (1875-1965) met zijn grote boot Velero III. Behalve zijn eigen personeelsleden had Hancock ook vaak journalisten en wetenschappers aan boord. Alle eilandbezoekers verbaasden zich over de samenleving met de ‘gewone’ familie Wittmer, en de excentrieke families op ‘Friedo’ en ‘Hacienda Paradiso’. Op een dag schreef een krant zelfs dat de ‘heerseres’ (barones) van het eiland de ‘opstandeling’ Ritter in de boeien had laten slaan! Dat was niet waar, maar de sfeer op het eiland was wel grimmig. De nauwkeurige Deense journalist Hakon Mielche beschreef de twee minnaars van de barones: Philippson leek op een ‘Sonny-boy’ of gigolo uit een goedkope Berlijnse nachtclub, en de kok Lorenz leek te lijden aan tuberculose, met één been in het graf! Ook andere eilandbezoekers hebben zich verbaasd over de ongezondheid van Lorenz, die nog geen 30 jaar oud was.
Tussen Ritter en Dore lijkt enige verwijdering te zijn geweest – althans, verslagen van de Wittmers en van eilandbezoekers wijzen daar op. Dore was waarschijnlijk in Duitsland verliefd geworden op de mooie, Nietzsche-achtige filosoof, maar op het eiland was Ritter vaak een onverschillige minnaar, die haar soms in het openbaar vernederde. Binnen het huishouden van de barones ging het ook niet goed. De barones gaf de voorkeur aan Philippson boven Lorenz, waardoor laatstgenoemde het steeds zwaarder te verduren kreeg.

De 'barones' samen met Robert Philippson

De ‘barones’ samen met Robert Philippson

Eerste drama, eind maart 1934: verdwijning van de barones en minnaar Philippson
Begin maart 1934 verleenden de Wittmers onderdak aan Lorenz, die vermoedelijk leed aan tuberculose en waarschijnlijk was mishandeld. Lorenz ging werken voor de Wittmers en beloofde het eiland zo spoedig mogelijk te verlaten.
Volgens Margret Wittmer kwam de barones op 26 maart 1934 langs, op een moment dat Margret alleen thuis was met haar baby. De barones zou gezegd hebben dat zij en Philippson op het punt stonden aan boord te gaan van een boot met bestemming Tahiti; als Lorenz mee wilde, moest hij meteen komen. In de loop van de daaropvolgende dagen bleken de barones en Philippson te zijn verdwenen; ze zijn nooit meer opgedoken.
De verdwijningen zijn nooit opgelost, en er wordt nog steeds volop over gespeculeerd. In 1983 verscheen een degelijk ‘non-fictie’ boek over de zaak, getiteld ‘The Galapaos Affair‘, door de Britse auteur John Treherne, die zich niet alleen baseerde op de gedrukte bronnen, maar ook op interviews met nog levende getuigen, overleveringen van overleden getuigen en archieven van de autoriteiten van Ecuador. Treherne heeft zelfs geprobeerd door middel van havenregisters na te gaan of er eind maart 1934 een schip bij Floreana kan zijn geweest, dat de barones en Philippson kan hebben meegenomen. Treherne concludeert dat een dergelijk schip er waarschijnlijk niet geweest is. Ook de mogelijkheid dat de twee geliefden zouden zijn opgepikt door een schip dat vervolgens met man en muis verging, acht Treherne onwaarschijnlijk, omdat er rond die tijd geen schepen vermist raakten in de regio. Treherne vermoedt dan ook, dat de twee geliefden slachtoffers zijn geworden van moord of doodslag. Vervolgens moeten de lichamen zijn verdwenen – hoogst waarschijnlijk door toedoen van de dader(s) of door (een) medeplichtige(n). Maar Treherne geeft toe dat er nog een andere mogelijkheid is: de barones en Philippson zouden kunnen zijn verdronken in zee, als zelfmoord of door per ongeluk te ver in zee te gaan. De waarheid zullen we nooit weten.

Rudolph Lorenz

Rudolph Lorenz

Tweede drama, juli 1934: dood van Lorenz, een Noorse visser en een scheepsjongen
Omstreeks 1 april 1934 waren de overgebleven eilanders er van overtuigd dat de barones en Philippson verdwenen waren. Lorenz verkocht de spullen van ‘Hacienda Paradiso’ aan Rittmer en Heinz Wittmer, zodat Lorenz met de eerstvolgende boot kon vertrekken, richting Duitsland. Die boot kwam op of omstreeks 15 juli 1934; het was de vissersboot van Trygve Nuggerud, een lid van de Noorse gemeenschap op het grote buureiland Santa Cruz. Aan boord waren Nuggerud, een scheepsjongen en twee passagiers. Lorenz charterde de boot voor een reis naar Santa Cruz. De twee passagiers gingen van boord op Santa Cruz en verspreidden het nieuws van de verdwijningen. Lorenz zette Nuggerud onder druk om snel verder te varen naar het eiland San Cristóbal – misschien door veel geld te bieden. Volgens ooggetuigen zou Nuggerud eerst geweigerd hebben vanwege de toestand van de bootmotor. De vissersboot en de scheepsjongen zijn verdwenen; de reddingsboot en de lijken van Lorenz en Nuggerud werden maanden later gevonden op het eiland Marchena, dat niet op de route van Santa Cruz naar San Cristóbal ligt, maar waar een onbestuurbare boot wel naar zou kunnen afdrijven. Het tweetal was op het kurkdroge Marchena omgekomen door of honger of dorst.

“Lorenz stierf op het kurkdroge Marchena door of honger of dorst”

Derde drama, 21 november 1934: Ritter sterft, waarschijnlijk door voedselvergiftiging
Op 21 november 1934 was Margret Wittmer alleen thuis met haar baby. Tot haar verbazing zag ze Dore Strauch aan komen wandelen – of beter gezegd strompelen, want Dore liep slecht. Dore vertelde dat Ritter in levensgevaar was zijn na het eten van bedorven kippenvlees – tegen zijn vegetarische beginselen in. Margret liet haar baby alleen, schreef een briefje aan Heinz en Harry, nam een dunne rubberen slang die kon dienen als maagpomp, en ging naar Friedo. Toen ze daar aankwam, leefde Ritter nog, maar het was al te laat. Ritter werd de volgende dag door Heinz en Harry begraven.
De doodsoorzaak van Ritter is waarschijnlijk voedselvergiftiging geweest. Maar zelfs als we die doodsoorzaak voor waar nemen, rijzen er vele vragen, waarop alleen Dore het antwoord heeft geweten. In haar autobiografie – waarover meer in de volgende alinea – rept Dore met geen woord over verwijdering tussen haar en Ritter, maar volgens de Wittmers en eilandbezoekers was die verwijdering er wel degelijk. Heeft ze Ritter – al dan niet opzettelijk – vergiftigd of is Ritter zelf onvoorzichtig geweest? Hoe lang heeft ze gewacht met het organiseren van de reddingspoging? Heeft ze misschien opzettelijk te lang gewacht?

December 1934: Dore Strauch vertrekt naar Duitsland, sterft daar in 1942 of 1943
In begin december 1934 kwam Hancock weer langs met de Velero III. Dore ging aan boord, voor het begin van haar terugreis naar Duitsland; Hancock wilde haar pas vervoeren, nadat zij en Heinz Wittmer een gezamenlijke verklaring hadden ondertekend, waarin stond dat ze geen verklaring hadden voor de verdwijning van de barones en Philippson. Dore vestigde zich in Berlijn. Haar Engelstalige autobiografie met de pakkende titel ‘Satan Came to Eden‘ werd gedrukt in 1935 in Groot-Brittannië en in 1936 in de Verenigde Staten; hoogst waarschijnlijk is een groot deel van de tekst afkomstig van ghostwriters. De twee edities spreken elkaar tegen over cruciale zaken als de dood van Ritter en de verdwijning van de barones en Philippson. Dore zocht ook uitgevers voor de vele handgeschreven filosofische verhalen van haar dode minnaar, maar geen enkele uitgever had interesse. Verder weten we weinig over het verdere leven van Dore in Duitsland, waar ze hooguit 42 jaar oud lijkt te zijn geworden; volgens sommige – allemaal secundaire – bronnen overleed ze in 1942, maar volgens andere in 1943. Volgens sommige bronnen stierf ze door een bombardement, maar volgens andere bronnen werd ze door het Naziregime ‘opgeruimd’ als een gehandicapte en dus nutteloze burgeres.

“Uiteindelijk bleef alleen de familie Wittmer op het eiland achter”

1934-heden: de familie Wittmer
Nadat Dore in december 1934 het eiland had verlaten, bleef alleen de familie Wittmer over – als een ‘echte’ familie Robinson! Enkele maanden later vertrok Margret met haar zoontje Rolf naar Duitsland – waar Hitler twee jaar eerder aan de macht was gekomen – waar ze geld verdiende met lezingen en interviews over de gebeurtenissen op Floreana. Ze schreef zelfs een klein boekje over de bizarre gebeurtenissen, maar de tekst werd tegen haar wil ‘aangepast’ door de Nazi-censoren; een broer van de barones bleek namelijk een vooraanstaande Nazi te zijn. Margret en Rolf keerden na een aantal maanden terug op Floreana. Margret en Heinz kregen daar nog een tweede kind: dochter Floreana Ingeborg, geboren op 18 april 1937.

Op dit moment – eind 2015 – leeft van de familie alleen nog Floreana, die met twee dochters een pension beheert op Floreana; Harry verdronk nabij het eiland in 1951, Heinz stierf in 1963, Margret stierf in 2000 en Rolf stierf in 2012. In 1959 verscheen Margrets autobiografie ‘Postlagernd Floreana’ – in het Engels ‘Floreana’ – met haar versie van de gebeurtenissen. Het boek is vele malen vertaald en herdrukt.

Alex Ritsema (1963) is in 1987 afgestudeerd als econoom en statisticus aan de Universiteit van Groningen. Sinds 1989 werkt hij in Deventer op Saxion Hogescholen – maar dat heeft weinig te maken met één van zijn grote hobby’s: het bezoeken en bestuderen van kleine eilanden, overal ter wereld. Hij heeft enkele Engelstalige boeken geschreven over eilanden en maritieme geschiedenis. Meer informatie over de Nederlandse Waddeneilanden schreef hij in zijn boek “Discover the Dutch wadden Islands” (Lulupress, 2008). Zijn eilanden-website is www.aworldofislands.com.