voorzittershamer

De roemrijke geschiedenis van ons kikkerlandje is moeilijk in woorden te vangen. En dus pakt Gijs van der Ham, conservator bij het Rijksmuseum het anders aan. In een nieuw boek presenteert hij honderd voorwerpen en hun verhalen die samen een prachtig beeld schetsen van onze veelbewogen historie.

Er zijn heel veel manieren waarop geschiedenisdocenten hun leerlingen kunnen vertellen over de roemrijke geschiedenis van ons kikkerlandje. Met behulp van grote platen, door ze rijtjes met jaartallen te laten stampen, door er vol enthousiasme over te vertellen of door de leerlingen er iets over te laten lezen. Stuk voor stuk prijzenswaardige methodes. Maar ze kunnen niet op tegen die ene aanpak die niet alleen leuker is, maar er ook nog eens voor zorgt dat er meer van blijft hangen: de geschiedenis laten zien. Want hoeveel te meer gaat het verhaal van Johan van Oldenbarneveld leven als we rond een vitrine met daarin het zwaard waarmee hij onthoofd zou zijn, staan. En wat wordt ons beeld van Jan Rudolph Thorbecke opeens concreet wanneer we zijn ambtskostuum kunnen bewonderen.

Rijksmuseum
De kracht van het voorwerp: musea buiten het al eeuwenlang uit. Zo ook het Rijksmuseum dat vandaag – na een renovatie van tien jaar – voor het grote publiek de deuren opent. Speciaal ter ere van deze opening is er een boek verschenen met de veelzeggende titel ‘De geschiedenis van Nederland in 100 voorwerpen’. In het boek neemt conservator Gijs van der Ham ons bij de hand en voert ons langs honderd bijzondere voorwerpen in de collectie van het Rijksmuseum. Achter elk voorwerp schuilt vanzelfsprekend een bijzonder verhaal. De voorwerpen zijn zo geselecteerd dat ze stuk voor stuk een tipje van de sluier die onze roemrijke geschiedenis toedekt, oplichten en samen een helder beeld scheppen van wat er achter ons ligt.

Het timpaan met in het midden de paus en aan weerszijden de Hollandse graaf en gravin die hem eer bewijzen.

Het timpaan met in het midden de paus en aan weerszijden de Hollandse graaf en gravin die hem eer bewijzen.

Het oude timpaan
Het boek start met één van de oudste Nederlandse voorwerpen die het Rijksmuseum rijk is: het timpaan van Egmond. Het is een stenen reliëf waarop te zien is hoe de graaf en gravin van Holland ergens aan het begin van de twaalfde eeuw de paus eer bewijzen. Het vertelt het verhaal van de kerstening (het ‘verchristelijken’) van Nederland. een proces dat in de zevende eeuw startte en tegen de tijd dat dit timpaan werd gemaakt, grotendeels was voltooid.

Bebloed hemd
Ondanks de hoge leeftijd van het timpaan is het nog in redelijk goede staat. Dat kan niet van alle objecten in het boek worden gezegd. Zo is het met bloed doordrenkte hemd van Hendrik Casimir niet meer wat het in 1640 was. Casimir droeg het hemd toen hij in 1640 van achteren door een kogel werd getroffen. Zeven dagen later overleed hij. Het hemd schetst een stukje van de Nederlandse geschiedenis: Casimir was stadhouder van Friesland en vocht in 1640 bij het Noord-Vlaamse dorp Sint-Jansteen, net onder Hulst. Hij maakte deel uit van het Staatse leger dat probeerde om Hulst te veroveren en er zo voor te zorgen dat de Westerschelde en daarmee dus de toegang tot de Antwerpse haven in handen van de Republiek zou vallen en dus niet langer in het bezit van de Spanjaarden zou zijn. Dat lukte in 1640 nog niet: pas vijf jaar later kreeg de Republiek de stad weer stevig in handen. Het bebloede hemd laat iets zien van de offers die de Republiek in aanloop naar die overwinning moest brengen.

De klok die de mannen aan boord meenamen en die later in het Behouden Huis pronkte. Foto: Rijksmuseum.

De klok die de mannen aan boord meenamen en die later in het Behouden Huis pronkte. Foto: Rijksmuseum.

De klok
Een ander prachtig voorwerp uit de Nederlandse geschiedenis dat we in het boek aantreffen is de klok uit het Behouden Huis. Op zoek naar een handelsroute naar China belandden de Nederlandse ontdekkingsreizigers op het ijskoude Nova Zembla en moesten daar maandenlang zien te overleven. Aan boord van hun schip bevond zich een klok die later ook in het Behouden Huis, een onderkomen dat de zeelieden zelf op Nova Zembla bouwden, zou hangen. De klok heeft ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld voor de mannen: hij reguleerde het leven in het Behouden Huis. Lang duurde dat helaas niet: zo’n vier maanden nadat de mannen op Nova Zembla strandden, hield de klok ermee op en moesten zandlopers de mannen voortaan vertellen hoe laat het was. Meer dan een half jaar nadat de mannen op Nova Zembla strandden, deed zich eindelijk de gelegenheid voor om terug te keren naar de bewoonde wereld. De klok bleef achter, maar werd 274 jaar later teruggevonden.

Van Speijk
Nog zo’n object dat tot de verbeelding spreekt: een restant van het uniform van Jan Carel van Speijk. Toen het schip van de luitenant in februari 1831 door slecht weer uit koers raakte en in een mum van tijd door vijanden omringd werd, besloot hij de eer aan zichzelf te houden. Hij stak de voorraad kruit die aan boord was aan. Het schip ontplofte en Van Speijk en nog eens 29 anderen kwamen om. Het maakte de luitenant tot een held, zo getuigt ook het kleine stukje uniform van Van Speijk dat als een soort relikwie bewaard is gebleven.

historieEn zo zijn er in het boek nog veel meer fascinerende voorwerpen te vinden. Bijvoorbeeld de voorzittershamer van het oorlogskabinet (helemaal bovenaan dit artikel). Op de steel vinden we vijf streepjes. Voorzitter Pieter Sjoerds Gerbrandy kerfde deze er in: eentje voor elk jaar dat het Nederlandse kabinet gedurende de Tweede Wereldoorlog in Engeland in ballingschap doorbracht. Ook bijzonder is de jas die Isabel Wachenheimer in het concentratiekamp droeg. Ze hield de jas ook nadat ze bevrijd was, bij zich en daarom kunnen wij deze vandaag de dag bewonderen.

Nieuwsgierig naar de andere voorwerpen die Gijs van der Ham selecteerde en het verhaal dat deze voorwerpen stuk voor stuk vertellen? Bestel het boek ‘De geschiedenis van Nederland in 100 voorwerpen via Bol.com!