Kraters vertellen het verhaal van heftige inslagen op onze planeet. Maar wanneer is het weer zover? En waar komt het gevaar vandaan?

Wetenschappers houden asteroïden nauwlettend in de gaten. Door zoveel mogelijk te observeren, proberen ze de baan van de soms enorme brokstukken in kaart te brengen. En zo krijgen we een goed beeld van wat de asteroïde pak ‘m beet de komende honderd jaar gaat doen en of deze soms een gevaar voor onze planeet gaat vormen. En dat onderzoek resulteert in een lijstje asteroïden die op basis van de huidige waarnemingen wel eens voor problemen kunnen gaan zorgen.

2011 AG5
Eén van de asteroïden die we op dat lijstje aantreffen is 2011 AG5. De asteroïde werd pas vorig jaar ontdekt, maar heeft in diverse media al voor flink wat ophef gezorgd. De observaties wijzen er namelijk op dat deze asteroïde op relatief korte termijn wel eens voor problemen kan gaan zorgen. De asteroïde is ongeveer 140 meter breed en kan tegen het jaar 2040 wel eens een bedreiging voor de aarde gaan vormen. Om er zeker van te zijn dat dat het geval is, moeten de onderzoekers eigenlijk getuige zijn van minimaal één en liever nog meerdere rondjes van de asteroïde. Pas daarna kan gesteld worden wat deze asteroïde precies gaat doen. Maar op dit moment pronkt 2011 AG5 in ieder geval op de lijst met gevaren. De kans dat deze in 2040 voor problemen gaat zorgen? 1 op 625.

1950 DA. Foto: S. Ostro (JPL).

1950 DA
Normaal gesproken beperken wetenschappers zich tot het voorspellen van gevaren die nog deze eeuw of begin volgende eeuw plaats kunnen vinden. Maar asteroïde 1950 DA vormt daarop een uitzondering. Wetenschappers hebben door de jaren heen zo’n gedetailleerd beeld van de baan van deze asteroïde gekregen dat ze wel wat verder in de toekomst durven te kijken. En de asteroïde zou in die verre toekomst wel eens een gevaar kunnen gaan vormen. Zoals het er nu naar uitziet bestaat de kans dat de asteroïde in maart 2880 op aarde inslaat. Dat we zo’n doemscenario nu al aan zien komen, is goed nieuws. Het biedt ons namelijk voldoende tijd om de inslag te voorkomen. Bijvoorbeeld door de asteroïde een verfje te geven. Hierdoor verandert de hoeveelheid zonlicht die deze absorbeert en dat heeft weer invloed op de baan die de asteroïde volgt. De methode werkt in theorie, maar heeft wel tijd nodig, omdat de baan maar heel langzaam wordt aangepast. Aangezien we nog jaren de tijd hebben, zou de aanpak best in aanmerking kunnen komen voor het potentiële probleem dat 1950 DA heet.

In 2014 passeert de asteroïde 2007 VK184 de aarde op een redelijk kleine afstand. Astronomen kunnen de asteroïde dan beter bestuderen en de kans op een inslag preciezer berekenen. Afbeelding: NASA.

2007 VK184
Deze asteroïde heeft op het moment van schrijven net als 2011 AG5 een score van 1 op de Torino-schaal. Daaruit zou u kunnen afleiden dat deze asteroïden op het moment de meest gevaarlijke (bekende) asteroïden zijn: alle andere potentieel gevaarlijke hemellichamen op de lijst hebben een score van 0. Maar een score van 1 is zeker geen reden tot zorg: de kans op een botsing is namelijk zeer klein. In het geval van 2007 VK184 hebben we het over een kans van 1 op 1750 dat deze in 2048 op aarde zal inslaan.

Op dit moment zijn dit de drie gevaarlijkste asteroïden die ons bekend zijn. Maar de lijst met aardscheerders verandert voortdurend. Observaties zorgen ervoor dat er potentieel gevaarlijke asteroïden van de lijst worden gehaald en dat er weer nieuwe worden toegevoegd. In de meeste gevallen blijkt uit nadere observaties dat het gevaar toch wel meevalt. Een storm in een glas water? Misschien wel. Maar het is desalniettemin heel belangrijk dat we asteroïden niet onderschatten. Op aarde, maar ook op andere hemellichamen zijn de sporen van inslagen nog zichtbaar. Ze herinneren ons eraan hoe vernietigend zo’n inslag kan zijn. Wetenschappers werken dan ook hard aan methodes om een eventuele inslag af te wenden. Maar de meeste manieren hebben veel tijd nodig. Vandaar dat het belangrijk is dat potentieel gevaarlijke asteroïden zo vroeg mogelijk worden opgemerkt. Dat het gevaar achteraf blijkt mee te vallen, is dan ook niet zozeer misleidend, maar juist het resultaat van overvoorzichtigheid. Beter zo dan andersom, nietwaar?