Als klimaatverandering doorzet kunnen deze aaltjes het broeikaseffect in het Hoge Noorden nog meer versterken.

Voor het eerst hebben onderzoekers in kaart gebracht hoeveel aaltjes (ofwel nematoden) er wereldwijd in de bodem zitten. Deze kleine, krioelende bodemwormpjes zijn de meest voorkomende diergroep op onze planeet. De bevindingen uit de studie zijn verrassend. Zo blijkt dat de grootste aantallen in het Hoge Noorden te vinden zijn en bijvoorbeeld niet in de tropen. “De implicaties van wat we gevonden hebben is groot,” zegt onderzoeker Wim van der Putten van het NIOO tegen Scientias.nl. “Het laat zien dat we nog meer ons best moeten doen om de klimaatverandering tegen te gaan.”

Aaltjes
De bodem krioelt van leven, waaronder grote hoeveelheden ongewervelde diertjes zoals aaltjes. “In de bodem komen verschillende typen aaltjes voor,” legt Van der Putten desgevraagd uit. “Een aantal aaltjes eten bacteriën, andere schimmels of planten en sommige eten insectenlarven. Hierdoor reguleren ze de aantallen waardoor de bodem niet helemaal dichtgroeit met bacteriën en schimmels, planten niet gaan woekeren en insectenplagen worden onderdrukt.”


Zo zien aaltjes eruit. Afbeelding: Casper Quist

Hoeveelheden
Uit de studie blijkt dat het op aarde wemelt van deze aaltjes en ze in veel grotere getale voorkomen dan eerder gedacht. Zo zijn er 57 miljard meer aaltjes in de bodem te vinden dan het aantal mensen op aarde. Alles bij elkaar zijn dat ongeveer 4,4 x 1020 diertjes wat gelijk staat aan ongeveer 300 miljoen ton aan gewicht in bodemaaltjes. Maar waar leven nou de meeste? “We hebben een groot aantal collega’s gevraagd data beschikbaar te stellen,” zegt Van der Putten. “Aan de hand van die gegevens hebben we uitgerekend hoeveel aaltjes er per oppervlak in de bodem zitten. Vervolgens hebben we deze data door middel van een model omgezet naar ecosystemen.”

Hoge Noorden
De onderzoekers kwamen erachter dat de meeste aaltjes zich in de bodem van Arctische gebieden ophouden. Een opmerkelijke uitkomst. “Meestal horen we over de enorme aantallen dieren in de rijke tropen,” zegt Van der Putten. “Dat klopt wel voor bovengronds levende dieren, maar niet voor bodembewoners.” Ongeveer 38 % van alle aaltjes in de bodem leeft in bossen en toendra’s verspreid over Noord Amerika, Scandinavië en Rusland. In de gematigde gebieden leeft 24 % en slechts 21 % bevindt zich in de tropen en subtropen. “Persoonlijk had ik gedacht dat de meeste aaltjes in de bodem van gematigde graslanden (dus bij ons) zouden voorkomen,” zegt Van der Putten. “Maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Het is altijd mooi om weer iets nieuws te leren.”

Op deze kaart is te zien hoe de aantallen aaltjes zich over de wereld verdelen. Afbeelding: Van den Hoogen et al. 2019, Nature.

Reden
Aaltjes blijken zich dus vooral in het Hoge Noorden thuis te voelen. Maar waarom? “In het Hoge Noorden bevat de  bodem veel organische stof,” legt Van der Putten uit. “Dit is voedsel voor bacteriën en schimmels die op hun beurt weer op het menu staan van aaltjes.” Hoewel deze kleine bodemwormpjes niet snel kunnen kruipen, kunnen ze volgens Van der Putten wel met de wind meewaaien of zich door water verplaatsen. Als ze eenmaal op de plek van bestemming zijn aangekomen, vermenigvuldigen ze zich snel.

Klimaatverandering
De bevindingen zijn redelijk verontrustend in het licht van de huidige opwarming van de aarde. Door de lage temperaturen dichtbij de Noordpool zullen de aaltjes in het Hoge Noorden nu nog niet zo actief zijn. Maar als de temperaturen er verder oplopen door klimaatverandering worden al de aaltjes steeds actiever. “Actieve aaltjes hebben voedsel nodig,” legt Van der Putten uit. “Hetzelfde gebeurt als wij mensen honger krijgen door te bewegen. Normaal gesproken is het in het Noorden koud, maar als de temperatuur oploopt verbruiken de aaltjes meer energie.” Het betekent dat ze meer bacteriën en schimmels verorberen en op die manier meer overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat uitscheiden. Die stoffen kunnen bacteriën op hun beurt weer gebruiken om van te groeien. “Dit leidt tot een zichzelf versterkend proces,” zegt Van der Putten. “Bij de groei van bacteriën en schimmels komt CO2 vrij dat een broeikasgas is. Daardoor warmt het klimaat verder op, waardoor de aaltjes meer gaan eten, enzovoorts.”

Volgens de onderzoeker is het duidelijk wat er moet gebeuren. “De studie versterkt het idee dat we er alles aan moeten doen om de huidige klimaatverandering tegen te gaan,” benadrukt Van der Putten. “Als we dat niet doen, gaan er allerlei processen lopen die de temperatuurstijging verder versterken. Dat is een belangrijke conclusie van deze studie.”