Binnenkort gaan de sluizen die het Haringvliet van de Noordzee scheiden, op een kier. En dat heeft grote gevolgen.

Tot in de jaren zestig stond het verlaten van het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee gelijk aan een wereldreis. Het onder meer door de Noordzee, Haringvliet, Volkerak-randmeer en Grevelingenmeer omringde eiland lag eeuwenlang zeer geïsoleerd; het vasteland was alleen met een veerpontje bereikbaar. Na de Watersnoodramp – die ook op Goeree-Overflakkee talloze levens eiste – werd echter alles anders. Met de aanleg van de Haringvlietbrug (1964) kreeg het eiland zijn eerste vaste verbinding met het vasteland. En met de opening van de Haringvlietdam (1971) werd het eiland werkelijk ontsloten; talloze toeristen weten via de dam tot op de dag van vandaag hun weg naar Goeree-Overflakkee en de lager gelegen Zeeuwse eilanden te vinden. Goeree-Overflakkee veranderde voorgoed.

Dit kaartje laat de grote riveren en wateren in Nederland zien. Goeree-Overflakkee is ook aangegeven. Net als de Haringvlietdam (het streepje naast het tekstje ‘Haringvliet’). Afbeelding: Citypeek (via Wikimedia Commons).

Hetzelfde gold echter voor het Haringvliet dat door de Haringvlietdam – waaronder zeventien enorme sluizen te vinden zijn – van de Noordzee gescheiden werd. “De getijdenwerking verdween,” vertelt Bas Roels, verbonden aan het Wereld Natuur Fonds. “Voor de aanleg van de Haringvlietdam was die getijdenwerking tot in de Biesbosch merkbaar: het water kon daar bij vloed wel twee meter hoger komen te staan. En bij eb vielen tot diep in het Haringvliet zandplaten droog. Hierdoor was de vegetatie in het gebied heel anders dan nu: je zag in de Biesbosch bijvoorbeeld biezen en dikstengelig riet dat door de getijdewerking wel 3 tot 4 meter hoog werd. En ook de vogelstand was heel anders; je zag bijvoorbeeld geen kuifeenden, maar wel veel sterns, rietvogels en karekieten. Onder water was alles ook heel anders: het Haringvliet was een mengzone van Rijn- en Noordzeewater en een heel geschikte kraamkamer voor haring, spiering en sprot.” Maar zoals gezegd werd alles anders toen de Haringvlietdam werd aangelegd. De brakke mengzone verdween en er ontstond een scherpe scheiding tussen de zoute Noordzee en het zoete Haringvliet. De vissen die zich normaliter op de grens van de twee wateren voortplantten en hun heil zochten in de Rijn, stoten de neus aan de Haringvlietdam. De getijdenwerking verdween, de vegetatie en vogelstand veranderde.

De grote stern voelde zich prima thuis in het Haringvliet alvorens de Haringvlietdam werd aangelegd. Afbeelding: © Bert Ooms / WWF.

Het kierbesluit
Het wordt nooit meer zoals het was. Simpelweg omdat we met het oog op veiligheid niet zonder de Haringvlietsluizen kunnen. Maar zowel vanuit de politiek als natuurorganisaties is de laatste decennia het verlangen ontstaan om – zonder in te leveren op veiligheid – een klein beetje terug te gaan naar hoe het was. “Vanuit de Europese politiek is er de wil om de zalm terug in de Rijn te krijgen,” legt Roels uit. En met die zalm ook andere trekvissen, zoals forel en paling. Een dergelijke wens overstijgt – net als de Rijn zelf – vanzelfsprekend de landsgrenzen. En dus moeten landen de handen ineenslaan om dit doel na te streven. “Het begon met het verbeteren van de waterkwaliteit en die is nu al vele malen beter dan bijvoorbeeld in de jaren zeventig en tachtig.” Maar daarmee zijn we er nog niet. De trekvissen moeten immers ook in de Rijn terecht kunnen komen en vervolgens vrijelijk stroomopwaarts kunnen zwemmen. “Dat betekent bijvoorbeeld dat je alle sluizen en stuwen die je onderweg tegenkomt vispasseerbaar moet maken.” Maar ook voor Nederland – het land van de Rijndelta – is een belangrijke rol weggelegd. “De vissen moeten ook de rivier op kunnen. En op dit moment is er maar één opening en dat is de drukbevaren Nieuwe Waterweg.” Niet ideaal. “Liever geven we ze via het Haringvliet een wat natuurlijkere opgang. En dat kan alleen door de sluizen op een kier te zetten. Na jaren van voorbereiding gaat het – hoogstwaarschijnlijk – nog dit jaar gebeuren. En nogmaals: daarmee keert het Haringvliet niet terug naar de jaren zestig van de vorige eeuw. Zo zal de getijdenwerking bijvoorbeeld niet hersteld worden. Maar een deel van het vis- en vogelbestand hopelijk wel. “Ik denk dat er heel veel gaat veranderen,” stelt Roels. “Ik denk dat de omstandigheden veel gunstiger worden voor zalm en zeeforel. En in het seizoen zullen ze mogelijk ook net goed genoeg zijn voor de haring en spiering. Ook verwachten we wel wat broedsuccessen, bijvoorbeeld voor de grote stern.”

Hier zie je een aantal sluizen die onder de Haringvlietdam te vinden zijn. Omdat de Rijn en Maas in het Haringvliet uitkomen, moet er zo af en toe gespuid worden. Maar het grootste deel van het jaar zijn de sluizen dicht. Het kierbesluit verandert dat overigens niet helemaal. Met het oog op het zoetwaterbeheer is het niet mogelijk de sluizen het jaar rond op een kier te zetten. Zoals het er nu naar uitziet, wordt er straks gemiddeld zo’n 100 dagen ‘gekierd’. Afbeelding: Quistnix (via Wikimedia Commons).

Snel
De eerste verschillen zullen al kort nadat de sluizen op een kier gaan merkbaar zijn, denkt Roels. “Zodra de sluisdeuren open gaan, zul je gelijk al zalm naar binnen zien trekken.” Toch kan het wel even duren voor er een grote, zichzelf in stand houdende zalmpopulatie in de Rijn te vinden is. Het grootste deel van de zalm die straks onder de Haringvlietdam doorzwemt, het Haringvliet in, is namelijk door de Duitsers, Belgen en Luxemburgers in het kader van herintroductie gekweekt en uitgezet. En op dit moment moeten er elk jaar nog zalmen worden uitgezet om de populatie in stand te houden. “Het kan nog wel tien jaar duren voor er sprake is van een zalmpopulatie die standhoudt zonder dat wij daar iets voor hoeven te doen.” Naast de zalm zal ook de haring naar verwachting snel zijn weg weten te vinden richting het Haringvliet. “Soorten die zich snel voortplanten – zoals de haring, maar ook de spiering – kunnen er binnen een paar jaar in grote getale voorkomen.” Voor de wat ‘tragere’ soorten zoals de steur moeten we wat meer geduld opbrengen.

Zwanen en kuifeenden
Verschillende soorten zullen gaan profiteren van het kierbesluit. Maar dan zou je toch ook verwachten dat er soorten zijn die er nadeel van ondervinden? “Alles wat niet van zout of brak water houdt, zal het gebied gaan mijden,” aldus Roels. Hij denkt dan onder meer aan kuifeenden, zwanen, zoetwatervissen en quaggamosselen. Deze soorten zullen echter niet helemaal uit het Haringvliet verdwijnen. “Ze schuiven iets naar het oosten op.” Door het kierbesluit zal namelijk slechts een klein deel van het Haringvliet (tot de lijn Middelharnis en Het Spui) brak worden. Verderop is het water gewoon nog zoet. Bovendien moeten we het verdwijnen van bepaalde soorten in het juiste perspectief plaatsen, vindt Roels. “Als we kijken naar de conservatiestatus van alle soorten die verdwijnen en die naast de status leggen van de soorten die er bijkomen, pakt het heel voordelig uit.” In andere woorden: het kierbesluit matst juist de soorten die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Het kierbesluit zorgt er niet voor dat de getijdenwerking en de zandplaten in het Haringvliet terugkeren. Om soorten die toch wel baat hebben bij het bestaan van zo’n zandplaat – denk aan sterns, plevieren en sommige vissoorten – tegemoet te komen, creëert het WNF op dit moment een kunstmatig eiland in het Haringvliet. Het eiland wordt zo’n 200 bij 200 meter groot en moet de overlevingskansen van de soorten die met het brakke water terugkeren in het Haringvliet vergroten. Afbeelding: Michiel Rotgans / WWF.

Uiteindelijk zullen de effecten van het kierbesluit niet alleen in Nederland merkbaar zijn. De zalmen die hier straks via het Haringvliet de Rijn weten te bereiken, kunnen in de toekomst – als nog wat laatste hindernissen worden weggenomen – naar Zwitserland zwemmen om daar hun eitjes te leggen. “We hopen dat je over twintig jaar in Zwitserland foto’s kunt maken van beren die zalmen vangen en daarvoor niet meer naar Canada hoeft. En die doorwerking kan het kierbesluit echt hebben. En de impact die het kierbesluit op de trekvogels heeft, zien we straks terug in de populaties die naar Afrika en Siberië vliegen, omdat die nu eenmaal afhankelijk zijn van wat ze hier aan voedsel kunnen vinden.” Het moge duidelijk zijn. “Wij kunnen hiermee een impact hebben op een groot deel van de aardbol.”