De zeevogelkolonies die deze poep leverden kregen zelfs speciale bescherming.

Het Inca-rijk strekte zich ooit uit over een lengte van 4000 kilometer, van Colombia tot Chili. Grote delen van deze oude beschaving lagen echter op onvruchtbare gronden, zoals de droge Atacama-woestijn in het zuiden en de rotsige hoogvlaktes van de Andes. Toch slaagden de Inca’s erin om landbouw te bedrijven op deze desolate plekken.

Eilanden
Een belangrijke hulpbron kwam van een onverwachte locatie: kleine eilanden langs de Zuid-Amerikaanse kust, zoals Lobos, Guanape en Chincha in Peru als ook Tarapacá en Mejillones in Chili. Op deze eilanden vergaarden lokale gemeenschappen guano, de gedroogde uitwerpselen van zeevogels. Deze substantie is rijk aan nutriënten, zoals stikstof, fosfor en kalium, waardoor het een uitstekende meststof is. Niet alleen de gemeenschappen langs de kust gebruikten de guano, het goedje werd over het hele Inca-rijk getransporteerd. Via een lama-karavaan bereikte het zelfs het iconische Machu Picchu in de Andes.


Guano boom
De belangrijkste vogelsoorten die guano produceerden voor de Inca’s waren de Humboldtaalscholver (Leucocarbo bougainvillii), de Peruaanse pelikaan (Pelecanus thagus) en de Humboldtgent (Sula variegata). Deze soorten staan ondertussen bekend als ‘billion-dollar birds’ vanwege hun economisch belang in de 19de eeuw toen het Zuid-Amerikaanse guano massaal door Europeanen geoogst werd. De overexploitatie van guano in deze periode – de zogenaamde ‘guano boom’ – resulteerde in een sterke afname van de zeevogelkolonies. De Europese guano-gravers hielden geen rekening met de zeevogels en doodden duizenden jonge vogels tijdens hun zoektocht naar guano. Aan het begin van de 20ste eeuw werden beschermingsmaatregelen geïmplementeerd om de toekomst van de zeevogelkolonies te vrijwaren.

Humboldtaalscholvers. Afbeelding: An en Alain (via Wikimedia Commons).

Eerste natuurbeschermers
De 19de-eeuwse praktijken staan in schril contrast met de houding van de Inca’s honderden jaren geleden. Zij waren zich bewust van het belang van de zeevogels en hun guano. Verschillende gemeenschappen vereerden bijvoorbeeld de godin Urpi Huáchac, die ook bekend stond als ‘de Vrouw van Guano’. Daarnaast hadden de Inca’s een uitgebreid systeem om de zeevogelkolonies te beschermen. In 1609 beschreef Inca Garcilaso de la Vega – de zoon van een Spaanse conquistador en een Inca edelvrouw – de wetgeving om de verstoring van kolonies en het stelen van eieren te voorkomen. Zo mocht tijdens het broedseizoen niemand de eilanden bezoeken. En iemand die een vogel verstoorde of doodde, werd ter dood veroordeeld.

Deze wetgeving is waarschijnlijk het eerste geval van natuurbeschermingsmaatregelen die mensen hebben genomen om dieren en hun natuurlijke habitat te beschermen. De huidige beschermingsmaatregelen zijn minder drastisch, maar hopelijk kunnen ze voorkomen dat de zeevogels hetzelfde lot ondergaan als het Inca-rijk.