Een kwart van de meetstations op de wereld zal halverwege deze eeuw waterstanden meten die nu nog slechts één keer in de honderd jaar voorkomen.

Het klinkt misschien als een wat verontrustend toekomstbeeld maar volgens onderzoeker Roderik van de Wal stevenen we hier momenteel wel op af. Het terugdringen van onze emissies heeft tot op zekere hoogte zin, al zullen sommige gebieden in de wereld hoe dan ook met extreme waterstanden te maken krijgen.

Extreem
Je zult je misschien afvragen wat ‘extreem’ precies inhoudt. “Onder extreme waterstanden verstaan we de standen die gedurende korte tijdsperiode bereikt worden,” legt Van de Wal aan Scientias.nl uit. “Het klassieke voorbeeld in Nederland is de watersnoodramp die op 1 februari 1953 plaatsvond.” Maar hoe dit soort verwoestende gebeurtenissen eerst nog eens in de honderd jaar acte de présence gaven, zullen die in de toekomst veel vaker op het toneel verschijnen. “Een kwart van de meetstations op de wereld zal halverwege deze eeuw waterstanden meten die nu nog slechts één keer in de honderd jaar voorkomen,” zegt hij.


Twee factoren
Volgens Van de Wal zijn er twee belangrijke factoren die een rol spelen. Zo is het waterpeil aan de ene kant afhankelijk van onze CO2-uitstoot. Anderzijds doet smeltend ijs op de Antarctische ijskap zelfs in grotere mate een duit in het zakje. “De zeespiegel stijgt meer als ook de temperatuur verder stijgt,” legt Van de Wal uit. “Dat wordt in hoge mate door de uitstoot van CO2 bepaald. De frequentie van extreme waterstanden is echter ook afhankelijk van getijden, stormen en de onzekerheid in de voorspelling van de gemiddelde trend. Dat laatste is in sterke mate afhankelijk van wat er in Antarctica gebeurt.”

Consequenties
De bevindingen uit de studie hebben behoorlijk wat consequenties. “Als de frequentie van iets dat eigenlijk maar eens in de honderd jaar voorkomt in een veranderend klimaat iets wordt dat ieder jaar optreedt, dan worden of de risico’s op overstromingen heel groot of je moet in de tussentijd maatregelen nemen,” vertelt Van de Wal. “Denk bijvoorbeeld aan het ophogen van dijken.” Dit is echter niet overal mogelijk. “In sommige gebieden is het heel moeilijk en uiterst kostbaar om dat soort maatregelen te nemen,” gaat Van de Wal verder. “Een tropisch eiland wat maar een halve meter boven de zee uitkomt heeft weinig mogelijkheden om zich aan te aanpassen.”

Eilandengroepen
Eilanden lopen dus het risico om in de komende eeuw onder te lopen. Denk bijvoorbeeld aan de eilandgroep Tuvalu, een Polynesische archipel in de Grote Oceaan. Tuvalu is één van de meest laaggelegen staten ter wereld: het hoogste gebied ligt slechts op vijf meter boven zeeniveau. Hierdoor is Tuvalu buitengewoon kwetsbaar voor bijvoorbeeld zeespiegelstijging en tropische cyclonen. Daarnaast wordt geschat dat ook de eilandengroep Kiribati binnen dertig jaar helemaal onder water zal staan. De regering heeft alvast 2000 kilometer verderop een stuk land van Fiji gekocht om de 100.000 mensen van Kiribati te kunnen evacueren.

In Nederland hoeven we ons echter nog niet zoveel zorgen te maken. “Op korte termijn (deze eeuw) gaan wij er in Nederland niet zo veel van merken,” stelt Van de Wal. “Wij zijn al gewend aan heel grote variaties van het waterpeil. En als je goed beschermd bent is het effect vrij gering. Gebieden waar ze echter weinig variaties als gevolg van getijden en stormen gewend zijn, worden veel harder getroffen. De kans op extreme waterstanden neemt in die gebieden namelijk veel sneller toe.”


Tropen
Het betekent dat voornamelijk tropische gebieden moeten uitkijken. “Waterstanden die slechts eens in de honderd jaar voorkwamen, zullen aan het eind van de eeuw bij ongewijzigde emissies in de tropen jaarlijks voorkomen,” zegt Van de Wal. Maar ook als we onze emissies terugdringen zoals afgesproken in het Parijse klimaatakkoord is het gevaar nog niet geweken. De onderzoekers stellen namelijk dat zelfs dan tropische gebieden een sterke toename zien als gevolg van de onzekerheden in de bijdrage van Antarctica. 

Ook andere studies hebben aangetoond dat we deze eeuw op een behoorlijke zeespiegelstijging moeten rekenen. De mondiale zeespiegel kan tegen het einde van deze eeuw zelfs wel met meer dan twee meter gestegen zijn. Het betekent dat 1,7 miljoen km2 land onder water kan komen te staan. Maatregelen voor kustbescherming zullen dan ook op veel plaatsen in de wereld verbeterd moeten worden om risico’s te verminderen. Maar aan wat voor maatregelen moeten we dan denken? “Allereerst is het belangrijk om onze emissies terug te dringen,” stelt Van de Wal. “Daar worden risico’s altijd kleiner van. Vervolgens moeten we adaptatiemaatregelen nemen. Hoe dat vorm gegeven wordt hangt sterk van de betreffende locatie af. Je kunt bijvoorbeeld denken aan dijken, maar op andere plaatsen is het planten van een mangrove bos wellicht een betere oplossing. Ten slotte zullen mensen naar hoger gelegen gebieden moeten verhuizen.”