Wat is groepsimmuniteit? En waarom is het zo belangrijk in de strijd tegen COVID-19?

Vanavond onthulde premier Mark Rutte de Nederlandse corona-strategie. Het idee is om het virus maximaal te controleren. En daarin is een hoofdrol weggelegd voor groepsimmuniteit.

Twee stappen
In eerste instantie zijn de huidige maatregelen – het sluiten van de scholen en horeca, 1,5 meter afstand bewaren tot anderen, geen handen schudden en met verkoudheidsklachten thuis blijven bijvoorbeeld – erop gericht om de verspreiding van het virus te bestrijden. Dat wil echter niet zeggen dat een groot deel van de bevolking het virus niet krijgt, zo werd duidelijk. Rutte onthulde dat deskundigen vermoeden dat een groot deel van de Nederlandse bevolking het virus uiteindelijk zal oplopen. De maatregelen kunnen dat niet voorkomen, maar zijn allereerst bedoeld om te voorkomen dat het aantal besmettingen zo snel toeneemt dat het zorgstelsel overbelast raakt. Ten tweede zijn ze erop gericht om juist de mensen voor wie het coronavirus een reële bedreiging vormt – ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid – te beschermen.


Paradoxaal genoeg kan ook het feit dat straks een groot deel van de Nederlandse bevolking het virus heeft doorgemaakt, bij dat laatste helpen. Ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid kunnen dan namelijk rekenen op groepsimmuniteit.

Groepsimmuniteit
Wanneer iemand het coronavirus krijgt en ervan herstelt, is deze persoon er daarna meestal immuun voor. Dat betekent dat het virus deze persoon niet meer kan infecteren; zodra het virus dat probeert, rekent het immuunsysteem – dat het lichaamsvreemde virus nog herkent van de pandemie van 2020 – er direct mee af. En hoe meer mensen er immuun zijn voor het virus, hoe lastiger het voor het virus is om zich te verspreiden. Elke persoon met immuniteit is immers een doodlopende weg. En daarmee wordt de kans dat het virus erin slaagt om iemand te bereiken die het virus nog niet heeft gehad, steeds kleiner.

Aanmaakhoutjes
Om het nog wat duidelijker te illustreren, kun je je het nieuwe coronavirus ook voorstellen als een brand. En in dit scenario is de Nederlandse bevolking een grote berg aanmaakhoutjes. Stop in deze berg aanmaakhoutjes één brandend houtje (de geïnfecteerde persoon) en in no-time staat de hele berg aanmaakhoutjes in brand. Stel je nu voor dat een groot deel van de aanmaakhoutjes nat is (oftewel dat veel mensen het virus al hebben doorgemaakt). Als je er nu een brandend aanmaakhoutje bij stopt, zal het vuur veel minder snel om zich heen grijpen. En ook mensen die het virus nog niet hebben doorgemaakt, mogen zich ertegen beschermd weten, zolang ze maar omringd worden door voldoende natte aanmaakhoutjes.


De grens
Maar hoeveel natte aanmaakhoutjes heb je nodig om ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid gedegen te kunnen beschermen? In andere woorden: welk percentage van de bevolking moet het virus doormaken voor we op groepsimmuniteit kunnen rekenen? Daar ging Rutte niet op in. Van andere infectieziekten weten we dat de kudde-immuniteitsdrempel van ziekte tot ziekte verschilt. Zo kent difterie – waarvoor we kudde-immuniteit opbouwen middels vaccinaties – een kudde-immuniteitsdrempel van ongeveer 83%. Dus pas als 83% van een populatie immuun is voor de ziekte, mogen ook mensen die niet gevaccineerd zijn, rekenen op groepsimmuniteit. Voor de mazelen ligt het rond de 94%. Daarbij moet wel vermeld worden dat al deze ziekten besmettelijker zijn dan het nieuwe coronavirus. En aangezien de kudde-immuniteitsdrempel onder meer afhankelijk is van de mate van besmettelijkheid van een ziekte, mag je verwachten dat groepsimmuniteit al bij een iets lager percentage immune personen wordt bereikt. Omdat echter nog niet helemaal duidelijk is hoe besmettelijk het virus is, is het ook lastig om te bepalen hoeveel mensen het virus moeten doorlopen om groepsimmuniteit te bereiken.

Volgens Rutte is een strategie waarbij we streven naar bescherming van de ouderen en kwetsbare mensen, het voorkomen van een piek in besmettingen en opbouwen van groepsimmuniteit de beste aanpak. In ieder geval zolang er nog geen vaccin is. Dat vaccin kan volgens deskundigen nog 12 tot 18 maanden op zich laten wachten. Hoelang het duurt voor er met de huidige gang van zaken groepsimmuniteit is bereikt, weten we niet precies. Het is namelijk afhankelijk van hoe het virus zich de komende tijd door Nederland gaat verspreiden. Als je puur kijkt naar de groepsimmuniteit zou een snelle verspreiding van het virus misschien voordelig lijken. Maar met het oog op het zorgstelsel en de risico’s die een overbelasting daarvan met zich meebrengt, is het zaak het virus nu zoveel mogelijk af te remmen. En dat laatste betekent volgens Rutte – die zich ongetwijfeld weer baseert op de visie van deskundigen – dat groepsimmuniteit helaas nog maanden (of langer) op zich laat wachten.