lucht

Hoe voelen we dat iets te gebeuren staat? Onderzoekers wijzen de verantwoordelijke plek in ons hoofd aan die de hele context opneemt zodat we die later kunnen gebruiken voor onze intuïtie.

Alle informatie die we waarnemen, gebruiken we als kenmerken van de situatie, de gebeurtenis, die we onthouden. Het helpt ons in de toekomst op tijd dingen accuraat in te schatten. Op het moment zelf, hebben we niet door welke informatie we allemaal waarnemen en onthouden. Want op dat moment letten we alleen op wat er feitelijk gebeurt. Een vervolg van dezelfde gebeurtenis kunnen we wel van te voren voorspellen. We ‘voelen’ dat het weer gaat gebeuren. De tekenen zijn er namelijk al. Een voorbeeld is het weer. Het regent bijvoorbeeld. Ongemerkt slaat u alle informatie die aan de bui vooraf ging op: het licht, de schaduwen, de stroming van de wolken, de manier waarop vogels vliegen en de beweging van bomen en eventueel het water. Herkent u meerdere ‘symptomen’ opnieuw? Grote kans dat het gaat regenen en dat is ook precies wat u dan denkt. Een eenvoudig ogende en intuïtieve strategie, een proces dat ons brein slechts enkele seconden kost. Een proces dat een computer ondanks zijn technologische vooruitgang niet zo nauwkeurig kan doen.

WIST U DAT…

…Het skelet van een verre voorouder van ons duidelijk half mens en half aap was?

Evolutie
Maar hoe doen we dat? Onbewust al die contextuele informatie onthouden? “Het lijkt automatisch te gaan, maar er steken veel geavanceerde processen in onze hersenen achter,” zegt Miquel Eckstein van University of California, Santa Barbara. “Een groot deel van onze hersenen wijdt zich aan visie.” Door de menselijke evolutie zoekt ons brein naar omgevingssignalen en de context van gebeurtenissen. Door dit vermogen konden onze voorouders voedsel vinden en gevaren uit de weg gaan. Tegenwoordig gebruiken we het voor veel meer: voor de alledaagse dingen zoals naar ons werk rijden, maar ook voor gespecialiseerde dingen zoals röntgenfoto’s bekijken. Waar in ons brein dit zoeken naar kenmerken gebeurt, was tot heden niet duidelijk. Maar een nieuw onderzoek, verschenen in het wetenschapsblad Neuroscience schept duidelijkheid.

Onderzoek
Deelnemers kregen honderden plaatjes van gebeurtenissen binnen en buiten in flitsen te zien. De deelnemers kregen de opdracht om in de verschillende plaatjes bepaalde voorwerpen te zoeken. Op de helft van de afbeeldingen was het gezochte voorwerp niet te zien. Bij alle rondes van voorbij flitsende plaatjes moesten de deelnemers zeggen of het object in de afzonderlijke afbeeldingen te zien was of niet. De onderzoekers vroegen de proefpersonen waar ze het voorwerp verwachtten op afbeeldingen waarop het voorwerp niet te zien was. De proefpersonen bleken het object in deze gevallen op logische plekken te verwachten: zoals de muur voor een klok bij de afbeelding van een woonkamer en de wasbak bij het zoeken van een tandenborstel op een plaatje van een badkamer.

Dit zoeken naar een voorwerp in een context gebeurt volgens de onderzoekers in de lateraal occipitaal complex (LOC). Dit gebied kan volgens Eckstein rekening houden met andere objecten in de situatie die vaak te zien zijn bij zien van het gezocht voorwerp – iets wat computers pasgeleden pas ‘leerden’ te doen. Het verschil is dat een computer dingen in dezelfde vorm als het gezochte voorwerp detecteert áls het voorwerp, dit hoeft het niet te zijn. En ook snappen computers nog niet wat een logische plek voor een voorwerp is zoals die muur voor de klok en de wasbak voor de tandenborstel. Onze LOC snapt dat wel en zoekt heel gericht naar voorwerpen. Hierna komen andere visuele delen pas in werking om vanuit dat verwachtte punt te zoeken naar kenmerken.