Zeewier en algen zouden zomaar eens op je bord kunnen belanden.

We leven in een tijd waarin de voedselproductie één van de grootste boosdoeners is voor ons klimaat. Het is daarom essentieel om op zoek te gaan naar nieuwe voedselbronnen die ons niet alleen verzadigen, maar tegelijkertijd ook onze planeet niet overbelasten. Hoe? Onderzoekers in een nieuwe studie hebben wel een idee: de maaltijd van de toekomst vind je volgens hen namelijk op de bodem van de zee.

Flexitariër
Steeds meer mensen kiezen ervoor om vegetariër te worden. Of, nog radicaler, veganist. Hoewel dat voor het bestrijden van klimaatverandering natuurlijk een stap in de goede richting is, worstelt de overgrote meerderheid met de gedachte om nooit meer een stukje vlees te kunnen proeven. “Veel mensen hunkeren gewoon naar de smaak van vlees,” vertelt onderzoeker Ole Mouritsen. “Daarom kan een flexitarisch dieet realistischer zijn, waarbij men naast groenten ook kleine hoeveelheden dierlijke producten – zoals vlees, eieren en melk – eet. Je kunt echter ook gaan nadenken over alternatieven voor de sappige biefstuk. En dat zijn er veel.”


Zee
In de nieuwe studie presenteren de onderzoekers alternatieve bronnen voor eiwitten en gezonde vetzuren terwijl ze tegelijkertijd hun visie geven op hoe het duurzaam dieet van de toekomst eruit zou kunnen zien. Het onderzoeksteam beveelt onder meer aan om onze blik eens op de zee te werpen. We zouden echter niet alleen de vis die in de uitgestrekte watermassa zwemt moeten overwegen, meer specifiek zouden we eens op de bodem van de zee moeten kijken. Want hier vinden we soorten die veel minder CO2 uitstoten dan rundvlees, varkensvlees en kip.

Soorten
De soorten die op de bodem van de oceaan leven zouden zomaar eens het hapje van de toekomst kunnen worden. “Hier vinden we bijvoorbeeld zandspieringen (een vis die in de zandbodem graaft om eieren te leggen), sprot (een familielid van haring die wijdverspreid is in de Deense wateren) en de zwarte grondel (een kleine, maar smakelijke vis die vaak over het hoofd wordt gezien),” somt Mouritsen op. Deze vissen belanden vaak als bijvangst in visnetten en worden verwerkt tot varkensvoer of visolie. Maar ook wij hebben er iets aan. “Sprot alleen al zou in 20 procent van de eiwitbehoefte van Denemarken kunnen voorzien,” zegt Mouritsen. “En door sprot te vangen kunnen we de overbevissing op meer bekende vissoorten zoals kabeljauw, schol en zalm voorkomen.”

Een zwarte grondel. Zou jij ‘m eten? Afbeelding: Getty Images via University of Copenhagen

Maar niet alleen deze visjes zouden zomaar eens op ons menu kunnen komen te staan. Wat dacht je bijvoorbeeld van zeewier? En algen? Deze worden vaak over het hoofd gezien, maar zijn uiterst klimaatvriendelijke voedselbronnen. Momenteel worden echter slechts 500 van de 10.000 soorten bevist en erkend als voedsel, ondanks het feit dat zeealgen boordevol gezonde voedingsstoffen en vitamines zitten. Evenzo wordt er slechts in beperkte mate op koppotigen gevist, waarbij slechts 30 van de ongeveer 800 soorten wereldwijd wordt geconsumeerd. “Dit heeft onder andere veel te maken met onze cultuur en tradities,” legt Mouritsen uit. “Het duurt even voordat eetgewoontes veranderen. We eten en bereiden al meer dan een miljoen jaar vlees. Dus ook al bevatten zeewier, inktvis en weekdieren belangrijke vetzuren en vitamines en kunnen ze heerlijk smaken, we blijven terughoudend om deze soorten ook daadwerkelijk als voedsel te bestempelen.”


Zeewier kun je dus prima eten. En dat wordt ook al gedaan. Zo worden er onder andere loempia’s, salades, burgers en spreads van gemaakt. Ook maakt men er bedlinnen, kleding, lampenkappen, servies en bioplastic van. Wist je trouwens dat er nabij Scheveningen een heuse zeewierboerderij gebouwd is? Mogelijk dat we in de toekomst een zeewierburger met zeewier uit onze eigen Noordzee kunnen eten.

Groener
Een mogelijke verklaring voor het feit dat we het lastig vinden om ons dieet – letterlijk – groener te maken, is dat we nou eenmaal geboren zijn met een voorkeur voor zoetigheden en voedsel met een umami-smaak. “Zoet voedsel geeft een seintje ‘calorieën en overleving’ naar de hersenen,” vertelt Mouritsen. “En umami geeft aan dat we iets goeds consumeren voor onze spieren. Veel zeevruchten, zeealgen en groenten kunnen echter ook heerlijk smaken. En daar kan technologie een handje bij helpen. Door bijvoorbeeld te fermenteren of enzymen aan groenten toe te voegen, kunnen zoete en umami-smaken in het voedsel naar voren gebracht worden.”

Volgens de onderzoekers is het essentieel dat we blijven praten over nieuwe mogelijkheden om duurzaam te eten. “Hierdoor zullen we geleidelijk aan een verandering in onze eetgewoonten en tradities bewerkstelligen,” zegt Mouritsen. “We hopen dat dit onderzoek daaraan bijdraagt.”