Dat blijkt uit een angstaanjagend nieuw rapport van het Wereldnatuurfonds.

De belangrijkste conclusies? Populaties wilde dieren zijn sinds 1970 wereldwijd met gemiddeld 60% gedaald. En dat is onze schuld. Het tij kan nog gekeerd worden, maar we zullen wel haast moeten maken. “Wij zijn de eerste generatie die een duidelijk beeld heeft van de waarde van de natuur en de enorme impact die we op de natuur hebben,” zo is in het Living Planet-rapport van het Wereldnatuurfonds te lezen. “We zijn mogelijk ook de laatste generatie die het tij nog kan keren. De periode tussen nu en 2020 wordt een beslissend moment in de geschiedenis.”

“Natuurlijke systemen die van essentieel belang zijn voor ons overleven – bossen, oceanen en rivieren – blijven achteruitgaan”

Schot voor de boeg
Het WNF brengt het Living Planet-rapport elke twee jaar uit. Maar zelden waren de conclusies zo beklemmend als nu. Het rapport is gevuld met angstaanjagende cijfers en ademt urgentie. “Dit rapport is een waarschuwend schot voor onze boeg,” aldus Carter Roberts, directeur van het WNF in de VS. “Natuurlijke systemen die van essentieel belang zijn voor ons overleven – bossen, oceanen en rivieren – blijven achteruitgaan. Wilde dieren wereldwijd blijven het moeilijk hebben. Het herinnert ons eraan dat we van koers moeten veranderen. Het is tijd dat we onze consumptie in balans brengen met wat de natuur nodig heeft en de enige planeet die we ons thuis kunnen noemen, beschermen.”

Zoet water
In het rapport is te lezen dat wilde dieren het wereldwijd bijzonder moeilijk hebben. Gemiddeld zijn hun populaties sinds 1970 zo’n 60% kleiner geworden. Met name populaties in regenwouden en zoet water worden hard getroffen. Zo zijn populaties wilde dieren in rivieren, moerasgebieden en delta’s gemiddeld met 83% ingestort. Het is te herleiden naar overbevissing, landbouw en vervuiling. In regenwouden is de houtkap een groot probleem. Als voorbeeld haalt het WNF de Amazone aan: in vijftig jaar tijd is maar liefst 20% van dit beroemde regenwoud verdwenen. Het heeft vanzelfsprekend grote gevolgen voor de talloze soorten die in dit woud leven.

“Hoeveel soorten kunnen nog verzwakken, zonder dat het systeem bezwijkt?”

Uitsterven
Naast aantasting van natuurlijke leefgebieden hebben dieren ook te lijden onder jacht en stroperij en klimaatverandering. En menig soort wordt het allemaal teveel; volgens het Living Planet-rapport sterven soorten momenteel 100 tot 1000 keer sneller uit dan in de periode voor wij mensen een vernietigend stempel op onze aarde drukten, het geval was. Het verdwijnen, maar ook verzwakken van soorten, is een groot probleem, zo benadrukt Kirsten Schuijt, directeur van het WNF in Nederland. “Biodiversiteit is als een houten blokkentoren. Als je er telkens één blokje uittrekt kan de toren lang blijven staan. Maar een blokje teveel en het bouwwerk stort in. Zo halen we nu ook voortdurend blokjes uit de natuur. Hoeveel soorten kunnen nog verzwakken, zonder dat het systeem bezwijkt?”

Aanpakken
Bewustwording van het probleem is stap één. De volgende uitdaging? Het probleem aanpakken. En dat laatste is heel goed mogelijk, zo weten we uit ervaring. De laatste jaren zijn verschillende diersoorten die het echt heel moeilijk hadden – denk aan de reuzenpanda en de berggorilla – in iets rustiger vaarwater beland doordat mensen maatregelen hebben getroffen die gericht zijn op de bescherming en instandhouding van deze soorten. Als we willen, kunnen we het tij keren. Dat kan dicht bij huis, door duurzamere keuzes te maken. Maar het zal ook op mondiaal niveau anders moeten. “Als wij de oorzaak zijn van natuurverlies, kunnen we de trend ook ombuigen,” aldus Schuijt. “Dat vraagt om duurzame keuzes op het gebied van voedsel, energie en grondstoffen. Iedereen kan daar op zijn manier aan bijdragen.”

De komende jaren moeten we doorpakken om klimaatverandering en de gevolgen daarvan te beperken. Afbeelding: robynm / Pixabay.

Haast
Als we het tij willen keren, zal dat echter de komende jaren moeten gebeuren. Het WNF trekt die conclusie, aangezien wereldleiders in de genoemde periode cruciale beslissingen moeten nemen die gaan over het klimaat, biodiversiteit en duurzame ontwikkeling. Zo wordt er de komende jaren opnieuw gekeken naar de Convention on Biological Diversity en UN Sustainable Development Goals. Ook moet het Parijse klimaatakkoord in de genoemde periode handen en voeten krijgen. Door op hoog niveau ambitieuze doelen te stellen die wereldwijd ook daadwerkelijk worden nagestreefd en waarbij de voortgang regelmatig gemonitord wordt, kan het tij gekeerd worden.

En het WNF is duidelijk: niemand is gebaat bij de achteruitgang die we nu zien. Ook wij mensen niet. “Het gaat niet alleen over het veilig stellen van de toekomst van tijgers, panda’s, walvissen en de geweldige diversiteit aan leven op de aarde,” aldus Marco Lambertini, directeur-generaal van het WNF. “Het is veel groter dan dat. Ons alledaagse leven, onze gezondheid en ons levensonderhoud is afhankelijk van een gezonde planeet. Er kan geen gezonde, gelukkige en welvarende toekomst voor mensen zijn op een planeet met een gedestabiliseerd klimaat, uitgeputte oceanen en rivieren, aangetast land en lege bossen.”