Kortgeleden woedde er een discussie op de community van 23andMe, het bedrijf waar ik mijn DNA heb laten vaststellen met het oog op mijn ‘deep ancestry’. Het onderwerp: verschilde de Neanderthaler eigenlijk wel zoveel van de anatomische moderne mens? In de Amerikaanse (politieke) media wordt er nogal eens met modder naar elkaar gesmeten, waarbij de één de ander regelmatig uitmaakt voor Neanderthaler. Waarmee gezegd wil worden: alles wat zo’n beetje onbehouwen en primitief is. Helaas is de discussie op 23andMe gesloten, omdat het aanwakkerende vuurtje in de discussie in verband werd gebracht met racisme. Erg jammer, omdat in het topic veel informatie werd gedeeld over de verschillen tussen Neanderthaler en anatomische moderne mens. Volgens veel leden (en wetenschappers) leken Neanderthalers qua gedrag veel op de anatomische moderne mens. Zoek de verschillen!

Een groep Neanderthalers bij een kampvuur.

Een groep Neanderthalers bij een kampvuur.

Het misplaatste ‘superioriteitscomplex’
Dat primitieve, onbehouwen beeld van de Neanderthaler is al vanaf het begin neergezet na de eerste vondst van onze naaste mensensoort in Duitsland in 1856. Blijkbaar bestond er een sterke behoefte om onszelf, als anatomische moderne mens, uniek te vinden en ons boven hen te plaatsen. Zelfs anno 2015 geloven velen nog steeds dat Neanderthalers dom waren, zoals ook blijkt uit bovenstaande anekdote. Hoogleraar Wil Roebroeks bracht in 2014 samen met Paola Villa een veelbesproken artikel uit, waarin ze spreken van het ‘Modern human superiority complex’. Deze superioriteit van de anatomische moderne mens (AMH) zou volgens de overheersende opinie tot het verdwijnen van de Neanderthaler hebben geleid. Roebroeks en Villa keken in het bestaande archeologisch archief naar onderwerpen als taal, jachtmethoden, organisatie van de kampementen, het vermogen tot innoveren, de grootte van de sociale netwerken en ook vuurgebruik. Hun conclusie: “We hebben geen bewijzen gevonden dat Neanderthalers technologisch, cognitief of sociaal ondergeschikt waren aan de anatomische moderne mens.” Wetenschappers dachten altijd dat de anatomische moderne mens de Neanderthaler uitroeide, maar dit hoeft niet zo te zijn. Neanderthalers waren immers net zo slim. Waarom zijn ze dan uitgestorven?

De schedel van een Neanderthaler

De schedel van een Neanderthaler

Enorme verspreiding in tijd en plaats
Neanderthalers liepen – tot 30.000 jaar geleden – honderdduizenden jaren op de aardbol rond. Één van de oudste en spectaculairste vondsten is gedaan in het noorden van Spanje, in Atapuerca. In een kleine grot, genaamd Sima de Los Huesos (‘grottenput’) werden de botten van minstens 28 Neanderthalers aangetroffen. De ouderdom van deze proto-Neanderthalers wordt inmiddels geschat op ongeveer 400.000 jaar. De groep bestaat uit jongvolwassenen, waardoor het een raadselachtige vondst is. Het is bovendien gissen wat er toch met ze gebeurd is. Waarom zijn ze tegelijkertijd gestorven? Tot voor kort dacht men trouwens dat Neanderthalers Europeanen waren. Maar inmiddels is duidelijk dat hun verspreidingsgebied tot diep in Azië lag, met name het Altaï-gebergte in Siberië. Ook in het Midden-Oosten zijn fossiele resten van Neanderthalers gevonden. Inmiddels is de heersende opinie zelfs dat centraal-Azië het kerngebied van Neanderthalers was, en niet Europa.

Krijn de Neanderthaler was een streekgenoot van ons
Ook in Nederland zijn sporen van Neanderthalers gevonden in de vorm van gereedschappen. De meeste van deze indirecte bewijzen van hun aanwezigheid liggen in de buurt van Maastricht. Toch leefden Neanderthalers mogelijk ook in het midden en oosten van ons land. Tot ongeveer tien jaar geleden was hier nog nooit een direct bewijs aangetroffen, zoals een bot, maar dit veranderde toen een schelpenzuiger tien kilometer voor de Zeeuwse kust een stukje schedel vond. Dit fragment werd onderzocht door wetenschappers van het Max Planck instituut in Leipzig. Zij konden bewijzen dat dit stukje schedeldak van een Neanderthaler was die daar 40.000 tot 50.000 jaar geleden rondliep. Krijn, want zo werd hij genoemd, kón daar rondzwerven, omdat in die periode de bodem van de Noordzee drooglag. Nederland was toen dus verbonden met Engeland. Daarnaast was het heel erg koud, maar dit bleek een voordeel. Neanderthalers konden zich goed afstemmen op het toendra/steppen-klimaat.

Op deze barre vlaktes liep veel groot wild rond, waaronder mammoeten. Er is veel bewijs dat Neanderthalers met succes op hen jaagden. Zo is in het oosten van Duitsland een zeer grote slachtplaats van 120.000 jaar oud gevonden met afval en vlees van mammoeten en andere grote dieren. Lange tijd dacht men dat Neanderthalers uitsluitend carnivoren waren, maar inmiddels is wel duidelijk dat (zeker latere) Neanderthalers plantaardige producten op hun menu hadden staan; net als AMH kenden ze een gevarieerd menu. Ook dachten wetenschappers dat Neanderthalers niet konden praten en dat zij daarin achterbleven bij AMH, maar ook dit is inmiddels weerlegd door genetisch onderzoek. Veel veronderstelde verschillen tussen AMH en de Neanderthaler zijn aan het vervagen of verdwijnen.

neanderthaler

Wat onderscheidde hen dan wel van ons?
Waren er dan helemaal geen betekenisvolle verschillen (in gedrag)? Ik vroeg dit aan een expert, te weten Marie Soressi die nu is verbonden aan de vakgroep Human Origins in Leiden. Ze hoeft niet lang na te denken over mijn vraag. Er zijn volgens haar nooit overtuigende bewijzen gevonden dat Neanderthalers sieraden gebruikten maar bij AMH wel. Vanaf 40.000 jaar geleden, toen de anatomische moderne mens zich vestigde in Europa, zijn er systematisch bij hun nederzettingen versierselen c.q. ornamenten gevonden. Zoals ook in Zuid-Afrika: in een grottenstelsel bij Blombos werden dergelijke kunstzinnige uitingen gevonden van meer dan 70.000 jaar oud, waarbij gebruik werd gemaakt van schelpen. Die werden zorgvuldig geselecteerd op een strand, waarna ze over een afstand van 20 kilometer werden meegenomen naar genoemde grot. Dáar werden er kralenkettingen van gemaakt. Langdurig onderzoek toonde aan hóe de kettingen in elkaar werden gezet en eruitzagen.

Versierselen
Misschien gebruikten Neanderthalers ook versierselen, te denken valt bijvoorbeeld aan de vondst van adelaarsklauwen, maar Marie zet hier vraagtekens bij. Met name de archeologische context waarin het ornament ooit werd gevonden is namelijk uit beeld geraakt. Bovendien is vooralsnog niet goed aan te tonen dat die inkervingen daar terecht zijn gekomen met de vooropgezette intentie om de klauwen als versiersel te gebruiken. Daarvoor zou je net zo’n uitgebreid (simulatie)onderzoek moeten doen als met de Blombos kralen. Hier lijkt mij het adagium van de paleoantropologen op te gaan waarover ik het in mijn vorige artikel al had: “Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Het belangrijkste punt is dat de kunstvoorwerpen binnen de AMH-gemeenschap een duurzame functie leken te hebben: het uitdragen van je identiteit. Een sierraad kan aangeven dat ik een vrouw ben en tot die familie of clan behoor. De duurzaamheid zit ‘m in het feit dat een sierraad doorgegeven kan worden van (groot)moeder naar (klein)kind. Dit wijst – naast een besef van identiteit – op een ontwikkelde vorm van zelfbewustzijn.

Niet meer denken in termen van superioriteit of inferioriteit
Wat vindt Marie van het feit dat Neanderthalers gemiddeld een wat grotere hersenomvang hadden dan de anatomische moderne mens? Was de Neanderthaler intelligenter? Of niet? Een mogelijke verklaring is de grotere lichaamsomvang waarin grotere hersenen passen. Dan komen we snel uit bij de discussie over ‘survival of the strongest’, waarbij AMH (ondanks die iets kleinere hersenomvang) als eindwinnaar uit de bus is gekomen. Volgens Marie kwam het classificeren in termen van superioriteit en inferioriteit aan het eind van de vorige eeuw op. Ze ziet ook een verband met de toenmalige tijdgeest waarin bijvoorbeeld yuppies en het Thatcherisme konden floreren. Marie was één van de eersten die tegengas gaf. Zo kon ze aantonen dat Neanderthalers zeer goed konden plannen en daarin niet inferieur waren aan AHM. “Ik vind classificatie zinloos, omdat het ons hindert objectiever naar onszelf en Neanderthalers te kijken.”

Een moderne versie van het gereedschap dat de wetenschappers in het zuidwesten van Frankrijk aantroffen. Afbeelding: Museum Victoria.

Een moderne versie van het gereedschap dat de wetenschappers in het zuidwesten van Frankrijk aantroffen. Afbeelding: Museum Victoria.

Interacties tussen Neanderthalers en AMH
Ik vraag Marie tot slot naar interacties tussen AMH en Neanderthalers in Europa. Ze geeft aan dat er sterke aanwijzingen zijn dat Neanderthalers bewerkingstechnieken van gereedschappen overnamen van de anatomische moderne mens. Het gaat hier vooral over het namaken van eindproducten, die door de anatomische moderne mens zijn achtergelaten tijdens de jacht of zwerftochten. Dit betekent dat het contact waarschijnlijk niet zo goed was dat onderling kennis werd uitgewisseld. Er is trouwens ook bewijs dat AMH een stuk gereedschap van de Neanderthaler in gebruik nam. Marie Soressi zelf heeft aangetoond dat de lissoir – een stukje gereedschap om huiden mee te bewerken – al door Neanderthalers in Europa werd gebruikt, voordat de anatomische moderne mens daar op het toneel verscheen.

De laatste vraag is natuurlijk of Neanderthaler en de anatomische moderne mens seksueel contact hadden. “Ja, er is stevig bewijs dat er seksueel contact was waar levensvatbare kinderen uit voortkwamen”, zegt Soressi. Wel zijn er sterke aanwijzingen dat alleen de meisjes vruchtbaar waren (en zich konden voortplanten), maar de jongens dus niet. Het blijft gissen hoe die interacties verliepen. Waren die vijandig van aard? Bijv. het stelen van vrouwen en zelfs het vermoorden van mannen? Of verliep geslachtsgemeenschap heel vreedzaam en was er sprake van wederzijdse aantrekkingskracht en nieuwsgierigheid? Het is allemaal mogelijk. Volgens Marie is dit dé puzzel. Ze hoopt daarom graag onderzoek hiernaar te doen, al zal het lastig zijn om antwoorden te vinden.

Er valt veel te ontdekken nu ik bezig ben met de zoektocht naar mijn oorsprong. De volgende keer wil ik dieper op het fascinerende gebied van de eerste kunst ingaan en wat die voor de (sociale) ontwikkeling van de mens betekende.