De eerste keizer van de Chinese Qin-dynastie, Qinshihuang, kreeg na zijn dood meer dan 600 stenen paarden mee in zijn graf. De 520 die zijn strijdwagens moesten trekken, hebben wel een penis, maar geen testikels. Het lijkt er dan ook op dat het in die tijd heel normaal was om paarden te castreren.

Archeoloog Yuan Jing bestudeerde de 600 paarden van Qinshihuang. Van al deze exemplaren hebben slechts 116 cavaleriepaarden hun testikels nog. Volgens Yuan vertellen de beelden ons iets over hoe de oude Chinezen met de dieren omgingen.

Alles wijst erop dat niet alleen de stenen paarden, maar ook de exemplaren van vlees en bloed vroeger gecastreerd werden. Ondenkbaar is dat niet. Er zijn ook bewijzen gevonden van de castratie van varkens. Op 3000 jaar oude schelpen staat beschreven hoe zo’n castratie uitgevoerd diende te worden.

Nader onderzoek naar skeletten uit de tijd van de Qin-dynastie moet nu uitwijzen of paarden hetzelfde lot als de varkens was beschoren.

De Chinese keizer Qinshihuang regeerde van 221 tot 201 voor Christus. Men vermoedt dat hij een stenen leger – inclusief de benodigde paarden – meekreeg zodat hij ook in het hiernamaals kon regeren. Het graf en het leger maakt deel uit van het werelderfgoed en is een grote toeristische attractie.