De gereedschappen zijn honderdduizenden jaren oud en mogelijk gemaakt door Homo heidelbergensis.

Een half miljoen jaar oude archeologische vindplaats nabij Sussex in Engeland biedt volgens onderzoekers ongekende nieuwe inzichten in het leven van een slecht begrepen uitgestorven menselijke soort. In een nieuwe studie troffen onderzoekers op deze plek oude gereedschappen aan. En niet zomaar wat werktuigen, maar de oudste van bot gemaakte gereedschappen waarmee onze verre voorouders zo’n 480.000 jaar geleden breedvoerig een paard slachtten.

Meer over de Homo heidelbergensis
Homo heidelbergensis is een uitgestorven mensensoort die tussen 500.000 en 200.000 jaar geleden op aarde rondliep. De Homo heidelbergensis is de laatste voorouder die de moderne mens, de Neanderthalers en de denisovamens gemeen hebben. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke H. heidelbergensis waren waarschijnlijk ietsje groter dan de mannelijke en vrouwelijke Neanderthalers. H. heidelbergensis kwam in een groot gebied voor en heeft zich zowel door Eurazië als Afrika verspreid. Een gunstig klimaat stelde de H. heidelbergensis waarschijnlijk in staat om de wereld te veroveren.

De archeologische vindplaats draagt de toepasselijke naam The Horse Butchery Site. Deze plek vertegenwoordigt één van de vele vindplaatsen die in de jaren tachtig en negentig nabij het plaatsje Boxgrove in Sussex werden opgegraven. Het is bovendien ook internationaal een heel belangrijk gebied, omdat hier de oudste menselijke resten van Groot-Brittannië zijn aangetroffen.


Paard
Het gebied werd zo’n half miljoen jaar geleden bewoond door een vrij onbekende mensachtige: de Homo heidelbergensis. En in de nieuwe studie slaagden de onderzoekers erin om één van hun sociale activiteiten zorgvuldig te reconstrueren. Het betreft een bijzondere aangelegenheid, waarin onze verre voorouders een paard slachtten en opaten. “Het is heel zeldzaam om een plek te onderzoeken zoals het is achtergelaten door een uitgestorven bevolking,” vertelt onderzoeker Matthew Pope. “In dit geval hadden ze zich geschaard rond het karkas van een dood paard. We zijn in staat geweest om de gebeurtenis bijna van minuut tot minuut te reconstrueren.”

Gereedschappen
Tijdens opgravingen stuitten onderzoekers op meer dan 2000 vlijmscherpe vuurstenen fragmenten. De archeologen begonnen aan een ambitieuze legpuzzel om de afzonderlijke vuurstenen stukjes in elkaar te zetten. En het team ontdekte dat de vroege mensachtigen grote vuurstenen messen of ‘vuistbijlen’ vervaardigden; vaak omschreven als het perfecte slagersgereedschap. “We stelden al vroeg vast dat er op de vindplaats minstens acht personen aanwezig waren die gereedschappen maakten,” zegt Pope.

Vuurstenen fragmenten. De afdruk van een oude menselijke knie is in de scherven bewaard gebleven. Afbeelding: UCL Institute of Archaeology

Uit gedetailleerd onderzoek naar de paardenbeenderen blijkt dat het dier niet alleen van vlees werd ontdaan, maar dat elk bot werd afgebroken met behulp van stenen hamers zodat het merg en het vloeibare vet eruit konden worden gezogen. Het paard blijkt volledig te zijn gebruikt, waarbij het vet, het merg, de inwendige organen en zelfs de gedeeltelijk verteerde maaginhoud een voedzame maaltijd vormden.


Botten
Maar het paard leverde meer dan alleen voedsel. Een gedetailleerde analyse van de botten wijst uit dat verschillende botten waren gebruikt als gereedschap. En dat is heel bijzonder. “Dit zijn enkele van de eerste niet-stenen werktuigen die ooit zijn gevonden,” onderstreept onderzoeker Simon Parfitt. “Ze zijn waarschijnlijk essentieel geweest voor het vervaardigen van de vuurstenen messen die in het wijdere Boxgrove-landschap te vinden zijn.”

Inzicht
Het betekent dat onderzoekers hier op één van de oudste van botten gemaakte gereedschappen zijn gestuit. En dat verschaft meer inzicht in de vrij onbekende Homo heidelbergensis. “De bevindingen leveren het bewijs dat vroege menselijke culturen de eigenschappen van verschillende organische materialen begrepen en hoe gereedschappen konden dienen voor het vervaardigen van ander gereedschap,” legt onderzoeker Silvia Bello uit. “De studie levert dan ook meer bewijs dat de vroege menselijke bevolking in Boxgrove cognitief, sociaal en cultureel verfijnd was.”

Sociaal
De onderzoekers veronderstellen dat de vindplaats mogelijk lang geleden een sociale plek voorstelde waar men samenkwam. Hier was er volop ruimte voor interactie, leren en het delen van gereedschap en ideeën. “Waarschijnlijk ging het hier om een hechte groep mensen,” zegt Pope. “Een gemeenschap van jong en oud die samenwerkten in een coöperatieve en zeer sociale manier.” De Horse Butchery Site in Boxgrove vertoont duidelijkere tekenen hiervan dan enige andere site die tot dusver in het archeologische archief is ontdekt.

Toch zijn er nog steeds vragen over de vindplaats onbeantwoord. Zo weten de onderzoekers nog niet waar de Boxgrove-mensen precies leefden en sliepen. Bovendien weten we eigenlijk ook nog niet hoe Homo heidelbergensis eruitzag. Die antwoorden zijn mogelijk te vinden op andere plekken in het uitgestrekte landschap dat onder het moderne Sussex bewaard is gebleven. “Dit onderzoek herinnert ons eraan dat we details van opmerkelijk intieme gebeurtenissen in een enorme kloof van tijd kunnen openbaren en tegelijkertijd ons begrip over deze mensen kunnen verbeteren,” besluit onderzoeker Barney Sloane.