pest

De Venetianen hadden heel concrete plannen klaar liggen om hun tegenstanders – de Ottomanen – hard te treffen.

Dat schrijven wetenschappers in dit paper. Ze baseren zich op brieven tussen de leiders van de republiek Venetië en een gouverneur in wat nu Kroatië is.

Bezetting
Tussen 1648 en 1669 bezetten de Ottomanen de stad Candia (nu bekend als Heraklion en gelegen in Griekenland). De stad was in die tijd in handen van de Republiek Venetië. De Ottomanen waren een geduchte tegenstander voor de Venetianen. Om deze tegenstander te verslaan, was enige creativiteit nodig, zo meent Lunardo Foscolo, gouverneur in dienst van de Republiek Venetië in wat nu Kroatië is. Samen met een arts – Michiel Angelo Salamon – bedenkt hij een plan en in 1649 legt hij het voor aan de leiding van de republiek.

Moraal
In de eerste brief die Foscolo aan de Venetiaanse autoriteiten stuurt, geeft hij aan dat zijn plan ongebruikelijk en bijzonder gewelddadig en in de ogen van het publiek moreel verwerpelijk is. Maar hij wijst erop dat het doel de middelen heiligt, niet alleen omdat de Ottomanen niet te vertrouwen zijn, maar ook omdat ze een ander geloof aanhangen.

Het idee
In een brief vertelt Foscolo dat Salamon in staat is om wat hij ‘de essentie van de pest’ noemt uit de milt, builen en puisten van de pestslachtoffers te halen en er vervolgens de vijand mee te besmetten. Ook over de wijze van besmetting heeft Foscolo nagedacht. Hij stelt voor om Albanese handelswaar waar de Turken dol op zijn – bijvoorbeeld kleding – met het goedje te besmetten. De Turken zullen de kleding kopen en dragen en vervolgens dodelijk ziek worden.

Brief terug
De leiders van de republiek vinden het een goed plan, zo blijkt uit een brief die de gouverneur in reactie ontvangt en willen dat Salamon het project gaat leiden. Salamon wil dat eigenlijk niet, maar geeft uiteindelijk toe.

Het kwam er niet van
Maar Salamon brengt het plan nooit tot uitvoering. De bezetting duurt immers nog achttien jaar, zo weten we nu. En de laatste brieven die de arts en de overheid met elkaar wisselen, stammen uit 1650/1651. Wat opvalt, is dat er steeds meer tijd tussen die brieven verstrijkt. “Het suggereert dat de autoriteiten hun interesse in de operatie verloren,” zo schrijven de onderzoekers. Diverse militaire en politieke gebeurtenissen leidden ertoe dat de Venetianen in de veronderstelling waren dat de Ottomanen zich binnenkort wel zouden terugtrekken. Mogelijk stelden ze de operatie daarom uit.

Zou het gewerkt hebben?
Maar zelfs als het plan tot uitvoering was gebracht, betwijfelen de onderzoekers of het zou hebben gewerkt. Ze wijzen erop dat de bacterie die de pest veroorzaakt – Yersinia pestis – maar kort buiten het lichaam van zijn gastheer kan overleven.

Het onderzoek geeft ons meer inzicht in wat mensen in de zeventiende eeuw over de pest wisten of dachten te weten. Ook blijkt dat de inzet van biologische wapens van alle tijden is. Het was ook zeker niet de eerste keer dat mensen op het idee kwamen om een ziekte in te zetten in de oorlogsstrijd. In de veertiende eeuw gebeurde dat ook al eens. De Mongolen bezetten toen de stad Kaffa. Tijdens de bezetting werden de bezetters getroffen door de pest. Daarop zorgden de Mongolen ervoor dat dode lichamen van pestslachtoffers in Kaffa belandden, waarop in de stad de pest uitbrak.