Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog vond er op Texel een bloederige Russenoorlog plaats, waarbij veel Duitse, Georgische én Texelaars om het leven kwamen. Een onvergetelijke tragedie.

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel Nazi-Duitsland de neutrale landen Nederland, België en Luxemburg aan. Volgens het Duitse aanvalsplan – “Fall Gelb” (“Plan Geel”) – moesten zoveel mogelijk vijandelijke vliegtuigen op de grond worden uitgeschakeld, en dat gebeurde ook met het vliegveld van Texel in de Eijerlandse Polder in het noorden van het eiland (tegenwoordig wordt dat vliegveld alleen voor pleziervluchten gebruikt). Na de capitulatie van het Nederlandse leger op 15 mei 1940 werd Texel – net als de andere Waddeneilanden en de gehele kuststrook – bezet door een relatief grote Duitse troepenmacht, om een Geallieerde landing te kunnen weerstaan. De Duitsers bouwden in de daaropvolgende jaren hun “Atlantikwall”, langs de Atlantische kusten van hun eigen land en van de bezette landen Noorwegen, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk. Op Texel werden diverse bunkers en artillerie-batterijen gebouwd, waaronder twee zware: één in de zuidwestelijke duinen, en één in de noordwestelijke duinen.

De vuurtoren Eierland is door de vele gevechten flink beschadigd.

De vuurtoren Eierland is door de vele gevechten flink beschadigd.

Sikhs en Ghurka's op Texel: daar moeten de inwoners van hebben opgekeken.

Sikhs en Ghurka’s op Texel: daar moeten de inwoners van hebben opgekeken.

1943-1945: Texel bezet door Duitsers en ‘vreemdelingen’
De bezettingsmacht op Texel bestond niet voortdurend uit uitsluitend uit Duitse militairen, maar ook uit vreemdelingen die eerder in Duitse krijgsgevangenschap hadden gezeten; die vreemdelingen behoorden tot “onderdrukte” etnische minderheden, zoals Brits-Indiërs (die gevochten hadden voor het Britse Rijk) en Georgiërs (die gevochten hadden voor de Sovjet-Unie). Zo werden er verschillende bataljons gevormd, die meestal bestonden uit 400 Duitsers en 800 vreemdelingen. Zo kwam er in medio mei 1943 een bataljon Brits-Indiërs naar Texel, bestaande uit Sikhs en Ghurka’s, met grote snorren en baarden, vaak met tulbanden om het hoofd; opvallende verschijningen uiteraard, en de meesten spraken Engels in plaats van Duits. Ze droegen nog hun woestijnuniformen met op de linkermouw de Duitse adelaar en de woorden “Freies Indien”. Na enige tijd vertrokken deze vreemdelingen weer. In medio september 1944 bereikte een soortgelijk vreemdelingenlegioen Texel, deze keer bestaande uit Kaukasiërs. Rond de jaarwisseling 1944-45 werden deze Kaukasiërs op Duits bevel weer van het eiland af gehaald; een viertal dook onder bij Texelaars. Op 10 januari 1945 arriveerde een bataljon van 800 Georgiërs op het eiland. Ze droegen Duitse wapens en uniformen met op de rechter mouw een embleem met het woord “Georgien”. Ze zouden drie maanden later in opstand komen tegen de Duitsers, maar dat wist toen nog niemand.

De hongerwinter van 1944-45
De winter van 1944-45 wordt in Nederland vaak de hongerwinter genoemd, vanwege de grote tekorten aan voedsel en brandstof. De problemen waren op het platteland doorgaans minder ernstig dan in de steden – vanwege de grotere voedselvoorraden op het platteland, en doordat er geen treinen meer reden voor niet-militaire doeleinden. Texel behoorde tot het relatief gelukkige platteland en sommige stedelingen werden hier opgenomen. Het eiland had al in eerdere oorlogsjaren extra Nederlandse inwoners van het vasteland opgenomen, bijvoorbeeld seizoensarbeiders die na het seizoen niet terug hoefden. De Texelse bevolking leed uiteraard wel onder de bezetting. Zo deporteerden de Duitsers in november en december 1944 ongeveer 600 “onbetrouwbare” Texelse mannen naar Drenthe, om als dwangarbeiders aan verdedigingswerken te werken. Omstreeks 1 april waren de meeste van hen weer terug op Texel, aan de vooravond van één van de grootste tragedies in de Texelse geschiedenis.

Maart/begin april 1945: Georgiërs beramen een opstand
Ondanks de Nazipropaganda wisten alle drie groepen op het eiland – Texelaars, Georgiërs en Duitsers – dat de oorlog ten einde liep en dat Duitsland zou verliezen. De Duitsers verwachtten ‘slechts’ krijgsgevangenschap, maar wat stond de Georgiërs te wachten? Als Sovjet-onderdanen zouden ze wellicht worden uitgeleverd aan hun moederland, en daar zouden ze als verraders worden beschouwd. Ze waren in Duitse dienst getreden om aan de verschrikkingen van de Duitse krijgsgevangenkampen te ontkomen, maar het is de vraag of de Sovjetautoriteiten daar begrip voor zouden tonen. Bovendien leek het Sovjetregime, wat betreft staatsterreur tegen de eigen bevolking, veel op het Naziregime. De 800 Georgiërs besloten al hun 400 Duitse “kameraden” van hun bataljon te vermoorden op een afgesproken nachtelijk tijdstip. De overige Duitsers op het eiland – waaronder de bemanningen van de batterijen – moesten daarna zo snel mogelijk uitgeschakeld worden.


Er is één film gemaakt over de Georgische opstand, namelijk de Vliegenierster van Kazbek uit 2010.

Nacht van 5 op 6 april 1945: begin van de Georgische opstand
De rebellie begon in de nacht van 5 op 6 april, om 1 uur ’s nachts; bijna 400 Duitsers van het 822ste bataljon werden in hun slaap met messen of bajonetten gedood. Maar het plan lukt niet helemaal; enkele beoogde Duitse slachtoffers ontsnapten omdat ze niet op hun gewone bed lagen, en wisten zelfs via de telefoon alarm te slaan; in de loop van 6 april kwamen er al nieuwe Duitse militairen uit Vlieland en Den Helder. De Georgiërs hadden de twee zware batterijen op Texel bij verrassing willen nemen, meteen na het doden van de 400 Duitsers, maar dat was nu volkomen onmogelijk geworden. Het is overigens twijfelachtig of inname van de batterijen haalbaar was geweest, als het gelukt was alle 400 Duitsers in het Georgische bataljon te doden. Beide batterijen hadden namelijk geen Georgische bemanningsleden, waren omgeven door prikkeldraad en waren over land via maar één weg te bereiken.

6 april – 20 mei 1945: oorlog zonder gevangenen te maken
De opstand was een volkomen verrassing, niet alleen voor de Duitsers, maar ook voor de Texelaars. Slechts twee leden van de Texelse verzetsbeweging waren op de hoogte, hoewel sommige Georgiërs in de voorgaande weken ook met andere verzetsmensen contact hadden gehad. Op de hectische ochtend van 6 april 1945 overlegden verzetsmensen met Georgiërs: sommige verzetsmensen namen wapens en munitie en sloten zich bij de Georgiërs aan. Sommige verzetsstrijders begonnen zelfs NSB-ers te arresteren en op te sluiten; ze gaven geen gehoor aan Georgische oproepen die NSB-ers te doden.

De Duitsers waren uiteraard woedend over de actie van hun Georgische ex-mede-soldaten, en richtten al hun artillerie op locaties waar Georgiërs vermoed werden. Uiteraard werden ook veel gebouwen en Texelaars geraakt. Duitsers noch Georgiërs maakten gevangenen; wie zich overgaf, werd gedood.

De meeste Georgiërs namen stelling in het noordelijke deel van het eiland, waaronder het vliegveld; ze hoopten op Geallieerde interventie, en hoopten dat geallieerde vliegtuigen op dat vliegveld zouden landen. Het is overigens niet helemaal duidelijk of de Georgiërs een geplande strategie volgden, of door de Duitsers naar het noorden werden verdreven – of een combinatie.

In de namiddag van 6 april arresteerde een Duitse eenheid 14 Texelaars, en vervoerden hen per vrachtwagen naar de Mokbaai en het zuidwesten om aldaar gefusilleerd te worden, als helpers van de Georgiërs – in werkelijkheid had er geen enkel onderzoek plaatsgevonden, en hadden de Texelaars pech dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren geweest. Vier van de veertien Texelaars wisten onderweg te ontkomen, maar de overige tien werden gefusilleerd. Vele jaren later, in 1972, stonden enkele betrokken Duitsers terecht in Oldenburg voor moord maar volgens de rechter kon slechts doodslag bewezen worden, en die aanklacht was al sinds 1965 verjaard.

De lijnen geven aan welk gebied de Georgiërs in handen hadden. Ze werden in enkele dagen naar het noorden gedwongen door de Duitsers.

De lijnen geven aan welk gebied de Georgiërs in handen hadden. Ze werden in enkele dagen naar het noorden gedwongen door de Duitsers.

8/9 april 1945: Engelandvaarders; Geallieerden hebben weinig interesse in Texel
Een groep Texelse verzetsstrijders besloot samen met enkele Georgiërs met de Texelse reddingsboot naar Engeland te varen, om de Geallieerden om hulp te vragen. Er moesten eerst enkele problemen opgelost worden. Ten eerste lag de reddingsboot vlakbij de vuurtoren en dus niet ver van de noordelijke zware batterij. Ten tweede lag de rails waarop de boot naar zee moest worden vervoerd onder het zand. In de nacht van 8 op 9 april 1945 gingen uiteindelijk tien Texelaars en vier Georgiërs aan boord, uiteraard buiten zicht van de Duitsers. De Texelaars droegen geen wapens; dan konden ze in geval van aanhouding door de Duitsers verklaren dat ze enkel op de vlucht waren voor het geweld, en daardoor hopelijk aan een wisse dood ontkomen. Edoch, de Georgiërs aan boord waren wel bewapend, en ze zouden zich bij een Duitse aanhouding ongetwijfeld verzet hebben. Toen de Georgiërs zeeziek werden, gooiden de Texelaars meteen alle wapens overboord! De boot bereikte veilig Engeland, waar de Texelaars en Georgiërs meteen gescheiden werden. De Texelaars werden uitgebreid verhoord, en pleitten intensief voor Geallieerde interventie, maar die is er nooit gekomen.

Gruwelijkheden
De Duitsers dreigden Texelse families met standrechtelijke executies en het platbranden van hun huizen als zij hulp boden aan Georgiërs. Zij voegden enkele keren de daad bij dat woord. In de weken na 6 april vonden vele gruwelijkheden plaats, zoals:
– soms werden gewonde Georgiërs (verzorgd door Texelaars) door Duitsers opgepakt en gedood, vaak op gruwelijke wijze.
– sommige gevangen Georgiërs moesten eerst hun eigen graf graven en hun Duitse uniformen uittrekken, alvorens doodgeschoten te worden.
– op één dag werden drie Texelaars door de Duitsers opgepakt op verdenking van hulp aan Georgiërs. Die verdenking klopte, maar de drie Texelaars wisten zich vrij te pleiten en werden vrijgelaten. Nog diezelfde dag werden ze alle drie verraden door een andere Texelaar, die misschien zwaar onder druk was gezet door een Duitse ondervraging; de drie werden opnieuw gearresteerd, naar Den Helder gebracht en alsnog gefusilleerd.

20 april tot en met 20 mei 1945: zuiveringen in het noorden
De Duitsers kregen al snel de overhand en heroverden langzaam maar zeker de gehele Eijerlandse Polder. Op 22 april heroverden ze de vuurtoren, het laatste Georgische steunpunt. Maar het noordelijk deel van het eiland was nog altijd levensgevaarlijk voor de Duitsers, want daar zaten nog altijd Georgiërs, die een guerilla voerden als sluipschutters. Die Georgiërs werden in het geheim door Texelaars van voedsel voorzien; andere Georgiërs vochten niet meer maar zaten ondergedoken bij Texelaars.

Het bloedvergieten ging – zij het op kleinere schaal – door na de Duitse capitulatie in Nederland op 5 mei en ook na de complete Duitse capitulatie op 8 mei. Ook op andere Waddeneilanden bleven de Duitse troepen bewapend tot de komst van de Geallieerden, maar nergens was de situatie zo grimmig – en soms zelfs dodelijk – als op Texel. De Duitsers op Texel lieten zich pas op 19 en 20 mei ontwapenen door de Geallieerde troepen die toen arriveerden. De opstand had voor velen de dood betekend, maar de bronnen spreken elkaar tegen over de aantallen; het moeten ruim 550 Georgiërs en ongeveer 100 Texelaars geweest zijn. Vooral het aantal Duitse slachtoffers is onduidelijk; in de eerste nacht van de opstand legden ongeveer 400 Duitsers het loodje, maar het is onduidelijk hoeveel Duitsers er later zijn gesneuveld. Vele – wellicht de meeste – overlevende Georgiërs zijn maanden later thuisgekomen; de westerse Geallieerden leverden ze uit aan de Sovjet-autoriteiten, maar vertelden erbij dat deze Georgiërs weliswaar in Duitse dienst waren getreden, maar ook tegen de Duitsers in opstand waren gekomen. De Georgiërs zijn thuisgekomen zonder verdere gevolgen voor hun verdere leven.

Georgische begraafplaats op Texel.

Georgische begraafplaats op Texel.

Alex Ritsema (1963) is in 1987 afgestudeerd als econoom en statisticus aan de Universiteit van Groningen. Sinds 1989 werkt hij in Deventer op Saxion Hogescholen – maar dat heeft weinig te maken met één van zijn grote hobby’s: het bezoeken en bestuderen van kleine eilanden, overal ter wereld. Hij heeft enkele Engelstalige boeken geschreven over eilanden en maritieme geschiedenis. Zijn eilanden-website is www.aworldofislands.com. Hij schreef eerder op Scientias.nl over de bijzondere geschiedenis van Ameland.