Al decennia praten we over het tegengaan van klimaatverandering, maar de uitstoot neemt nog altijd toe. En toch is er reden voor voorzichtig optimisme.

Tot die – misschien wel enigszins verrassende conclusie – komt klimaatonderzoeker Kiane de Kleijne als we met haar terugblikken op 2019 en de impact die we in dit jaar op ons klimaat hebben gehad. “Ik denk dat we dit jaar een verschuiving hebben gezien in het bewustzijn en de betrokkenheid van mensen. Zo zien we de vele klimaatstakingen overal ter wereld, is de klimaat-noodtoestand uitgeroepen in verschillende steden en landen, maar bijvoorbeeld ook door het Europees Parlement.”

Het klimaatrapport van 2018
Veel van deze maatregelen zijn in ieder geval deels te herleiden naar ‘The Special Report on 1,5°C‘ (kortweg SR1.5) dat in oktober 2018 verscheen en waar ook De Kleijne aan meeschreef. In het rapport – dat gezien kan worden als een vervolg op het Parijsakkoord, waarin landen wereldwijd afspraken te streven naar een opwarming van hooguit 2, maar bij voorkeur slechts 1,5 graad – geven onderzoekers kort gezegd antwoord op twee vragen: welke impact zou het hebben als de opwarming tot 1,5 graad Celsius beperkt blijft? En…hoe doen we dat? Het rapport loog er niet om. Zo stelden onderzoekers – na de effecten die een opwarming van 2 graden heeft vergeleken te hebben met de effecten die een opwarming van 1,5 graad heeft – dat het absoluut noodzakelijk is dat we de opwarming tot 1,5 graad beperken. Maar dat is alleen mogelijk als er op korte termijn ongeëvenaarde veranderingen in alle delen van de samenleving worden doorgevoerd. Het zeer duidelijke rapport en de daaruit voortvloeiende aanbevelingen resoneerden in de samenleving. “Ik was eigenlijk best wel onder de indruk van hoeveel aandacht het rapport heeft gekregen, zowel hier in Nederland als internationaal,” stelt De Kleijne. “En niet eens alleen direct nadat het rapport is uitgebracht – de uitkomsten van het rapport klinken door in vele discussies die worden gevoerd en heeft daarbij zeker een impact!”


Maar niet alleen in discussies klinkt het effect van dit klimaatrapport door. Op basis van het rapport zijn ook al concrete beslissingen genomen die het klimaat verder helpen. “Uit het IPCC SR1.5 kwam dat we – om de opwarming te beperken tot 1.5 graad – in 2050 wereldwijd netto nul CO2-emissies moeten hebben. Dit ligt ten grondslag aan de afspraak die regeringsleiders van de EU recent hebben gemaakt om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Zonder dat SR1.5 zou deze afspraak er denk ik niet zijn gekomen. En eigenlijk is het de landen best snel gelukt, om tot deze afspraak te komen! En op weg daar naartoe, gaat het er nu over de afgesproken 40% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990 op te schroeven naar 55% emissiereductie. Ook het nieuwe beleid van de European Investment Bank, dat een eind maakt aan het financieren van olie-, gas- en kolenprojecten na 2021, en juist inzet op hernieuwbare energie en innovatie, is gerelateerd aan dit klimaatneutraliteitsdoel van 2050. Het is van groot belang dat de EU dit voorbeeld stelt, zodat andere landen kunnen volgen. Dit is weer belangrijk voor de top van de EU en China die in september plaatsvindt, en waar wellicht weer afspraken gemaakt kunnen worden in aanloop naar de top van volgend jaar in Glasgow, die in het teken staat van het vergroten van de ambitie.”

Klimaatstaking
Hoewel politici in 2019 dus de nodige stappen hebben gezet die onze dichter bij een maximale opwarming van 1,5 graad in de buurt brengen, zijn velen nog lang niet tevreden met wat er op nationaal en internationaal niveau gebeurt. Dat bleek wel uit de talloze klimaatstakingen – veelal het werk van jongeren – die in 2019 wereldwijd plaatsvonden. “Het is fantastisch dat jonge mensen zo de straat op gaan en hun stem laten horen,” vindt De Kleijne. “Ik denk dat dit soort bewegingen zeker wel effect hebben op de beleidsvorming. Hiermee laat je als burger zien dat er draagvlak is voor een ambitieuzer klimaatbeleid.”

“De urgentie om de emissies naar beneden te krijgen, is hoog. Erg hoog.”

Uitstootreductie
Want dat het klimaatbeleid nog veel ambitieuzer moet worden, staat als een paal boven water. En dat haast geboden is ook. “De leus ‘12 years left to save the planet’ is bij iedereen nu wel bekend,” aldus De Kleijne, ook al wil ze hierbij wel een kanttekening plaatsen. “Dit is ongeveer het aantal jaar dat je met de huidige uitstoot door zou kunnen gaan voor we ons ‘koolstofbudget’ hebben opgebruikt, dat wil zeggen: de hoeveelheid CO2 die we nog mogen uitstoten om onder de 1.5 graad Celsius te blijven. Daarna zouden we dan netto nul emissies moeten hebben – maar dat kan natuurlijk niet van de een op de andere dag – daarom is het nu van uiterst belang dat emissies sterk gaan dalen. Het recentelijk uitgebrachte UNEP Emissions gap report 2019 komt uit om een daling van 7.6% van de emissies per jaar vanaf 2020 om 1.5 graad te ‘halen’- of 2.7% per jaar voor 2 graden. Dus eigenlijk hebben we helemaal niet 12 jaar, of 11, maar moeten we nu emissies reduceren.” Maar vooralsnog lijkt het erop dat de uitstoot alleen maar toeneemt en we ook in 2019 weer meer CO2 hebben uitgestoten dan in 2018. “De urgentie om de emissies naar beneden te krijgen is hoog. Erg hoog. Het is voor mij dan ook slikken als ik lees dat de verwachting is dat wereldwijd in 2019 weer wat meer CO2 is uitgestoten dan in 2018.” Maar opnieuw ziet De Kleijne een lichtpuntje. “Het Global Carbon Project heeft ingeschat dat, hoewel er een 0.6% stijging is van de fossiele brandstofemissies, het wel nog maar een derde van de groei is van voorgaande jaren. Dus, ik ben hoopvol dat dit wel een voorbode is van een reductie van emissies volgend jaar.”


Van Madrid naar Glasgow
De uitstoot neemt voor nu dus nog steeds toe. En inmiddels zitten we al op 1,1 graad opwarming ten opzichte van pre-industrieel niveau. De gevolgen van die opwarming beginnen zich ook steeds meer te openbaren. “Dit jaar hebben we weer hitterecords verbroken, cyclonen hebben hele steden verwoest, grote gebieden hebben te maken gehad met waterschaarste, andere gebieden met grote bosbranden. En dit wordt dus nog erger als het kwik verder stijgt – en volgens het SR1.5 is het verschil tussen de impact van 1,5 graad opwarming en 2 graden opwarming groot. Dus zo’n halve graad maakt veel uit!” Van de urgentie van het probleem is iedereen zo langzamerhand wel doordrongen. Maar tot concrete oplossingen die daadwerkelijk resulteren in het daadwerkelijk terugdringen van de uitstoot komt het op internationaal niveau elke keer toch niet. “Er is nog steeds een groot gat tussen waar de emissieverlagende beloften van landen (nationally determined contributions, kortweg NDCs) ons gaan brengen – ongeveer 3.2 graden opwarming in 2100 – en wat landen hebben beloofd in Parijs,” stelt De Kleijne. En ook dat is wel eens slikken voor klimaatwetenschappers. “Ik ben niet zo’n erg geduldig persoon, dus ik kan soms ongeduldig worden met al die feiten over urgentie in mijn hoofd, maar internationale afspraken maken, en consensus bereiken is een proces waar wel wat geduld voor nodig is. En uiteindelijk heb je zo’n consensus toch echt nodig. Gelukkig worden er ook wel degelijk stappen gezet, en volgend jaar, op de top in Glasgow, gaat het over het verhogen van ambitie – dus over het aanscherpen van de NDCs. Nu in Madrid is ook weer door de landen overeengekomen dat de urgentie hoog is, dat het gat tussen waartoe de NDCs leiden (3.2 graden) en wat is afgesproken in Parijs (ruim onder 2 graden, strevend naar 1.5 graad) snel moet worden gedicht en het van groot belang is dat landen de hoogst mogelijke ambitie tonen – dit is een aanloop naar de top van volgend jaar waar dit besproken zal worden.”

“Het was een jaar waarin ik de verontwaardiging in het publieke debat kon voelen”

2019 bracht ons op klimaatgebied misschien minder dan we gehoopt hadden, maar het afgelopen jaar biedt nog wel hoop. “Ik denk wel degelijk dat er veel is gebeurd in 2019 dat de goede kant op wijst. Het is wel het jaar geweest waarin burgers echt hun bezorgdheid hebben uitgesproken over de koers die niet snel genoeg verandert, al dan niet door de straten op te gaan, en door te pleiten voor een systeemverandering – en een systeemverandering is wat we nodig hebben. Het jaar waarin ook in Nederland de veranderingen zeer tastbaar waren tijdens onze zomermaanden, en waarin ik de verontwaardiging in het publieke debat kon voelen over wat de wereld verder nog te wachten staat. Het is ook het jaar geweest waarin we tot een klimaatakkoord en klimaatwet zijn gekomen; het jaar waarin we het met zijn allen hadden over vliegschaamte en treintrots, waarin we zagen dat er steeds meer vegetarische en veganistische opties in de winkels verschenen, waarin de Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg ‘TIME person of the year’ werd en waarin het onderwerp steeds hoog op de agenda bleef staan. Ik vestig mijn hoop dus op al deze veranderingen die je toch ziet in zo’n jaar, en dat zulke veranderingen elkaar kunnen versterken. 2020 wordt een belangrijk jaar, en ik richt hierbij mijn ogen op de EU, en hoop dat ze een sterke voortrekkersrol neemt dit jaar in aanloop naar de top in Glasgow – dan is het mogelijk dat ook andere grote spelers meekomen in het verhogen van hun ambitie.”

De pessimistische klimaatactivist zal zeggen dat 2019 opnieuw niet het jaar was waarin we het klimaat hebben gered. “Het gaat nog niet helemaal de goede kant op,” erkent ook De Kleijne. Maar net zoals we ons klimaat niet in één jaar tijd veranderd hebben, kunnen we het nu eenmaal ook niet in één jaar redden. “Dat had misschien dertig jaar geleden nog gekund, als het de landen toen was gelukt tot een goed akkoord te komen.” Maar dat is niet gebeurd. En daardoor zitten we anno 2019 met een behoorlijk probleem opgescheept. En 2019 was zonder meer het jaar waarin de urgentie van dat probleem doorsijpelde in de samenleving, waarin ook van onderaf de roep om verandering aanzwol en her en der de nodige maatregelen werden getroffen om het probleem aan te pakken. En wie weet, kijken we in de toekomst dan ook dankbaar terug op 2019: het jaar waarin de redding van het klimaat wel degelijk écht begon.