lijger

Geneticus Richard Goldschmidt dacht dat evolutie in sprongen verloopt door macromutaties die hoopvolle monsters produceren. Deze theorie werd snel afgedaan als onwaarschijnlijk. Nu keert het concept ‘Hoopvolle Monsters’ terug met hybridisatie als drijvende kracht.

In 1940 introduceerde geneticus Richard Goldschmidt het concept van ‘Hoopvolle Monsters’. Hij dacht dat graduele evolutionaire veranderingen niet verantwoordelijk konden zijn voor de enorme diversiteit aan soorten. Mutaties met grote effecten, zogenaamde macromutaties, leidden volgens hem tot grote veranderingen in de evolutie. Wanneer een dergelijke mutatie plaatsvindt, ontstaan er monsterlijke organismen, die mogelijk een toekomst (en dus hoop) hebben. Deze hoopvolle monsters zorgen voor een toename in diversiteit.

Krekster?

Lees ook de column van Noor Fiers over romances tussen verschillende soorten.

Hybridisatie
Recent onderzoek rond hybride soortvorming heeft het concept van ‘Hoopvolle Monsters’ nieuw leven ingeblazen (weliswaar zonder de macromutaties uit het originele model). Hybridisatie kan leiden tot uiterlijke kenmerken die buiten de normale variatie liggen. Dit fenomeen staat bekend als transgressieve segregatie. Enkele voorbeelden zijn de extreme grootte van kruisingen tussen leeuw en tijger(zoals Hercules op de foto bovenaan dit artikel), de unieke vormen en kleuren van hybride orchideeën en de mogelijkheid van hybride zonnebloemen om in extreme omgevingen te overleven.

Hopeloze Monsters
Het model van transgressieve segregatie gaat uit van heterosis: hybriden doen het beter hun ouderlijke soorten. Maar dit is natuurlijk niet altijd het geval. Vele hybriden zijn onvruchtbaar of kampen met fysieke moeilijkheden. Deze hopeloze monsters worden snel geëlimineerd door natuurlijk selectie. Toch blijven de voorstanders van transgressieve segregatie, zoals Michael Arnold, James Mallet en Loren Rieseberg, positief: een zeldzame hybride met uitzonderlijke capaciteiten kan aanleiding geven tot een nieuwe evolutionaire lijn. Hoop doet leven.

Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier.