Het lijkt wel of de tijd stil staat in het Hollandse ‘spookschip’ in de Baltische Zee. Maar daar komt wellicht verandering in.

Er zijn namelijk heel voorzichtige plannen om het Nederlandse ‘spookschip’ boven water te halen. Genoeg reden om Martijn Manders, hoofd van het maritiem programma van de Rijksoverheid voor het Cultureel Erfgoed (RCE), eens over het bijzondere schip aan de tand te voelen.

Wrak
Toen een Zweeds bedrijf in 2002 op zoek ging naar een vliegtuig van het Zweedse leger, stuitte het op een scheepswrak. Bij nader onderzoek in 2006, blijkt het om een compleet schip te gaan, dat nauwelijks is aangetast. Martijn Manders kreeg beelden toegestuurd en zag meteen dat het een zeventiende-eeuws, Nederlands fluitschip was. “Het is een prachtig schip en twee van de drie masten staan nog helemaal overeind” vertelt hij aan Scientias.nl.

De Vasa. De foto is gemaakt door Nick Lott (cc via commons.wikimedia,org)

Brak
Het wrak ligt op 130 meter diepte in de Baltische Zee en is nog helemaal intact. Dit komt doordat de zee brak is. “Dit betekent dat het water weinig zout bevat. Als gevolg hiervan leven er weinig schelpdieren zoals de paalworm. Dit zeedier eet normaal het hout van scheepswrakken op. Ook is er weinig stroming en zuurstof in de Baltische Zee, het zijn de ideale omstandigheden voor een schip om te overleven.” Toch zijn wel het touw en het zeil vergaan. “Die zijn opgegeten door bacteriën.” Het vinden van een onaangetast schip gebeurt wel vaker volgens Manders. “Ook in de Grote Meren op de grens tussen de Verenigde Staten en Canada en bij de Noordpool is er een grote kans, dat als een schip gevonden wordt, het nog helemaal intact is.” Zo werd de Vasa in 1961 geborgen en geconserveerd. “Dit Zweedse oorlogsschip zonk op 10 augustus 1628 in de haven van Stockholm. In opdracht van koning Gustaaf II Adolf werd het schip verlengd om meer kanonnen te kunnen plaatsen, maar de onderzijde van het schip was niet breed genoeg om dit met extra ballast te kunnen compenseren. Het schip was veel te zwaar en maakte slagzij.” Ook de Vrouw Maria zonk in de Baltische Zee en lijkt nog helemaal intact te zijn. “Dit was een Nederlands zeilschip dat op 9 oktober 1771 zonk ten gevolge van een storm. Zij kwam uit Amsterdam en had als eindbestemming Sint Petersburg en bevatte een schat aan schilderijen, bestemd voor de Hermitage. Catharina II van Rusland kocht 27 schilderijen van de hand van Hollandse meesters, zoals Gerrit Dou, Gabriel Metsu en Philips Wouwerman.” Omdat de lading mee ten onder is gegaan, wil Rusland het schip graag bergen. “Zij willen de schilderijen alsnog hebben en zijn druk bezig om de financiering rond te krijgen.”

De hoekman van het fluitschip, een typische Nederlandse koopman. Bron: RCE

Hoekman
Maar wat bevindt zich in het fluitschip waar Manders beelden van heeft gezien? Manders heeft wel een idee. “De dekplanken liggen los. Een schip met een los dek werd vaak gebruikt voor het vervoeren van hout.” Het team wil binnenkort met behulp van robots naar binnen gaan. “We weten hoe de buitenkant er uit zag van een fluitschip door middel van schilderijen. Maar van de binnenkant hebben we geen idee,” zegt Manders. De onderzoekers hebben inmiddels wel een idee van het symbool van het schip: de hoekman. Die is vorig jaar mei naar boven gehaald en is onderzocht door Manders en zijn team. “Het is een beeld van een Nederlandse koopman uit de laatste kwart van de zeventiende eeuw. Hij draagt een mantel, een zwarte jas met knopen, een rode hoed, een driekwart broek, puntschoenen en een omslagdoek. Daarnaast heeft hij lang, krullend haar. Het is de typische klederdracht van toen.” Uit onderzoek blijkt ook dat de kleur geel/oker voorkwam op het beeld en dat het verfmateriaal tevens uit de zeventiende eeuw stamt.

Mogelijk wordt het schip zelfs geborgen en tentoongesteld. “Maar dat is van latere zorg,” vindt Manders. “Wij willen nu eerst het schip onderzoeken en beschermen. Het bergen en conserveren kost namelijk veel geld en dat zou eerst uitgezocht moeten worden.” De hoekman wordt in de toekomst sowieso tentoongesteld.