Deze vijf beruchte presidenten van de Verenigde staten schokten de wereld. Van Andrew Jackson tot Ronald Reagan.

Volgend jaar is het weer zover: de bevolking van de VS mag naar de stembus. Aangezien Obama al twee ambtstermijnen heeft volgemaakt, zal er een nieuwe president gekozen worden. Dit betekent dat in 2016 de vijfenveertigste president zijn of haar opwachting zal maken in het Witte Huis. Dat is natuurlijk heel spannend voor de kandidaten, maar laten wij nou eens kijken naar de eerste vierenveertig presidenten. Elke president heeft goede en slechte beslissingen genomen tijdens zijn ambtstermijn. In dit artikel gaan we kijken wie de meest ‘beruchte’ presidenten van de VS zijn geweest en waarom ze zo berucht zijn geworden.

Berucht is een heel breed begrip dat in meerdere opzichten te gebruiken is. Zo kan een president berucht zijn bij zijn landgenoten, maar hij kan ook berucht zijn bij zijn politieke collega’s. Het zijn uiteindelijk de keuzes van een president die hem berucht maken. Hieronder zal aan de hand van vijf grote gebeurtenissen duidelijk worden welke presidenten de geschiedenis in zijn gegaan als ‘berucht’.

President Andrew Jackson

President Andrew Jackson

President Andrew Jackson
Al vanaf de tijd dat Europeanen voet aan land hebben gezet in wat nu de Verenigde Staten genoemd wordt, zijn er spanningen met de inheemse bewoners (indianen). De eerste president van Amerika, George Washington, wilde de indianen ‘beschaafd’ maken. Dit bestond uit: het bekeren tot het christendom, Engels leren en economische principes overnemen. Thomas Jefferson, de derde president van de VS, was eigenlijk de bedenker van de Indian Removal Act. Deze ‘Act’ werd pas geïmplementeerd door Andrew Jackson, de zevende president van de VS.

In 1830 tekende Andrew Jackson deze act. Dit hield in dat alle indianen in de gebieden Georgia, Tennessee, Alabama, North-Carolina en Florida moesten verhuizen. Dat land was namelijk zeer gewild door blanke katoentelers. De regering gebood, door het aannemen van de Indian Removal Act, de indianen te verhuizen naar een gebied aan de andere kant van de rivier Mississippi. Dat werd aangewezen als ‘indiaan gebied’. Het ging hierbij om verschillende inheemse stammen; Choctaw, Chickasaw, Seminole, Creek en Cherokee. Ondanks dat deze stammen als ‘beschaafd’ werden gezien door de Amerikanen, moesten ze toch verhuizen.

trail-of-tears

De Choctaw stam was in 1831 de eerste die de barre kruistocht moest maken. Duizenden indianen zijn tijdens deze toch om het leven gekomen. De leider van deze stam noemde de tocht een “spoor van tranen en dood”. In 1836 werd de Creek stam genoodzaakt om deze reis af te leggen. Van de 15.000 inheemse bewoners zijn er 3.500 omgekomen. De Cherokee stam was verdeeld over het besluit van de regering. Een deel vertrok vrijwillig, maar een groot gedeelte niet. Daardoor heeft de opvolger en partijgenoot van Jackson, Martin van Buren, in 1838 ingegrepen door meer dan 7.000 soldaten te sturen. Tijdens de kruistocht van de Cherokee stam zijn er meer dan 5.000 indianen gestorven.

De meeste personen zijn gestorven onder het bewind van president Andrew Jackson. De redenen voor het sterven waren onder andere voedselgebrek, (geketend) te voet de tocht afleggen en de vele ziekten die parten speelden tijdens de reis.

President Harry Truman

President Harry Truman

President Harry S. Truman
Het begon allemaal in 1939. De VS werd ingelicht door wetenschappers dat Nazi-Duitsland bezig was met het ontwikkelen van nucleaire wapens. Hierop verleende de regering, onder leiding van president Franklin Delano Roosevelt, financiële steun aan kernwapenontwikkeling. Dit project, waar veel bekende wetenschappers aan meewerkten, kwam bekend te staan als het ‘Manhattan Project’.

In de jaren daarna werd er in het geheim gewerkt aan de bouw van de atoombom. Hiervoor werden de stoffen uranium-235 en plutonium (Pu-239) gebruikt. Het team van wetenschappers werd geleid door J. Robert Oppenheimer, die ook wel de vader van de atoombom wordt genoemd. Zijn team bestond voornamelijk uit natuurkundigen en wiskundigen. De eerste test van een plutonium-bom werd gedaan op 16 juli 1945 op de Trinity testbasis in New Mexico. Deze test is bekend onder de naam Trinity.

Japan had tijdens de Tweede Wereldoorlog veel macht in hun eigen regio. Ondanks het verlies van Nazi-Duitsland, wilde Japan zich niet overgeven. Er werd een poging gedaan met de verklaring van Potsdam. Japan ging hier echter niet op in en weigerde de verklaring te ondertekenen. President Harry S. Truman voelde zich hierdoor genoodzaakt om orders te plaatsen voor het gebruik van de ontwikkelde atoombommen, ondanks moreel bezwaar van hooggeplaatste functionarissen en enkele teamleden van het Manhattan Project. De president wilde met deze zet zo snel mogelijk een eind maken aan de wereldoorlog.

Op 6 augustus 1945 werd de eerste atoombom gebruikt op Hiroshima. Deze uranium-235 bom staat bekend als ‘Little Boy’. De B29-bommenwerper die de bom vervoerde had de naam Enola Gay. Op 2.000 meter hoogte boven Hiroshima werd de atoombom tot ontploffing gebracht. Dit had desastreuze gevolgen: 90% van de stad werd weggevaagd en 80.000 mensen overleden ter plekke door de schokgolf en de hitte.

Doordat Japan zich niet overgaf na het bombardement op Hiroshima, zag de VS zich genoodzaakt om een tweede atoombom te gebruiken. Deze werd op 9 augustus 1945 gebruikt op de stad Nagasaki. De plutonium bom staat bekend als ‘Fat Man’. Aangezien Nagasaki in een dal ligt, waren de gevolgen iets minder ernstig dan bij Hiroshima. Het bombardement op Nagasaki werd uitgevoerd door een B-29 bommenwerper met de naam Bockscar. Tijdens dit bombardement kwamen in eerste instantie 40.000 mensen om het leven.

Na het tweede bombardement gaf Japan zich over. Maar de inwoners van Japan zullen dit deel van de geschiedenis nooit vergeten. In de tijd nadat de bommen gevallen waren, zijn veel mensen overleden door de straling. Dit wordt ook wel stralingsziekte genoemd. En zelfs nu zijn de gevolgen nog merkbaar. Zo hebben veel mensen last van genetische mutaties, wat ook effect heeft op het nageslacht. Kanker en miskramen komen ook beduidend vaker voor bij atoombomslachtoffers en hun nageslacht.

President Johnson

President Johnson

President Lyndon Baines Johnson
Van 1961 tot 1972 waren de Verenigde Staten verwikkeld in de oorlog in Vietnam. Tijdens deze oorlog vochten de Amerikanen zij aan zij met Zuid-Vietnam tegen Noord-Vietnam en dan voornamelijk het Vietcong-leger.
 Tijdens de termijn van president Lyndon B. Johnson is de situatie verslechterd. In het begin van de oorlog waren er 16.000 Amerikaanse soldaten actief in Vietnam, maar dit aantal steeg onder het bewind van Johnson naar 500.000 soldaten.

Deze maatregel kon niet op veel populariteit rekenen in de VS. Er zijn massale demonstraties gehouden tegen de oorlog.
 Een van de meest controversiële beslissingen van Johnson was het gebruik van herbiciden in Vietnam, onder de codenaam: Operation Ranch Hand. Deze herbiciden werden door vliegtuigen verspreid over gebied waar vermoedelijk Vietcong-strijders zaten, voornamelijk bossen en bij rivieren. Er is in totaal 19 miljoen liter verspreid over 4,5 miljoen hectare. De herbicide die het meest gebruikt en daarnaast het meest berucht is heet Agent Orange. Het heeft deze naam gekregen omdat de herbicide opgeslagen werd in een vat met een oranje streep. Er is tussen 1965 en 1970 in totaal rond de 12 miljoen liter Agent Orange gebruikt in Vietnam. De meestvoorkomende stof in Agent Orange is een vorm van dioxine: 2,3,7,8-tetrachloordibenzo-p-dioxine (TCDD).
 De gevolgen van Agent Orange waren enorm voor zowel de Vietnamezen als voor de veteranen. Er zijn 400.000 Vietnamezen overleden aan de gevolgen van Agent Orange. Daarnaast zijn er vele kinderen geboren met defecten en hebben nog meer Vietnamezen last van ziekten, waaronder kanker. Ook de Vietnamoorlog-veteranen hebben last van dezelfde condities, maar bij hen kwamen ook symptomen voor zoals PTSS en huiduitslag.

President Nixon

President Nixon

President Richard Milhous Nixon
Richard Nixon heeft geprobeerd twee ambtstermijnen te dienen als president van de Verenigde Staten. Rond zijn herverkiezing is echter een heel groot schandaal aan het licht gekomen. Dit schandaal staat bekend als ‘Watergate’.
 In mei 1972 werden mensen opgepakt voor een inbraak. Later bleek dat deze personen deel uitmaakten van het comité dat ervoor moest zorgen dat Richard Nixon herkozen zou worden als president. Zij hadden ingebroken in het gebouw van het comité van de democratische partij. Daar hebben ze uiterst geheime documenten gestolen en afluisterapparatuur geplaatst. De afluisterapparatuur werkte niet naar behoren, waardoor de groep in juni van datzelfde jaar terugkwamen. Beveiligers betrapten de inbrekers en schakelden meteen de politie in. 
De inbrekers konden niet gelinkt worden aan de president, maar vanaf het begin waren de vermoedens er dat Nixon betrokken was.

Watergate hotel

Watergate hotel

De president gaf in augustus een speech waarin hij beweerde onschuldig te zijn. Amerikaanse kiezers geloofden hem, waardoor hij in november herkozen werd als president. Daarna kwam echter aan het licht dat Nixon honderdduizenden dollars zwijggeld heeft betaald aan de inbrekers. Eén van de ergste dingen die de president daarna heeft gedaan om dit schandaal in de doofpot te stoppen is de CIA inschakelen om het onderzoek van de FBI te saboteren. Dit is een pure vorm van presidentiële machtsmisbruik. Nixon werd in verschillende rechtszaken beticht van afluisterpraktijken. Er werd zelfs beweerd dat hij gesprekken opnam die plaatsvonden in de Oval Office, de werkkamer van de president. Dit kon echter alleen bewezen worden als de tapes beschikbaar waren. In die tijd heeft Nixon een aantal van de tapes vrijgegeven. In 1974 werd Nixon gedwongen door de rechtbank om alle tapes te overhandigen. De ‘Tweede Kamer’ van de Verenigde Staten heeft ingestemd dat de president af moet treden, omdat hij aan machtsmisbruik deed en de rechtsgang belemmerde. Uiteindelijk trad Nixon af op 8 augustus 1974.
 Een saillant detail is dat de opvolger van Nixon, president Gerald Rudolph Ford, de afgetreden president gratie heeft verleend voor al zijn daden. Dit is niet in goede aarde gevallen bij de Amerikanen. Hierdoor zakte het vertrouwen in het politieke klimaat van de VS tot een dieptepunt.

President Reagan

President Reagan

President Ronald Wilson Reagan
In de jaren 80 van de vorige eeuw kreeg de VS te maken met een moeilijke periode in het Midden-Oosten. Aan het eind van de jaren zeventig werden er 66 Amerikanen gegijzeld op de Amerikaanse ambassade in Teheran. De vrouwen en Afro-Amerikanen werden snel daarna vrijgelaten. De rest van de 55 personen zijn 444 dagen gegijzeld geweest. 
Onder het bewind van president Ronald Reagan werden weer Amerikanen gegijzeld, dit keer in Libanon. De gijzelnemers waren leden van Hezbollah die trouw waren aan de leider van Iran. Aangezien Iran in een conflict verwikkeld zat met Irak, had Iran wapens nodig. Deze wapens wilden ze kopen van de Verenigde Staten. Reagan heeft toestemming gegeven voor deze geheime wapendeal. Hiermee hoopte de president dat hij tegelijkertijd met deze deal een einde kon maken aan de gijzeling van Amerikanen in Libanon.

Toen de wapens via Israël geleverd werden aan Iran, zijn uiteindelijk ook alle gijzelaars in Libanon vrijgelaten. 
Het geld dat de Verenigde Staten binnenhaalde met de wapendeal werd voor een groot deel doorgesluisd naar de contraguerrilla’s in Nicaragua. Ook leverde Amerika wapens aan de guerrilla’s. Zij waren de tegenstanders van de Junta-regering die toentertijd aan de macht was in Nicaragua. 
Deze affaire kwam pas in 1986 aan het licht, toen een Libanees tijdschrift berichtte over de wapen-gijzelaars deal. Het Amerikaanse congres wist niets van deze geheime afspraken met Iran of de contra’s in Nicaragua. Uiteindelijk stelde president Reagan een commissie samen om onderzoek te verrichten naar deze affaire. Zij kwamen tot de conclusie dat de president niet geweten kan hebben dat het geld aan de contrarebellen is overgemaakt.