Wetenschappers tonen aan dat een variant van het pokkenvirus onder Vikingen wijdverspreid was.

De pokken is een levensgevaarlijke ziekte, veroorzaakt door een virus uit het geslacht Variola. Het virus is enorm besmettelijk en doodde ongeveer een derde van de mensen die er door geïnfecteerd werden. En de mensen die een virusinfectie overleefden, liepen vaak permanente schade op. Ze werden blind of waren bedekt met opvallende littekens; achtergelaten door de kenmerkende blaasjes die zich na infectie op de huid vormden. Naar schatting eiste het pokkenvirus alleen in de twintigste eeuw al meer dan 300 miljoen(!) slachtoffers. Vandaag de dag komt de ziekte gelukkig niet meer voor; in de jaren zeventig werd een wereldwijde vaccinatiecampagne opgezet en niet lang daarna ging de virusziekte de boeken in als het eerste virus dat door de mens is uitgeroeid.

Vikingen
Wanneer het pokkenvirus – dat waarschijnlijk van dieren op mensen is overgesprongen – de mensheid voor het eerst trof, is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Historici vermoeden dat het een heel oude ziekte is, die mogelijk 10.000 jaar voor Christus al rondwaarde. Ze baseren zich daarbij onder meer op geschreven bronnen die ziekten en symptomen beschrijven die doen denken aan de pokken. Maar hard bewijs – in de vorm van duizenden jaren oude menselijke resten die getuigen van de ziekte – ontbreekt. Het oudste bewijs dat overtuigend aantoont dat het virus mensen trof, stamt uit de zeventiende eeuw.


Een nieuw onderzoek toont nu echter aan dat het virus lang daarvoor al rondwaarde. En wel onder Vikingen, die ongeveer 1400 jaar geleden leefden. En daarmee is het nieuwe bewijs voor de ziekte een slordige 1000 jaar ouder dan het oudste bewijs dat we tot voor kort kenden.

Het onderzoek
De onderzoekers baseren hun conclusies op een analyse van de resten van 1867 mensen die tussen 31.000 en 150 jaar geleden leefden. Ze zochten daarbij met name naar genetisch materiaal afkomstig van Variola-virussen. “We beginnen met menselijke resten – vaak een tand – en vermalen deze, waarna we er DNA aan onttrekken,” legt onderzoeker Martin Sikora aan Scientias.nl uit. “Het grootste deel van dit DNA bestaat uit een mix van moleculen afkomstig van het individu zelf en microbieel DNA afkomstig uit de aarde waarin het individu lag. Als een individu besmet was met een ziekteverwekker die op het moment van overlijden nog in de bloedbaan circuleerde, dan zal een klein deel van het totale DNA dat we aan de resten onttrokken hebben, afkomstig zijn uit het genoom van deze ziekteverwekker.” Bij dertien van de onderzochte individuen werd zo genetisch materiaal van een Variola-virus aangetroffen. En maar liefst elf van de dertien individuen behoorden tot de Vikingen.

Genetisch anders
Het Variola-virus dat deze Vikingen onder de leden hadden, is niet identiek aan het virus dat in de twintigste eeuw werd uitgeroeid. “We ontdekten dat het virus nauw verwant is aan de virusstammen uit de laatste pandemie,” aldus Sikora. “Maar er zijn ook genetische verschillen. Als we het hele genoom van de virussen met elkaar vergelijken, zien we dat ze 1 tot 2 procent van elkaar verschillen, oftewel dat er per 100 basenparen 1 tot 2 verschillen opduiken.” Het virus moet ook niet gezien worden als een voorouder van het pokkenvirus dat later miljoenen mensen het leven kostte. “In plaats daarvan delen ze een gemeenschappelijke voorouder die ongeveer 1700 jaar geleden voorkwam. De stammen die een dodelijke pandemie veroorzaakten, vertonen een aantal unieke genetische veranderingen die we niet zien in de stammen uit de periode van de Vikingen.”


De symptomen van de Vikingen
Hoe de pokkenvariant die onder de Vikingen voorkwam, zich precies manifesteerde, is lastig te zeggen. “We hebben natuurlijk geen direct bewijs voor de symptomen van de ziekte gevonden, maar we kunnen op basis van een vergelijking tussen het gereconstrueerde genoom en het genoom van moderne pokkenvirussen wel enkele voorspellingen doen,” vertelt Sikora. Zo blijkt in het virus dat de Vikingen teisterde een gen tot uiting te komen dat we ook zien in het moderne pokkenvirus en dat geassocieerd wordt met hoge koorts. “Het suggereert dat hoge koorts ook in de tijd van de Vikingen een symptoom van de ziekte was.” Daarnaast lijkt het niet ondenkbaar dat sommige Vikingen daadwerkelijk aan het virus bezweken; de bestudeerde Vikingen waarbij viraal DNA is aangetroffen moeten het virus immers op het moment van overlijden in hun bloed hebben gehad.

Wijdverspreid
Hoewel het virus slechts bij elf Vikingen is aangetroffen, concluderen Sikora en collega’s dat het wijdverspreid geweest moet zijn. “Wij ontdekten bewijs voor het virus in elf van de 500 individuen die uit dezelfde tijd en regio kwamen en door ons geanalyseerd zijn,” vertelt Sikora. Dat betekent dat zo’n 2 procent van de bestudeerde individuen met het virus in aanraking is gekomen. In werkelijkheid ligt dat percentage ongetwijfeld veel hoger, zo stelt Sikora. Zo kunnen onderzoekers het virale DNA 1400 jaar na data alleen opsporen als mensen het virus op het moment van overlijden in de bloedbaan hebben. Ook moet er behoorlijk wat viraal DNA in het bloed zitten, wil men het virus kunnen detecteren. En tenslotte moet het DNA dan ook nog goed bewaard zijn gebleven. “Rekening houdend met al die uitdagingen is 2% een opmerkelijk percentage en verwachten we dat het virus wijdverspreid was.”

“Net zoals mensen die vandaag de dag de wereld rond reizen COVID-19 snel verspreiden, is het waarschijnlijk dat de Vikingen de pokken verspreidden”

Verspreiding
En als het virus wijdverspreid onder Vikingen voorkwam, moeten zij het tijdens hun reizen ook wel door Europa hebben verspreid. “We wisten al dat de Vikingen door Europa en daar voorbij reisden en nu weten we dat ze de pokken hadden,” aldus onderzoeker Eske Willerslev. “Net zoals mensen die vandaag de dag de wereld rond reizen COVID-19 snel verspreiden, is het waarschijnlijk dat de Vikingen de pokken verspreidden.”

Evolutie
Het onderzoek geeft meer inzicht in de evolutie van de Variola-virussen. “Er zijn verschillende manieren waarop virussen divergeren en muteren tot mildere of gevaarlijkere virusstammen,” stelt onderzoeker Barbara Mühlemann. “Dit (onderzoek, red.) geeft significant meer inzicht in de stappen die het Variola-virus tijdens zijn evolutie zette.”

En dat is niet alleen nuttig voor een beter begrip van het verleden, maar kan ook van pas komen in de toekomst. “Door deze oude virussen te bestuderen, kunnen we meer te weten komen over virusstammen die ooit in staat waren om mensen te infecteren en een catalogus opbouwen met daarin de genetische veranderingen die de verspreiding en ernst van de ziekte mede mogelijk maakten. Daarnaast toont onze studie nog eens aan dat virussen afkomstig van dieren menselijke populaties door de geschiedenis heen – en veel eerder dan gedacht – troffen en dat de huidige uitbraak van het coronavirus daar slechts weer een ander voorbeeld van is. We zouden andere pokkenvirussen die momenteel in een breed scala aan dieren circuleren – neem bijvoorbeeld het Monkeypox-virus – nauwgezet moeten monitoren. En dankzij ons onderzoek hebben we nu een eerste glimp opgevangen van de genetische veranderingen waarnaar we daarbij moeten uitkijken.”