Het beeld blijkt niet alleen ouder, maar ook minder bloederig te zijn dan voorheen gedacht.

Pachacamac is volgens de mythologie van de Inca’s een grote godheid die de aarde schiep. En het afbeelden van goddelijke scheppers is door de eeuwen heen een standvastige praktijk gebleken. In 1938 stuitten onderzoekers op een grote uitgehouwen paal die Pachacamac voorstelt. Op het beeld zitten verschillende vlekken die tot op heden nog niet waren thuisgebracht, waaronder een opvallende rode veeg. Was dit het overblijfsel van bloed van ceremoniële offers? In een nieuwe studie besloot een onderzoeksteam het beeld goed onder de loep te nemen om korte metten te maken met een aantal mysteries omtrent het prachtige beeld.

Pachacamac-beeld
“Het Pachacamac-beeld wordt beschouwd als de materiële weergave van een van de belangrijkste godheden in de Inca-cultuur,” vertelt onderzoeker Marcela Sepulveda aan Scientias.nl. “Pachacamac werd onder andere gezien als de schepper van de aarde en de god van de aardbevingen. De Inca-keizer reisde zelfs naar de gelijknamige bedevaartsplaats in Peru af om daar de schepper te eren.” Op de paal zijn drie duidelijke taferelen afgebeeld. “Het bovenste gedeelte bestaat uit twee naar voren gerichte menselijke figuren die naast elkaar staan,” legt Sepulveda uit. “De eerste draagt een veren hoofdtooi met overblijfselen van de kleuren rood en geel. De tweede draagt een slangenhoofdtooi met sporen van rood en wit. Op het midden van de paal staan meerdere menselijke figuren, dieren met menselijke hoofden en andere dieren (katachtigen met gevlekte huiden en tweekoppige slangen) en geometrische motieven afgebeeld. Ook hier zijn sporen van rood en geel te vinden. Het onderste segment is niet versierd en is mogelijk het onderdeel dat in een voetstuk werd gestoken.”


De Pachacamac-paal. Op de laatste foto wijzen de rode pijlen de rode pigmenten aan die kwik bevatten. Afbeelding: Marcela Sepulveda/Rommel Angeles/Museo de sitio Pachacamac

In de 16e eeuw troffen Spaanse ontdekkingsreizigers de bijzondere paal in Peru aan. Maar heel blij werden zij er niet van. Het plan werd zelfs gesmeed om het beeld te vernietigen. “Ze konden niet begrijpen dat mensen dit soort goden vereerden,” legt Sepulveda desgevraagd uit. “Spanjaarden stelden het beeld dan ook gelijk aan de duivel. Ze begrepen deze andere religie gewoon niet.” Hoewel het waarschijnlijk de bedoeling was dat het beeld werd verwoest, heeft deze het op een of andere manier toch overleefd. En dat stelt onderzoekers nu voor een nieuw mysterie: want wat zijn toch die kleuren die op het beeld zijn aangetroffen?

Bloed… of toch niet?
Dankzij geavanceerde technieken voerden de onderzoekers grondige analyses uit. Ze vonden sporen van drie pigmenten: rode, gele en witte kleuren. “De rode sporen waren eerder geïnterpreteerd als bloedplekken,” vertelt Sepulveda. Maar door de chemische samenstelling van het pigment te onderzoeken, komen de onderzoekers nu ineens tot een hele andere conclusie. De analyse toont namelijk aan dat het rood geen bloed is, maar kwik, ongetwijfeld afkomstig van cinnaber; een mineraal waarvan bekend is dat het al meer dan 2000 jaar in de regio voorkomt. De plekken waar cinnaber gewonnen kan worden, liggen echter op grote hoogte en zijn zeker 400 kilometer verwijderd van de bedevaartsplaats Pachacamac. Het betekent dat het beeld opzettelijk werd geschilderd met pigmenten afkomstig van verafgelegen oorden waarschijnlijk om de economische en politieke macht te onderstrepen. “We waren verrast om te zien dat men destijds cinnaber voor het beeld gebruikte,” zegt Sepulveda. “Dit soort pigment is zeldzaam en werd alleen op specifieke momenten gebruikt, bijvoorbeeld bij rituelen en begrafenissen en voor bepaalde sociale groeperingen zoals de elite of krijgers. Niet iedereen kon er zomaar aan komen.”

Andere kleuren
Rood was echter niet de enige kleur die werd aangetroffen op de paal. Zoals gezegd werden er op sommige hoofdtooien en figuren ook wit en geel ontdekt. Waar deze kleuren van gemaakt zijn, is nog onbekend. “We hebben wel de chemische elementen geïdentificeerd, maar nog niet de specifieke mineralen,” zegt Sepulveda. Daarvoor willen de onderzoekers nog andere analytische technieken gaan inzetten.

Oud
Naast het thuisbrengen van de verschillende aangetroffen kleuren, is het onderzoekers dankzij koolstofdatering ook gelukt om de precieze leeftijd van het beeld te bepalen. “Niet alleen over de kleuren, maar ook over de leeftijd van het beeld werd gedebatteerd,” zegt Sepulveda. De bevindingen zijn interessant. De paal blijkt namelijk rond 731 na Christus te zijn gemaakt. Het betekent dat niet de Inca’s, maar de Wari-cultuur het beeld heeft opgezet. “De cultus van dit idool bestond dus al vóór de Inca’s,” benadrukt Sepulveda. De Wari heersten ruim duizend jaar geleden in een grote regio in het huidige Peru. Zij waren de laatste dominante cultuur in de Andes tot de opkomst van de Inca’s. De bevinding bevestigt dan ook dat de bedevaartplaats lang voor de komst van de Inca’s al een belangrijke locatie was. “De volgende stap is om de aanwezigheid van de Wari in Pachacamac beter te gaan begrijpen,” aldus Sepulveda.


Deze bevindingen uit de studie zijn belangrijk omdat het meehelpt om het gebruik van kleur in de pre-Columbiaanse rituele context te begrijpen. “Dat we sporen van drie pigmenten aantroffen bevestigt het belang van kleur en voegt een nieuwe materiële dimensie toe aan de cultuspraktijken die in Pachacamac werden uitgevoerd,” vat Sepulveda samen. Het huidige onderzoek maakt deel uit van een bredere studie naar geschilderde objecten en andere vondsten op de archeologische vindplaats Pachacamac. Dankzij deze studies krijgen we een steeds beter beeld van de materialen en praktijken die lang geleden door de destijdse bewoners van de Andes werden omarmd.