depressie

Driekwart van de Schotse kankerpatiënten die leiden aan een depressie, krijgt geen psychologische hulp. Dit melden wetenschappers in drie artikelen in The Lancet. Kankerpatiënten hebben daarnaast een veel grotere kans om depressief te worden. De onderzoekers beweren dat de psychische klachten door artsen vaak aan de kant worden geschoven.

De Britse onderzoekers Jane Walke en Michael Sharpe analyseerden de gegevens van meer dan 21.000 Schotse kankerpatiënten. Zes tot dertien procent van deze patiënten bleek tevens te lijden aan een depressie. Dit is een hoog percentage, zeker in vergelijking met de rest van de populatie. Wetenschappers vermoeden dat gemiddeld twee procent van de bevolking depressief is.

Slechts een kwart wordt geholpen
Hoewel er dus veel kankerpatiënten met depressieve klachten zijn, wordt slechts een kwart van hen geholpen. De andere patiënten schuiven hun psychische klachten aan de kant, of de signalen worden niet opgevangen door artsen.

Speciale therapie
Een kankerpatiënt heeft overigens weinig baat bij normale therapie. De onderzoekers beweren dat een andere therapie wel aanslaat, waarbij er een grotere rol is weggelegd voor verpleegsters. Deze therapie bestaat uit medicijnen (antidepressiva), patiënten aanmoedigen om actief te blijven en is gericht op het oplossen van problemen. Uit een onderzoek met 500 patiënten blijkt dat deze speciale therapie ervoor zorgt dat de depressieve klachten afnemen bij meer dan 60% van de patiënten.

Depressief? Naar de huisarts!
“Het is hartverscheurend dat kankerpatiënten die al bezig zijn met de zwaarste strijd van hun leven, ook nog worstelen met een depressie en dat zonder hulp”, zegt Jacqui Graves van de Macmillan Cancer Support-stichting tegen BBC. “Wanneer iemand zich depressief voelt, moet hij of zij direct contact opnemen met een huisarts.”