Depressiviteit en dementie gaan hand in hand samen. Dit blijkt uit een nieuw Amerikaans onderzoek. Wie lijdt aan depressiviteit heeft een bijna tweemaal zo grote kans om later dement te worden, dan mensen die geen depressie hebben. Het is nog niet duidelijk hoe het komt dat depressie het risico verhoogt.

Amerikaanse wetenschappers volgden zeventien jaar lang 949 mensen met een gemiddelde leeftijd van 79 jaar. 125 deelnemers – dertien procent – werden tijdens de start van de studie geclassificeerd als ‘depressief’.

Aan het eind van de studie bleken 164 mensen dementie ontwikkeld te hebben, waarvan 136 de ziekte van Alzheimer. Ongeveer 22 procent van de depressieve ouderen kreeg te maken met dementie. De kans om dementie te krijgen was een stuk kleiner onder niet-depressieve deelnemers, namelijk zeventien procent.

“We weten nog niet of depressie dementie veroorzaakt, maar depressiviteit zorgt mogelijk wel voor een aantal risico’s”, zegt studieleider Jane Saczynski van de universiteit van Massachusetts. “Ontsteking van hersenweefsel ontstaat wanneer een persoon depressief is. Dit kan bijdragen aan het ontstaan van dementie. Daarnaast dragen bepaalde proteïnen in de hersenen van een depressief persoon mogelijk bij aan de vorming van dementie.”

Er is nog een andere mogelijkheid: depressieve mensen hebben meer slechte gewoontes, zoals minder lichaamsbeweging, ongezond eten en het ondernemen van minder sociale activiteiten. Deze slechte gewoontes dragen mogelijk bij aan de ontwikkeling van dementie.