Wetenschappers hebben het genoom van de bosjesmannen – de oudste nog levende moderne mensen – in kaart gebracht en zo hun kennis over genetische diversiteit en erfelijke ziekten vergroot. Ook komen ze met een opmerkelijke conclusie: de Afrikaanse aartsbisschop en Nobelprijswinnaar Desmond Tutu is deels bosjesman.

De 78-jarige Tutu zou volgens de onderzoekers verbaasd, trots en verrukt op het nieuws hebben gereageerd.

Bosjesman is een verzamelnaam voor een groep jagers en verzamelaars die in delen van Botswana, Namibië en Zuid-Afrika woont. De groepen zijn de oudste nog bestaande gemeenschappen van homo sapiens en zouden al zo’n 27.000 jaar in hetzelfde gebied leven.

Uit dit onderzoek blijkt dat de genetische variant van de menselijke soort veel groter is dan gedacht. “Wij hebben een enorme hoeveelheid informatie aan de genoomdatabase kunnen toevoegen,” vertelt onderzoeker Vanessa Hayes. “Er zijn 1,3 miljoen genetische varianten die hiervoor nog nooit gerapporteerd waren.” Als de genetische eigenschappen van bijvoorbeeld Europeanen waar ook ter wereld in kaart worden gebracht dan lijkt alles op elkaar. Bij de bosjesmannen is dat dus heel anders. Dat komt volgens Hayes doordat er twee linguistische groepen binnen de bosjesmannen zijn. Deze twee verschillen ook nog eens meer dan een Aziaat van een Europeaan verschilt.

Volgens Hayes helpen de resultaten om het totnogtoe eurocentrische genoomonderzoek meer in balans te brengen. Voor dit onderzoek startte was het genoom van slechts negen individuen in kaart gebracht. Deze individuen waren voor het grootste deel afkomstig uit Europa. Ook kwamen er enkele uit China, Korea en Nigeria.

Tutu werd door de onderzoekers gevraagd om aan het onderzoek deel te nemen, omdat hij zo’n gemixte afkomst heeft die de rijke etnische variatie in kaart brengt. “Zijn voorouders komen uit twee linguistische groepen. Zijn moeder was een Tswana en zijn vader sprak Nguni.”

Uit de genen van de bosjesmannen kon ook worden afgeleid hoe ze zich ontwikkeld hebben. Zo hebben ze genen die ervoor zorgen dat ze goede sprinters zijn en heel goed bittere smaken kunnen proeven. Dat laatste heeft de jager-verzamelaar nodig om giftige stoffen te kunnen onderscheiden. Maar de genen van de bosjesmannen brengen hen deels ook in gevaar. Zo hebben zij 1000 jaar in een droog gebied geleefd en hebben ze geen genen die bescherming bieden tegen malaria. Als hun landbouwactiviteiten zich uitbreiden en malaria hun kant op komt dan is het zeer de vraag of de bosjesmannen zich daar in korte tijd aan kunnen aanpassen.

Men vermoedt dat er ongeveer 70.000 tot 100.000 bosjesmannen zijn.