Vroeger dachten we dat de zon om de aarde draaide en dat de aarde plat was. Deze ideeën zijn ooit in het prullenbak gegooid. Maar wie gooit achterhaalde ideeën als IQ, vrije wil en essentialisme in de kliko?

In het boek ‘Wetenschappelijk onkruid‘ noemen bekende wetenschappers voorbeelden van achterhaalde theorieën. In dit artikel gaan we dieper in op vijf voorbeelden.

IQ-tests mogen afgeschaft worden, want ze zeggen niets.

IQ-tests mogen afgeschaft worden, want ze zeggen niets.

Weg met IQ
Het IQ (intelligentiequotiënt) weerspiegelt een algemeen cognitief vermogen van de menselijke geest. Maar is dat echt zo? Antropoloog Scott Atran vindt van niet. “Het IQ als algemene maat van intelligentie wordt niet gestaafd door recente ontdekkingen in de cognitieve psychologie of de ontwikkelingspsychologie”, schrijft Atran. “Zo is het in tegenspraak met domeinspecifieke vaardigheden, zoals sociaal inzicht, geometrisch en ruimtelijk inzicht, mechanisch inzicht in massa en beweging en taxonomisch inzicht in biologische soorten.”

Atran ziet dat IQ een maatstaf is voor wat de samenleving ziet als het vermogen om te redeneren en te onderscheiden. Zo is het het systeem ook ingericht met een gemiddelde van 100 en een standafwijking van 15. “In andere samenleving zou dit wel eens anders kunnen zijn”, zegt Atran. “In ipsatieve tests (gedwongen keuze) gaven Oost-Aziatische studenten de voorkeur aan veldafhankelijke boven veldonafhankelijke perceptie, aan thematisch redeneren boven taxonomisch redeneren en aan exemplaargebaseerde boven regelgebaseerde categorisatie. Bij Amerikaanse studenten is dit precies omgekeerd. Als deze denk- en redeneervaardigheden werden getest, dan scoorden de Oost-Aziaten en Amerikanen gemiddeld hoger op hun voorkeuren. Er zijn dus socioculturele verschillen.”

Daarnaast is IQ niet 100% erfelijk. Atran: “Adoptieonderzoek wijst uit dat adoptie het IQ aannemelijk verhoogt. Niemand heeft er een oorzakelijke verklaring voor hoe of waarom genen, alleen of in combinatie, het IQ zouden beïnvloeden. IQ is slechts een veronderstelling en geen natuurlijke eigenschap.”

De kolibrie heeft een piepklein brein, maar is toch relatief slim.

De kolibrie heeft een piepklein brein, maar is toch relatief slim.

Weg met grote, slimme hersenen
Een aanname is dat de grootte van de hersenen iets zegt over de intelligentie van het dier. “Dat lijkt logisch,” vertelt psycholoog Nicholas Humphrey, auteur van Soul Dust: The Magic of Consciousness. “Kijk alleen al naar de voorouders van de mens: wij hebben grotere hersenen dan chimpansees en wij zijn slimmer.” Maar is dat echt zo?

“Er zijn veel feiten die niet stroken met de theorie”, onthult Humphrey. “Zo weten we dat mensen geboren kunnen worden met maar tweederde van de normale hoeveelheid hersenweefsel, zonder dat het noemenswaardige nadelige effecten heeft op hun cognitieve functioneren als volwassenen. Soms worden de hersenen van een mens kleiner naarmate ze op bepaalde vlakken beter gaan functioneren. Zo slinkt de hoeveelheid grijze stof tijdens de puberteit met zo’n 15 procent.”

Waar draait het dan om? “Om de software. Onze cognitieve prestaties zijn minder afhankelijk van de hardware in ons hoofd dan van de beschikbare software. En met slimmere software heb je geen grotere hardware nodig. Aan deze programmatuur is overigens hard gesleuteld, bijvoorbeeld door hard te studeren of door natuurlijke selectie.” Wat moeten we dan met die grote hersenen? “Deze overcapaciteit komt goed van pas als er onderdelen worden beschadigd of last krijgen van slijtage”, legt Humphrey uit. “Mensen kunnen hersenweefsel verliezen, bijvoorbeeld door bloedingen, ongelukken of aftakeling. Daar merken we weinig van, omdat we genoeg capaciteit overhouden. Onze evolutionaire voorouders hadden op latere leeftijd hopeloos afgetakelde hersenen, maar dat geldt niet voor onze hedendaagse 55+-ers.”

Behoor je tot een ras? Nee hoor!

Behoor je tot een ras? Nee hoor!

Weg met rasdenken
“Er heeft nooit een beschaafd volk bestaan met een andere huidskleur dan de blanke.” Dit beweerde filosoof David Hume in 1748. Hij was gefascineerd door de fysieke diversiteit van de mens, maar geloofde ook dat extreme hitte of zonlicht het menselijk potentieel vernietigde. Dit wetenschappelijke racisme vormde een goed excuus voor slavenhandel: de motor van de economische groei voor Europa. Gelukkig is het concept ‘ras’ door wetenschappelijk onderzoek in de twintigste eeuw gestorven. Maar niet helemaal.

“Tegenwoordig vinden veel mensen nog steeds dat ze tot een raciale groep behoren. De gedeelde ervaringen voor leden van zulke groepen creëren krachtige sociale banden”, legt antropoloog Nina Jablonski van de staatsuniversiteit van Pennsylvania uit. “Ras is voor veel mensen een melange van klasse en etniciteit geworden. Zo blijven artsen hun patiënten indelen volgens oude raciale concepten als ‘blank’, ‘zwart’ en ‘Aziatisch’.”

Hoewel ras een vaste plek in de geschiedenis heeft, is dit niet het geval in de wetenschap. Jablonski: “De volslagen instabiliteit en het gevaar van misinterpretatie maakt het concept ‘ras’ als wetenschappelijk concept nutteloos. We moeten nieuwe vocabulaires bedenken voor het omgaan met menselijke diversiteit en onrechtvaardigheid. Het zal niet makkelijk zijn, maar het moet gebeuren.”

Een embryo is niet van de ene op de andere dag een 'mens'.

Een embryo is niet van de ene op de andere dag een ‘mens’.

Weg met essentialisme
Essentialisme is een filosofische theorie dat betekent dat voor elke specifieke soort van entiteiten, reeds een rij van karakteristieken en eigenheden voor hem is weggelegd. Een voorbeeld: een mens kan kaal worden, maar blijft dan nog wel een mens. Zijn essentie blijft onaangetast.

Evolutionair bioloog Richard Dawkins vindt essentialisme ‘de tirannie van de discontinue geest’. “Essentialisme is toegepast op levende wezens, wat volgens Ernst Mayr de reden was dat de mens pas in de negentiende eeuw de evolutieleer ontdekte”, vertelt Dawkins. “Als je, zoals Aristoteles, alle konijnen van vlees en bloed beschouwt als gebrekkige benaderingen van het ideale platonische konijn, dan sta je niet open voor het idee dat konijnen zich kunnen hebben ontwikkeld uit een niet-konijnachtige voorouder en misschien een niet-konijnachtig nageslacht zullen produceren.”

Dawkins ziet allemaal negatieve voorbeelden van essentialisme in de samenleving. Zo behoren mensen tot een bepaald ‘ras’. Politici stellen een armoedegrens vast: je zit erboven of eronder. Toch bestaat essentialisme niet. Dawkins: “Paleontologen voeren discussies over de vraag of een bepaald fossiel een Australopithecus of een Homo is. Het is essentialistische dwaasheid dat je een fossiel precies bij het ene of andere genus kunt onderbrengen. Er heeft nooit een Australopithecus-moeder bestaan die een Homo-nakomeling ter wereld bracht. Elke nakomeling behoort tot dezelfde soort als zijn moeder. Creationisten gebruiken dit soort gaten graag om evolutionisten onderuit te halen.”

Ditzelfde geldt voor de groei van een foetus. “Je hoort vaak de vraag: wanneer wordt een embryo een persoon? Alleen een brein dat geïnfecteerd is door essentialisme kan dat soort vragen stellen. Er bestaat geen afzonderlijk moment waarop een embryo opeens een persoon wordt. Een embryo ontwikkelt zich namelijk langzaam van een eencellige zygoot tot een pasgeboren baby. Het is beter om te zeggen dat een embryo bepaalde stadia doormaakt waarin hij voor een kwart een mens is, daarna voor de helft.. Essentialistische geesten zullen terugdeinzen voor dit soort taal.”

Essentialisme is een doorn in het oog van Dawkins. “Wetenschappelijk gezien deugt er niets van. Bovendien is het moreel verderfelijk. Weg ermee dus!”

Denk je dat je vanille-ijs had kunnen kiezen? Nee hoor!

Denk je dat je vanille-ijs had kunnen kiezen? Nee hoor! De keuze voor aardbeienijs was al voorgeprogrammeerd.

Weg met vrije wil
Bestaat vrije wil? Hoogleraar Jerry Coyne van de universiteit van Chicago gelooft er niet in. “Ons denken is de output van een computer van vlees”, zegt hij. “Ons brein is een computer die de natuurwetten moet gehoorzamen. Onze keuzes moeten aan die wetten gehoorzamen. Dit rekent af met het traditionele idee van een libertaire vrije wil, oftewel dat ons leven bestaat uit een reeks beslissingen waarin we een andere keuze hadden kunnen maken. Anders handelen kan niet.”

Ten eerste is er geen bewijs geleverd voor het bestaan van een geest los van het fysieke brein. Coyne: “Dat betekent dat ‘ik’ – wat ‘ik’ ook moge betekenen – wel de illusie kan koesteren dat ik een keuze maak, maar dat mijn keuzes in principe voorspelbaar zijn op grond van de natuurwetten. Ten tweede ondersteunen recente experimenten het idee dat onze keuzes vaak voorafgaan aan ons besef dat we ze gemaakt hebben. De keuzes die iemand maakt zijn – vaak al ettelijke seconden voordat hij zich van die keuzes bewust is – te voorspellen.”

Het begrip vrije wil mag dus ook weggegooid worden. “De illusie dat we bewust handelen is zo sterk dat zelfs overtuigde incompatiblisten zoals ik altijd zullen doen alsof we keuzes hebben, ook al weten we dat dit niet zo is”, zegt Coyne. “We hebben daar geen keuze in. Maar we kunnen ons tenminste afvragen waarom de evolutie ons dan zo’n krachtige illusie heeft nagelaten.”

Wetenschappelijk onkruid (***)
In het boek ‘Wetenschappelijk onkruid‘ verzamelt Edge.org 179 hardnekkige ideeën die vooruitgang blokkeren. Een boek vol interessante observaties van topwetenschappers over hun vakgebied. Niet iedere wetenschapper kan de problemen op een laagdrempelige manier uitleggen – waardoor bepaalde hoofdstukken taai en moeilijk te volgen zijn – maar hierdoor spreekt deze dikke pil een breed publiek aan. Edge.org had beter minder ideeën kunnen selecteren (een stuk of 70), om vervolgens deze hoofdstukken iets langer te maken.