vogel

Paleontologen hebben in Brazilië het fossiel van een vogel gevonden, die 115 miljoen jaar geleden leefde. Toen vloog deze vogel nog over het supercontinent Gondwana. Deze vogel behoort tot de Enantiornithes, een inmiddels uitgestorven groep vogels. Wel is het gevonden exemplaar een nieuw geslacht (en tevens een nieuw soort) binnen deze groep.

Het dier was 14 centimeter lang van snavel tot staart. Deze Enantiornithes was dus geen grote jongen. Op de artistieke impressie bovenaan dit artikel is te zien dat de vogel een fraaie staart had met een lengte van acht centimeter. De onderzoekers beweren dat de vogel de staart niet gebruikte om tijdens het vliegen in balans te blijven, maar dat het enkel een versiering was. Mogelijk kon het dier soortgenoten herkennen aan hun staart. Een andere theorie is dat de staart werd gebruikt om partners aan te trekken.

Lintvormige staartveren
“Vooral de lintvormige staartveren zijn opvallend; die maken de staart langer dan het lichaam”, zegt professor Richard Prum van de Yale universiteit. “De staartveren van deze Enantiornithes zijn uniek. Hedendaagse vogels hebben veren die er anders uitzien. Daarom is deze ontdekking enorm fascinerend.”

Jonge vogel
Hoewel er al meer Enantiornithes-fossielen zijn gevonden in het noordoosten van China, is de kwaliteit van het nieuwe fossiel vele malen beter. Wel bleek uit de analyse dat de botten van het dier nog niet volledig ontwikkeld waren en dat de vogel opvallend grote ogen had voor een dier van deze grootte. Op basis van deze eigenschappen concluderen de paleontologen dat de vogel waarschijnlijk nog erg jong was.

Een nieuwe naam
Binnenkort zal er een naam gekozen worden voor het nieuwe geslacht. “Op dit moment vergelijken we dit exemplaar met vogels uit andere delen van Gondwana, waarna we een naam presenteren”, zegt hoofdonderzoeker Ismar de Souza Carvalho van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro aan LiveScience. “Eén ding is zeker: de Enantiornithes leefde niet op één plek, maar vloog het hele continent over.”

Paper
Het onderzoek is vandaag in het wetenschappelijke blad Nature Communications verschenen.