Opnieuw doet de wipsnavelkraai ons versteld staan.

Dat de wipsnavelkraai gereedschappen maakt en gebruikt, is al langer bekend. Zo kan de kraai takjes bijvoorbeeld net zo lang bewerken tot ze uitermate geschikt zijn om insecten uit hoekjes en gaatjes te peuteren. Dat is natuurlijk al heel indrukwekkend. Maar in een nieuwe studie gaan wetenschappers nu nog een stapje verder. Ze tonen aan dat wipsnavelkraaien in staat zijn om het ontwerp van gereedschappen te onthouden en de gereedschappen vervolgens op basis van die herinneringen te vervaardigen.

Snippers
De onderzoekers trekken die conclusies op basis van een experiment met acht wipsnavelkraaien. De wipsnavelkraaien leerden dat ze snippers in een apparaatje moesten stoppen om een beloning te krijgen. Die beloning kregen ze echter alleen als de snippers die ze in het apparaatje duwden een specifieke omvang hadden. Zodra de kraaien in de gaten hadden hoe groot de snippers moesten zijn om een beloning waard te zijn, gooiden de onderzoekers het over een andere boeg. Nu gaven ze de kraaien een groot stuk papier. Vervolgens waren ze er getuige van hoe de kraaien dat stuk papier in stukken scheurden om zo snippers te genereren die net zo groot waren als de snippers die eerder goed waren geweest voor een beloning. En dat zonder dat ze een voorbeeld van zo’n snipper binnen bereik hadden!

Ruimte voor verbetering
“Onze resultaten voorzien ons van het eerste bewijs dat suggereert dat wipsnavelkraaien de cognitieve vaardigheden hebben om objecten te maken op basis van een mentaal sjabloon,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. Ze wijzen erop dat deze aanpak – in tegenstelling tot een aanpak waarbij de kraaien alleen maar imiteren wat ze een ander zien doen – de vogels in staat stelt om hun gereedschappen door de tijd heen ook te verbeteren. Of de kraaien dat ook daadwerkelijk doen, zal uit vervolgonderzoek moeten blijken.

Tot die tijd is de ontdekking dat de kraaien gereedschappen kunnen maken op basis van hun herinneringen al heel indrukwekkend. Het is iets wat we zelden bij andere diersoorten dan de mens zien.