De ontdekking geeft meer inzicht in de vreemde diersoorten die het oude Australië rijk was.

Australië heeft in de afgelopen miljoenen jaren veel bijzondere dieren gekend. Denk bijvoorbeeld aan 250 kilo zware kangoeroes, tien meter lange slangen of uit de kluiten gewassen krokodillen. Over de vlaktes slenterden echter ook enorme palorchestes; een uitgestorven geslacht van buideldieren, die van het Mioceen tot het Pleistoceen leefden. En deze dieren blijken nu nog veel vreemder te zijn geweest dan men tot nu toe dacht.

Palorchestes
De uitgestorven buideldieren behoorden tot de Australische megafauna. Ze hadden vreemde lichamen en levensstijlen in vergelijking met de soorten die vandaag de dag nog op het continent te vinden zijn. Onderzoekers wisten dat palorchestes wel wat weg hadden van de hedendaagse tapir en over grote klauwen beschikten. Maar tot nu toe had nog geen enkele studie zich over de daadwerkelijke morfologie van de uitgestorven buideldieren gebogen.


Enkele van de onderzochte botten van de palorchestes. Afbeelding: Hazel Richards (2019).

Fossielen
Daar besloten onderzoekers van de Monash University verandering in te brengen. In de studie analyseerde het team meer dan zestig fossiele exemplaren die op verschillende momenten op de tijdlijn in Australië leefden. Op die manier probeerden de onderzoekers meer te weten te komen over de functie en evolutie van de voor- en achterpoten van de palorchestes.

Groter en vreemder
De onderzoekers kwamen erachter dat in de loop van de evolutie palorchestes groter en vreemder werden. De laatste palorchestes behoorden bijvoorbeeld tot de grootste uit de familie en hebben mogelijk meer dan 1000 kilo gewogen. Bovendien waren hun voorpoten enorm gespierd waarmee ze met het grootste gemak bladeren en takken konden verslinden. Ook hun ellebooggewrichten blijken uniek: zo stonden deze mogelijk vast op een hoek van 100 graden. Hierdoor hadden de armen een permanente gebogen houding waarmee ze goed voedsel konden verzamelen.

Deze afbeelding geeft een idee van hoe de palorchestes zich qua lengte en gewicht tot een wombat en een mens verhouden. Afbeelding: Hazel Richards (2019).

Ledematen
De studie is de eerste die de morfologie van de ledematen van de palorchestes uiteenzet, al blijven een aantal delen van het lichaam een mysterie. Zo ontbreken bijvoorbeeld de schouders en polsen van de enorme buideldieren in het fossielenbestand. De onderzoekers hopen deze echter in bestaande museumcollecties op te duikelen. “De studie laat voor het eerst zien hoe enorm deze mega-buideldieren waren,” schrijven de onderzoekers. “Het onthult meer over de diversiteit van de unieke buideldieren die nog niet zo lang geleden door Australië zwierven.”

Veel Australische superdieren zijn door de tijd heen van de aardbodem verdwenen. Maar waar lag dat eigenlijk aan? Sommige onderzoekers beweren dat de opkomst van aboriginals het einde betekende voor veel grote Australische beesten. Aboriginals joegen op de dieren en verkleinden daarnaast de leefgebieden. Al zijn er ook andere theorieën. Zo stelt een Amerikaanse studie dat klimaatverandering uiteindelijk veel grote Australische dieren genekt heeft.