Legendes, volksverhalen en mythes barsten veelal uit hun voegen vanwege de bijzondere wezens met drie hoofden, zes voeten of negen staarten. Wetenschappers lachen er veelal hard om. Onterecht. Vijf redenen om monsterachtige volksverhalen serieus te nemen.

Enge-ena
Eeuwenlang vertelden de Afrikaanse volken ons westerlingen verhalen over de ‘enge-ena’. Dit wezen was groter en sterker dan een man en zou in de jungle leven. Veelal werden deze verhalen als bangmakerij of mythes aan de kant geschoven. Totdat een Amerikaanse zendeling in 1847 botten vindt van een groot en sterk wezen. Op dat moment maakt de wetenschap kennis met de ‘enge-ena’: de westelijke laaglandgorilla. De mannetjes kunnen gemakkelijk meer dan 150 kilo wegen en zijn zeer gespierd. Het dier heeft inderdaad veel weg van de mens: het gezicht is onbehaard en de zwangerschap duurt er eveneens negen maanden.


Draak
De Indonesiërs konden er prachtig over vertellen: het eiland Komodo. Op dit eilandje zou het volgens de volksverhalen wemelen van de draken. De wezens konden wel eens zes of zeven meter lang zijn. Fabeltjes, zo meenden de Europeanen. Maar in 1910 kon de Nederlandse luitenant Van Steyn van Hensbroek zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en vertrok hij naar het eiland Komodo. Hij trof er inderdaad ‘draakachtige’ wezens aan. Hij doopte ze om tot komodovaraan. De ‘draken’ worden geen zeven – overdrijven hoort er een beetje bij natuurlijk – maar zo’n drie meter lang en er zijn exemplaren van meer dan 150 kilo zwaar bekend. Het is aannemelijk dat veel andere mythes over draken op deze soort terug te voeren zijn.


Mensetende vogels
De Maori wisten hoe ze hun kinderen bang moesten maken: eeuwenlang deden zich binnen het volk verhalen de ronde over gigantische vogels die kinderen van de grond plukten en opaten. Onzin, zo werd lang gedacht. Tot Julius von Haast ergens omtrent 1870 in een moeras de restanten van een grote vogel vond. Uit recent onderzoek blijkt dat deze Haasts Arend inderdaad in staat moet zijn geweest om kinderen op te pakken en mee te nemen. Met een spanwijdte van drie meter en een gewicht van achttien kilo kon het dier een duikvlucht van 80 kilometer per uur maken. Genoeg kracht dus om een kind knock-out te slaan. De klauwen van de vogel waren bovendien vergelijkbaar met die van een tijger en zouden dwars door botten kunnen grijpen. Eén schrale troost: de Haasts Arend had het niet per se op kinderen voorzien; hij was vooral dol op de 150 kilo wegende moa. Toen deze grote vogel zo’n duizend jaar geleden uitstierf, legde ook de arend het loodje.


Kraken
De beste mythes zijn toch altijd weer afkomstig van zeelieden. Deze zeebonken waren voor de duvel niet bang, maar wisten hoe ze elkaar en bovenal de landrotten op stang konden jagen. Zo vertelden de Noorse schippers graag verhalen over ‘kraken’. Wanneer ze op zee voeren, kon deze reuzeninktvis zomaar opduiken en zijn tentakels rondom de boeg of over het dek slingeren. De wetenschap beschouwde deze sagen lang als visserslatijn. Tot ze er in 2004 in slaagden om een levende reuzeninktvis vast te leggen. Dit exemplaar bleek zelfs nog groter te zijn dan de dieren die in de legendes opdoken. Het gaat om de reuzeninktvis waarvan we weten dat er exemplaren zijn met een lengte van achttien meter en een gewicht van zo’n 275 kilo. De dieren leven op grote diepte, maar kunnen soms aan land opduiken.


Ebu Gogo
De oorspronkelijke bewoners van het Indonesische eiland Flores kunnen met smaak vertellen over de ‘ebu gogo’. Dit is een bijzonder mensenras. De mensen zijn klein, ontvoeren graag kinderen en spreken niet, maar mompelen. Pas in 2003 ging de wetenschap deze mythe wat serieuzer nemen. Toen ontdekten onderzoekers op het eiland de restanten van de homo florensiensis. Deze mensensoort was slechts 90 centimeter groot en had een brein ter grootte van een sinaasappel. De homo florensiensis leefde zo’n 12.000 jaar geleden zij aan zij met de moderne mens. Grote kans dus dat de voorouders van de huidige bewoners van Flores deze ‘ebu gogo’ echt hebben horen mompelen!