En leggen daarbij soms wel 80 kilometer per dag af!

Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Hun paper handelt over de fjordlandkuifpinguïn, een soort die in Nieuw-Zeeland leeft.

Zendertjes
De onderzoekers bestudeerden de pinguïns die aan de westkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland broeden. Tijdens het uitbroeden van de eieren zijn de pinguïns gebonden aan hun nest en kunnen ze niet eten. Het betekent dat ze wekenlang op hun reserves moeten teren. Zodra ze niet langer aan hun nest gebonden zijn, haasten ze zich dan ook naar zee om die reserves weer aan te vullen. Maar waar gaan de pinguïns dan precies naartoe? Om een antwoord te krijgen op die vraag, werden 10 mannetjes en 7 vrouwtjes van een zendertje voorzien. Het stelde onderzoekers in staat om de pinguïns op de voet te volgen.

Een fjordlandkuifpinguïn op het nest. Afbeelding: Thomas Mattern.

Haast
Het onderzoek onthult dat sommige pinguïns in amper acht weken tijd tot wel 7000 kilometer aflegden. “Fjordlandkuifpinguïns maken een verre reis zodra hun kuikens het nest hebben verlaten,” vertelt onderzoeker Thomas Mattern. “Tijdens die reis moeten de pinguïns herstellen van het grootbrengen van hun kuikens en hun gewicht op peil brengen voor hun jaarlijkse rui.” Tussen het moment waarop de vogels hun kuikens loslaten en het moment waarop zij hun verenpak inruilen voor een nieuw exemplaar zit tussen de 8 en 10 weken. Enige haast is dan ook geboden. De vogels moeten snel op zoek naar voedsel, aangezien ze tijdens de rui – die zo’n drie weken duurt – weer aan land gebonden zijn. “Je zou denken dat de vogels tijdens hun reis dan ook zoveel mogelijk energie besparen,” stelt Mattern. “Maar wat wij ontdekten, is – simpelweg gezegd – krankzinnig.”

Elke dag tientallen kilometers zwemmen
Want in een relatief korte tijd blijken de pinguïns enorme afstanden af te leggen. Ze verplaatsen zich richting Antarctica en leggen daarbij makkelijk 3000 kilometer af. Vervolgens moeten ze – binnen zo’n acht weken – ook nog terug zwemmen. Zodra ze weer bij Nieuw-Zeeland arriveren, hebben sommige pinguïns dan ook wel 7000 kilometer in de benen. Het is volgens onderzoeker Klemens Pütz “een ongelofelijke prestatie voor een zeevogel die niet kan vliegen”. Om in korte tijd zo’n lange reis te kunnen maken, moeten de vogels elke dag heel veel kilometers maken. Sommige pinguïns bleken wel 80 kilometer per dag te leggen. Daarmee zitten ze waarschijnlijk tegen hun eigen grenzen aan; de onderzoekers vermoeden dat pinguïns met hun zwemtechnieken echt niet veel meer kilometers per dag kunnen maken.

“De vraag is waarom de pinguïns zo’n epische reis maken,” aldus Pütz. Hij wijst erop dat er juist in de tijd dat de pinguïns op reis gaan, meer dan genoeg voedsel voor de kust van Nieuw-Zeeland te vinden is. Ze hoeven dus eigenlijk niet weg. Dat ze dat toch doen, is waarschijnlijk instinct. De fjordlandkuifpinguïn behoort tot een pinguïngeslacht dat waarschijnlijk in het Sub-Antarctisch gebied is geëvolueerd. De meeste van deze pinguïns broeden op eilanden die zich nabij het zogenoemde Sub-Antarctische Front – een gebied met veel voedsel – bevinden. Maar de fjordlandkuifpinguïns broeden veel noordelijker. Dat ze zich na het broeden toch weer richting dat Sub-Antarctische Front begeven, zou nog een restje voorouderlijk gedrag kunnen zijn.