zeeslang

Wetenschappers hebben ontdekt dat zeeslangen soms wel zes tot zeven maanden niet drinken. Hoewel ze continu omringd worden door zout water, wachten ze – zelfs als ze uitgedroogd zijn – rustig op regenval, oftewel zoet water.

Dat kamelen langdurig zonder water kunnen, is wel goed te verklaren. De dieren leven in een droge omgeving. Maar dat zeeslangen maanden op rij zonder water kunnen leven, is opmerkelijk. Wetenschappers hadden dat dan ook totaal niet verwacht. Ze gingen ervan uit dat de slangen het zoute water dat ze omringt, drinken en dat ze dat zelf ‘destilleren’ door overbodig zout via hun zoutklieren weer naar buiten te werken. Dat laatste doen ze inderdaad. Maar geen enkele onderzochte zeeslang bleek zout water te drinken. “Deze slangen weigeren om zout water te drinken, zelfs wanneer ze uitgedroogd zijn,” vertelt onderzoeker Harvey Lillywhite. “Ze hebben zoet water nodig om te overleven.”

Samengedrukte zeeslang
De onderzoekers bestudeerden de samengedrukte zeeslang (Hydrophis (Pelamis) platurus). De slangen leven in tropische oceanen. De onderzoekers bestudeerden de slangen in het wild en in het laboratorium. In beide situaties meden de slangen het zoute water. In plaats daarvan wachtten ze de regen af.

WIST U DAT…

…onlangs nog een nieuwe soort slang werd ontdekt? De slang heeft hoorntjes op zijn kop.

Plasje op het water
Die regen – zoet water – heeft een kleinere dichtheid dan zeewater. Daardoor blijft het op het oppervlak van dat zeewater drijven. Die laagjes zoet water blijven in de oceaan enkele dagen intact. In lagunes – waar de zeeslangen vaak in grote getallen te vinden zijn – blijft het laagje nog langer liggen. Desalniettemin drinken de slangen het water waarschijnlijk kort nadat de regen gevallen is. “We denken dat ze ‘weten’ wanneer het regent, omdat hun gedrag wanneer een tropische storm nadert, verandert.”

Zes maanden
Hoewel de slangen continu omringd worden door water, leven ze eigenlijk in een woestijn. Met name in gebieden zoals Costa Rica waar zeeslangen soms wel zes tot zeven maanden op regen moeten wachten. In die tijd drogen ze langzaam uit en verliezen ze tot wel 25 procent van hun lichaamsmassa.

Het onderzoek kan wellicht verklaren waarom het aantal zeeslangen in bijvoorbeeld het noorden van Australië sterk terugloopt. Daar slaat de droogte de laatste jaren hard toe. En die droogte duurt wellicht langer dan de slangen aankunnen. Ook geeft het te denken voor de toekomst, wanneer klimaatverandering wellicht op grotere schaal tot droogte leidt. Het lijkt erop dat in gebieden waar dat het geval is geen plaats meer is voor deze zeeslangen. “Ze moeten verhuizen of zullen sterven.”