De afgelopen weken werd er flink gespeculeerd over de olie die wel of niet in de Golf van Mexico rond zou zwerven. Wetenschappers maken een einde aan die feitenloze discussie en stellen vast dat er op grote diepte inderdaad nog een flinke pluim olie huist, maar dat het ‘slechts’ gaat om 0.1 procent van de totaal vrijgekomen ruwe olie.

Beelden van de onderzeese robot laten zien waar de olie zich bevindt. Afbeelding is afkomstig uit het blad Science.

De pluim ruwe olie is zo’n 200 meter hoog en twee kilometer breed. Het is nog onduidelijk welke consequenties de pluim heeft voor het leven in de

Golf, maar wetenschappers zijn redelijk optimistisch.

De giftige stoffen in de pluim zouden een lage concentratie hebben en zich op zo’n grote diepte bevinden dat weinig dieren er last van hebben. De angst dat er door de olie een tekort aan zuurstof ontstaat en leven in dit gebied onmogelijk wordt, blijkt bovendien onterecht. “Oliepluimen worden normaal gesproken door microscopisch kleine organismen afgebroken,” legt expert Martin Preston van de universiteit van Liverpool uit. “Tijdens dat proces verbruikt het zuurstof dat in het water zit. Als dit snel gebeurt, kan zuurstof een gevaarlijk laag niveau bereiken en dat gaat ten koste van de zeedieren. Het feit dat deze olie langzaam wordt afgebroken en van de kustlijn vandaan beweegt, is dus op korte termijn goed nieuws.”

Het slechte nieuws is dat de langzame afbraak ervoor zorgt dat de olie ook langer in de Golf blijft hangen. Misschien wel enkele maanden of langer. En in die tijd kan de olie zich verplaatsen. Volgens de onderzoekers is het van groot belang dat deze pluimen goed in de gaten worden gehouden. Door te achterhalen hoe snel de pluim afbreekt, kan ook bepaald worden wanneer vissers weer in de Golf aan het werk kunnen.