muis1

Bedreigde diersoorten die in gevangenschap geboren zijn worden soms uitgezet om de wilde populatie te versterken. Onderzoek suggereert nu dat die aanpak beperkingen kent: de in gevangenschap geboren dieren zitten niet te wachten op ‘wilde’ seks.

Bedreigde diersoorten zitten vaak op twee manieren in de rats. Ten eerste nemen hun aantallen af. Dat is een probleem. Ten tweede kunnen ze – doordat hun aantallen afnemen – ook nog eens vatbaarder worden voor ziekte. Dat komt doordat de dieren steeds minder keuze hebben als het gaat om een partner. En daardoor neemt de genetische diversiteit van de populatie af. En dat is een probleem. Als de genetische verschillen tussen soortgenoten klein is, is de kans dat de weinige bedreigde soortgenoten die nu nog in leven zijn door toedoen van één ziekte sterven, groter.

In gevangenschap
In een poging de genetische diversiteit onder bedreigde diersoorten te behouden of vergroten, wordt er nog al eens gekeken naar hun in gevangenschap levende soortgenoten. Door met die soortgenoten te fokken en hun nakomelingen vervolgens in het wild uit te zetten, groeit niet alleen de bedreigde populatie, maar neemt ook de genetische diversiteit toe. Tenminste: dat is de logisch klinkende theorie. Maar is dat ook echt zo? Nieuw onderzoek suggereert dat de aanpak niet zo heel effectief is. In gevangenschap geboren dieren die later worden uitgezet, zijn namelijk sterk geneigd om met elkaar – in plaats van met hun wilde soortgenoten – te paren. En daardoor is het effect dat ze hebben op de genetische diversiteit van de wilde populatie waarschijnlijk gering. Dat schrijven onderzoekers in het blad Biology Letters.

Experimenten
De onderzoekers baseren zich op experimenten met de muis (Mus musculus). Ze verzamelden enkele wilde muizen. Gedurende drie generaties leefden de wilde muizen in gevangenschap. Zodra de derde generatie volwassen was geworden, plaatsten de onderzoekers deze in een grote ruimte die hun natuurlijke habitat nabootste. In die ruimte bevonden zich ook wilde muizen. Na twintig weken bestudeerden de onderzoekers het genetisch materiaal van de nakomelingen die de muizen op de wereld hadden gezet om te achterhalen of de in gevangenschap geboren muizen met de wilde muizen hadden gepaard.

Onduidelijk
Maar waarom hebben de in gevangenschap geboren muizen een voorkeur voor soortgenoten die ook in gevangenschap zijn geboren? Dat is niet helemaal duidelijk. Het kan zijn dat gevangenschap invloed heeft op de kenmerken die voor muizen belangrijk zijn wanneer ze een partner kiezen. Denk aan lichaamsomvang, gedrag en geur.

Zeventien procent
Uit het onderzoek bleek dat de in gevangenschap geboren muizen maar weinig interesse hadden in hun wilde soortgenoten. Slechts zeventien procent van de jongen die in de twintig weken nadat de onderzoekers de in gevangenschap geboren muizen hadden ‘uitgezet’ waren geboren, bleek het resultaat te zijn van een paarpartij tussen een wilde muis en een in gevangenschap geboren muis. De rest van de nakomelingen had of twee wilde muizen of twee in gevangenschap geboren muizen als ouders.

Het voordeel van ‘wilde’ seks
Het onderzoek suggereert dat in gevangenschap geboren dieren slechts in beperkte mate in staat zijn om de genetische diversiteit van een wilde populatie te verbeteren. Wanneer de in gevangenschap geboren dieren voornamelijk met andere in gevangenschap geboren dieren paren, introduceren ze immers geen of amper nieuwe genen in de wilde populatie. Maar ook voor de in gevangenschap geboren dieren zelf is dat slecht nieuws. Als zij weinig paren met wilde soortgenoten zullen in het wild nadelige genetische veranderingen die ze in gevangenschap hebben opgedaan langer standhouden en de overlevingskansen van deze in gevangenschap geboren dieren aantasten. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat het met name in soorten die hun jongen ‘opvoeden’ heel belangrijk is dat in gevangenschap geboren dieren kiezen voor een partner die in het wild leeft. Hun nakomelingen zijn dan vertrouwder met de omgeving en kunnen – dankzij hun wilde ouder – vaardigheden leren die in het wild van pas komen en die de in gevangenschap geboren ouder wellicht niet of slecht beheerst. Denk aan het vermogen om op prooien te jagen of roofdieren te vermijden.

De onderzoekers pleiten ervoor om in de toekomst in gevangenschap geboren dieren die echt in het wild worden uitgezet, te monitoren en te achterhalen of ook zij de wilde soortgenoten mijden. En als dat zo is, moet achterhaald worden of dat er daadwerkelijk voor zorgt dat het conservatieprogramma beperkt of geen succes heeft.