muis

Een dier met grote hersenen is slimmer dan een dier met een kleiner brein. Dit is een logische aanname, maar is niet altijd waar. Ratten hebben grotere hersenen dan muizen, maar zij blijken niet slimmer te zijn dan de kleinere knaagdieren.

Ratten worden decennia gebruikt voor hersenonderzoek, omdat onderzoekers altijd dachten dat zij intelligenter waren dan muizen. De laatste jaren zijn er steeds meer instrumenten op de markt gekomen voor muizen. Deze hulpmiddelen kunnen gebruikt worden om genen te (de)activeren in neuronen. Toch willen onderzoekers niet werken met muizen, wegens hun ‘domheid’. En dat terwijl het goedkoper is om muizen te huisvesten. Daarnaast zijn muizen beter geschikt voor onderzoeken waarbij veel hersenweefsel wordt onderzocht.

Onzin, vinden onderzoekers Anthony Zador en Santiago Jaramillo van het Cold Spring Harbor laboratorium en de universiteit van Oregon. De wetenschappers vergeleken hoe ratten en muizen presteerden tijdens een uitdagende gehoortest. Ze kwamen erachter dat de dieren qua intelligentie op één lijn zitten. “Tijdens de opdracht werden het perceptuele vermogen en het aanpassingsvermogen van beide dieren getest”, vertelt Jaramillo. “De ratten en muizen presteerden gelijk.”

Ratten leren sneller
Wel was er sprake van een klein verschil. De ratten leerden iets sneller dan de muizen. Volgens Zador en Jaramillo kan dit ermee te maken hebben dat de test ontwikkeld en geoptimaliseerd is voor ratten, waardoor zij een klein voordeel hebben ten opzichte van muizen.

Grotere harde schijven zijn niet betere processoren
Het is overigens niet de eerste keer dat bewezen wordt dat dieren met grote hersenen niet altijd slimmer zijn. In het archief van Scientias.nl vonden we een artikel uit 2009 over grote hersenen versus kleine hersenen. “In grotere hersenen vonden we niet altijd meer complexiteit, alleen maar een eindeloze herhaling van dezelfde neurale netwerken. Hierdoor kan een dier misschien meer geluiden of beelden onthouden, maar voor de mate van intelligentie maakt het weinig uit”, vertelt onderzoeker Lars Chittka in dit artikel. “Om het in computertermen te zeggen: grotere hersenen zijn in veel gevallen grotere harde schijven, maar zijn niet per definitie betere processoren.”