Dikke ratten zijn niet bruikbaar voor wetenschappelijk onderzoek. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek. De ongezonde omstandigheden in laboratoria waar sommige muizen in leven zorgen ervoor dat wetenschappers niet vooruitkomen en dat resultaten niet kloppen.

Veel wetenschappelijke groepen houden hun dieren in een ongezonde leefomgeving. Zo hebben veel laboratoriummuizen altijd toegang tot eten, zonder dat ze gestimuleerd worden om te trainen en in vorm te blijven. Het kan zijn dat bepaalde diëten – die eerst op muizen worden getest – niet werken bij mensen, omdat de gebruikte laboratoriummuizen te dik waren.

Onderzoekers van de US National Institute of Aging vinden dat proefdieren in goede conditie gehouden moeten worden. Deze aanpak zorgt ervoor dat de resultaten van testen op muizen beter aansluiten op mensen. Zijn proefdieren te dik? Dan kloppen de resultaten ook, maar dan voor dikke mensen.

Het feit dat veel ratten en muizen te dik zijn, is mogelijk één van de hoofdoorzaken dat slechts een klein deel van de resultaten toe te passen zijn in menselijke therapiën.

“Het grote deel van de onderzoekers weet niet eens dat hun ratten en muizen relatief ongezond zijn”, vertelt onderzoeker Mark Mattson. “De data die uit muizen worden gehaald zijn relevanter voor zware mensen, dan voor normale, actieve individuen.”