Nieuw onderzoek wijst erop dat dinosaurussen de kou en duisternis trotseerden en weigerden om in winterslaap te gaan. Maar hoe kan dat?

De onderzoekers bestudeerden dinosaurussen die zo’n 160 miljoen jaar geleden op Australië leefden. Dit werelddeel maakte in die tijd deel uit van de zuidpoolcirkel. In de wintermaanden was het er tot wel zes maanden extreem koud en donker. En toch gingen de dinosaurussen niet in winterslaap.

WIST U DAT…

…de dinosaurussen al last hadden van luizen?

De onderzoekers leiden dat af uit de bouw van de dino’s. Ze vergeleken de dinosaurussen uit Australië met die op hogere breedtes en ontdekten dat ze er lichamelijk vrijwel hetzelfde aan toe waren. De onderzoekers bestudeerden met name de botten van de dieren. Ze letten vooral op de ringen die ontstaan wanneer botten stoppen met groeien. Omdat de groei tijdens de winterslaap stopt, zou dit een idee geven van de soorten die ‘s winters in diepe rust verkeren. Tot verbazing van de wetenschappers bleken alle dieren die ringen te hebben, behalve enkele kleinere soorten. “Dus het had eigenlijk niets te maken met de winterslaap,” concludeert onderzoeker Holly Woodward.

Kortom: er was geen bewijs dat de dinosaurussen op de zuidpoolcirkel in winterslaap gingen. En dus moesten de onderzoekers met een nieuwe theorie komen. Hoe wisten de dino’s dan in de kou en duisternis te overleven? Hoewel wetenschappers op dit moment nog niets kunnen bewijzen, hebben ze al wel enkele ideeën erover. “Misschien hadden deze dinosaurussen zich al aangepast aan alle omstandigheden. Misschien hadden ze een soort isolerende laag om zich heen.”