dino-vogel

Hoe veranderden de enorme, vleesetende dinosaurussen in de lieve, kleine vogeltjes die we vandaag de dag kennen? Simpel: ze krompen en krompen en krompen en dat vijftig miljoen jaar lang.

Die conclusie trekken onderzoekers van de universiteit van Southampton. In het blad Science presenteren ze een heel gedetailleerde stamboom van dinosaurussen en hun nakomelingen: de vogels. De stamboom is gebaseerd op een onderzoek naar meer dan 1500 anatomische eigenschappen van dinosaurussen en toont aan dat de theropode dinosaurussen – volgens velen de voorouders van de vogels – de enige dinosaurussen waren die maar kleiner bleven worden.

De voorouders van vogels

De meeste onderzoekers gaan ervan uit dat de moderne vogels afstammen van theropode dinosaurussen. Recentelijk verscheen echter een onderzoek dat dat voorzichtig in twijfel trekt.

Nieuwe aanpassingen
“Deze voorouders van de vogels verkregen middels evolutie nieuwe aanpassingen zoals veren, vorkbenen en vleugels en dat vier keer sneller dan alle andere dinosaurussen,” vertelt onderzoeker Darren Naish. “Vogels ontstonden dankzij een fase waarin dinosaurussen alsmaar kleiner werden,” voegt onderzoeker Michael Lee toe.

Tussen de giganten
De kleiner wordende dinosaurussen bleken het goed te doen tussen de dino’s die niet krompen. “Ze waren kleiner en lichter in een wereld met giganten en konden dankzij hun aanpassingen in bomen klimmen, zweven en vliegen. Uiteindelijk maakte dat ze zo flexibel dat ze de dodelijke meteorietinslag die alle verwante dinosaurussen doodde, overleefden,” stelt Lee.

Kortom: uiteindelijk was de tak die leidde tot de moderne vogels de meest innovatieve. “Ze overleefden waar hun grotere, minder geëvolueerde verwanten dat niet konden.”