Nieuw onderzoek verklaart waarom sommige dino’s zulke uitbundig versierde koppen hadden.

Triceratops is ongetwijfeld het bekendste voorbeeld van een soort met een rijkelijk versierde kop. Naast twee hoorns op de voorzijde van de kop pronkte er in de nek ook een uitgebreid beenschild. Onderzoekers vragen zich al jaren af wat de functie van die ornamenten was en hebben er verschillende theorieën over. Sommigen denken dat de hoorns en beenschilden en rol speelden bij het vinden van een partner. Anderen vermoeden dat de hoorns en beenschilden een soort visitekaartjes waren, waaraan dino’s soortgenoten konden herkennen (zie kader).

Wanneer verschillende, maar toch wel enigszins op elkaar lijkende soorten een leefgebied delen, kan het handig zijn om uiterlijke kenmerken te ontwikkelen die individuen in staat stellen om de eigen soort te herkennen. Zo wordt voorkomen dat zij per abuis paren met individuen van de andere soort, waaruit dan kruisingen voortkomen die niet of verminderd vruchtbaar zijn.

Herkenning
Onderzoekers hebben zich nu over die laatstgenoemde hypothese gebogen en uitgezocht of dinosaurussen zoals de Triceratops hun opvallende ornamenten ontwikkelden om door soortgenoten herkend te worden. De onderzoekers bestudeerden daartoe de ornamenten van 46 verschillende soorten dinosaurussen die allemaal tot de Ceratopia – oftewel de gehoornde dino’s – behoren. Er bleek geen verschil te zijn tussen soorten die een leefgebied deelden en soorten die dat niet deden. In andere woorden: de behoefte om herkend te worden als een lid van een bepaalde soort lijkt niet de drijvende kracht achter de ontwikkeling van de ornamenten.

Seksuele selectie
Maar waarom verkregen de dino’s deze dan wel? Eerder onderzoek wees uit dat het beenschild van Protoceratops onder invloed van seksuele selectie is ontstaan. En tijdens dit nieuwe onderzoek vonden wetenschappers overtuigende aanwijzingen dat dat voor alle Ceratopia geldt. Het zou betekenen dat hoorns en beenschilden geëvolueerd zijn, omdat ze als seksueel aantrekkelijk worden gezien. Het zorgde ervoor dat dino’s met hoorns en/of beenschilden meer nakomelingen konden krijgen – die op hun beurt ook weer hoorns en beenschilden hadden. Zo verspreidden deze eigenschappen zich over de populatie, simpelweg omdat ze voordelig waren als het aankwam op het vinden van een partner en het krijgen van nageslacht.

Snelle evolutie
Die hypothese wordt onder meer onderschreven door het feit dat de ornamenten veel sneller evolueerden dan andere eigenschappen. Het wijst – zeker omdat het veel van een dino vergt om deze hoorns en beenschilden te laten groeien en in stand te houden – op een sterke selectiedruk.

In feite hebben onderzoekers in hun paper dus niet alleen afgerekend met een veelgehoorde verklaring voor de hoorns en beenschilden (herkenbaarheid), maar ook nader bewijs gevonden voor een andere verklaring (aantrekkelijkheid). Vervolgonderzoek zal uit moeten wijzen of seksuele selectie werkelijk de drijvende kracht achter het ontstaan van de ornamenten was. Daartoe zullen onderzoekers tussen fossiele resten van Ceratopia op zoek moeten gaan naar veranderingen in deze ornamenten.