De kleur van de veren veranderden onder invloed van het licht.

Wie wel eens een pauw of kolibrie van dichtbij heeft bekeken, is ongetwijfeld onder de indruk geweest van hun verenkleed. Het is namelijk niet alleen enorm kleurrijk: de kleuren veranderen ook nog eens onder invloed van het licht, ze zijn iriserend. En nieuw onderzoek toont nu aan dat die iriserende veren een trucje zijn dat de natuur al heel lang onder de knie heeft. Zo’n 161 miljoen jaar geleden liep op aarde al een dinosaurus rond met zo’n regenboogkleurig pakje aan.

China
De resten van deze kleurrijke dinosaurus werden in het noordoosten van China ontdekt. Het gaat om een nieuwe soort die de naam Caihong juji heeft gekregen. De dinosaurus was ongeveer zo groot als een eend en had een benige kam op de kop en lange veren. Dat schrijven onderzoekers in het blad Nature Communications. De resten van de dinosaurus zijn tot hun grote vreugde uitstekend bewaard gebleven. “We waren heel opgewonden toen we ons realiseerden dat we de veren nog tot in detail konden bekijken,” vertelt onderzoeker Chad Eliason.

Pigment
Het pigment dat de veren ooit kleur gaf, was natuurlijk wel allang verdwenen. Maar de structuur van de melanosomen – de cellen die het pigment bevatten – was nog wel goed zichtbaar. En op basis van die structuur kunnen de onderzoekers toch meer zeggen over de kleuren die de veren van deze dino hadden, zo legt Eliason aan de hand van een voorbeeldje uit. “Kolibries hebben heldere, iriserende veren, maar als je zo’n veer neemt en in heel kleine stukjes slaat, zie je alleen zwart stof. Het pigment in de veren is zwart, maar de vormen van de melanosomen die dat pigment produceren, bepalen de kleuren die we op de veren van de kolibrie zien.”

Een kolibrie. Afbeelding: Nicman / Pixabay.

Kolibrie
De onderzoekers vergeleken de structuur van de melanosomen met die van nog in leven zijnde vogels om een goed beeld te krijgen van de kleuren van zijn verenpak. De vorm van de melanosomen bleek het sterkst overeen te komen met die van de kolibrie. Net als dit kleine vogeltje had C. juji dus iriserende veren. En dat is bijzonder. Nog niet eerder zijn de melanosomen die we normaliter bij felgekleurde, iriserende vogels aantreffen bij een organisme dat zo lang geleden leefde, teruggevonden.

Een artistieke impressie van C. juji. Afbeelding: Velizar Simeonovski, The Field Museum, voor UT Austin Jackson School of Geosciences.

Asymmetrie
Maar C. juji is om nog meer redenen uniek. Zo is het ook het oudste organisme met asymmetrische veren. Moderne vogels hebben ze ook en gebruiken deze om te sturen terwijl ze vliegen. Alleen zit die asymmetrie bij de moderne vogels op de toppen van hun vleugels, terwijl deze bij C. juji in de staartveren zit. “De staartveren zijn asymmetrisch, maar de veren op de vleugels niet: een bizar kenmerk dat we nog niet eerder bij dinosaurussen – waaronder vogels – hebben gezien,” aldus onderzoeker Xing Xu. Het suggereert voorzichtig dat controle krijgen over de vlucht begon met veranderingen in de staartveren. Overigens kon C. juji niet vliegen: zijn veren waren waarschijnlijk voornamelijk bedoeld om warm te blijven en een partner aan te trekken.

Hoewel je C. juji in veel opzichten dus kunt zien als een voorloper, heeft deze ook verschillende kenmerken die we associëren met dinosaurussoorten die veel eerder leefden. “Die combinatie van kenmerken is heel ongebruikelijk,” stelt onderzoeker Julia Clarke. “Hij heeft een velociraptor-achtige schedel en een lichaam dat heel vogelachtig is: volledig bedekt met veren die ietwat pluizig zijn.” Het getuigt volgens de onderzoekers van ‘mozaïek-evolutie’, waarbij verschillende kenmerken onafhankelijk van elkaar evolueerden. “Deze ontdekking geeft ons meer inzicht in het tempo waarmee deze kenmerken ontstonden,” aldus Eliason.