Iedereen houdt wel eens van een warm bad, maar nieuw onderzoek toont aan dat sommige dinosauriërs nog een stapje verder gingen. Zij legden hun eieren in de hete, stomende grond nabij geisers. Dit deden ze niet in IJsland of in het Yellowstone park, maar in Argentinië.

Honderd miljoen jaar geleden was de Sanagasta vallei in Argentinië een broedplaats van hydrothermische activiteit. Onderzoekers vonden tachtig nestjes met eieren van dinosauriërs in het gebied. Sommige van deze nestjes bevatten meer dan twaalf eieren.

De dinosauriërs legden de eieren binnen enkele meters van een geiser. Blijkbaar wisten dino’s dat warmte nodig is voor het broeden van de eieren. De grond werkte dan ook als een soort natuurlijke broedmachine, een incubator.

Het is nog niet duidelijk welke dinosaurussoorten hun eieren legden nabij geisers. Er zijn geen botten gevonden die een verband hebben met de eieren.

Toch vermoeden wetenschappers dat de Titanosaurus verantwoordelijk is voor de eieren. De eieren zijn namelijk enorm groot met een doorsnee van twintig centimeter. De Titanosauriërs waren een grote dinosaurussoort en konden waarschijnlijk grote eieren leggen. Daarnaast leefden Titanosauriërs vroeger in Argentinië.

Een bizar weetje: de eierschalen van de gevonden eieren zijn erg dik. Daarnaast verschilt de dikte per ei. Het ene ei heeft een schaal met een dikte van 1,29 millimeter, het andere ei heeft een 7,94 millimeter dikke schaal. Waarschijnlijk hadden alle gezonde eieren een dikke schaal. In vergelijking: de schaal van een kippenei is gemiddeld zo’n 0,311 millimeter dik.