Nieuw onderzoek toont aan dat de dinosaurus veel langer in het ei zat dan gedacht. Het kan wellicht helpen verklaren waarom er vandaag geen dino’s meer op aarde rondlopen.

Als een struisvogel een ei legt, dan duurt het ongeveer anderhalve maand voordat daar een klein struisvogeltje uit komt zetten. Wanneer een Nijlkrokodil een ei legt, moet zij veel langer geduld hebben: het ei komt na twee tot drie maanden uit. Maar hoe zat dat bij dinosaurussen? Kwamen hun eieren net als die van vogels heel snel uit? Of kwamen ze net als die van moderne reptielen vrij langzaam uit? Omdat de eieren van dinosaurussen vrij groot waren – sommige waren net zo groot als een volleybal – vermoedden onderzoekers dat deze eieren vrij snel uitkwamen en vogels hun korte broedperiode van de dinosaurussen hadden geërfd. Maar dat alles wordt door een nieuw onderzoek ernstig in twijfel getrokken.

Drie tot zes maanden
Dit nieuwe onderzoek suggereert namelijk dat ook dinosaurussen hun tijd namen in het ei. Ze zouden er tussen de drie en zes maanden in hebben vertoefd. De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze gefossiliseerde embryo’s van dinosaurussen bestudeerden. Ze richtten zich daarbij op embryo’s van Protoceratops en Hypacrosaurus. Eerstgenoemde dinosaurus was ongeveer net zo groot als een schaap en legde vrij kleine eieren die nog geen 200 gram wogen. Hypacrosaurus was aanzienlijk groter en bracht eieren voort die meer dan 4 kilo wogen.

WIST JE DAT…

Groeilijnen
De onderzoekers bestudeerden de gebitsstructuur van de embryo’s en waren daarbij vooral geïnteresseerd in de groeilijnen. “Dit zijn lijnen die ontstaan wanneer de tanden van een dier zich ontwikkelen,” legt onderzoeker Gregory Erickson uit. “Het zijn een soort boomringen, alleen ontstaan ze dagelijks. We konden ze letterlijk tellen en zo nagaan hoelang de dinosaurus zich al aan het ontwikkelen was.” Uit het onderzoek blijkt dat de kleine Protoceratops zo’n drie maanden in het ei zat, terwijl de grote Hypacrosaurus zes maanden in het ei bleef.

Het onderzoek is belangrijk. Het geeft namelijk meer inzicht in het leven van de dinosaurussen en de risico’s waarmee zij gedurende hun leven te maken kregen. Zo zijn zowel de eieren als de ouders ervan aanzienlijk kwetsbaarder in de broedtijd. Ze hebben bijvoorbeeld een grotere kans om door roofdieren te worden gegrepen. En nu blijkt dus dat die broedtijd bij dinosaurussen veel meer tijd kostte dan gedacht. Mogelijk kan het onderzoek ook verklaren waarom de dinosaurussen na een enorme meteorietinslag aan het eind van het Krijt uitstierven, terwijl heel veel andere dieren – vogels, amfibieën en andere reptielen – het hoofd boven water wisten te houden. Waarschijnlijk waren de dinosaurussen sterk in het nadeel met hun lange broedtijd en het feit dat ze meer dan een jaar nodig hadden om volwassen te worden en ook nog eens héél veel voedsel nodig hadden om hun volwassen omvang te bereiken.