Onderzoekers vinden aanwijzingen dat het tijdperk der dino’s nog veel angstaanjagender was dan gedacht.

Een analyse van gefossiliseerde dinosaurusbotten, teruggevonden in het westen van Colorado, onthullen dat vleesetende dino’s nog veel minder kieskeurig waren dan gedacht. Als ze echt honger hadden, deinsden ze er niet voor terug om aan de stoffelijke resten van andere dinosaurussen – soms zelfs soortgenoten – te knagen. Dat is te lezen in het blad PLOS ONE.

Steengroeve
De onderzoekers trekken hun conclusie na onderzoek in de Mygatt Moore-steengroeve. De groeve bevindt zich in het westen van Colorado en herbergt de resten van talloze dinosaurussen die 152 miljoen jaar geleden in dit gebied rondliepen. Onderzoekers van de universiteit van Tennessee analyseerden 2368 van deze botten en ontdekten dat bijna 29% ervan zijn aangevreten door…theropode dinosaurussen. Het wijst er volgens de onderzoekers sterk op dat vleesetende dinosaurussen er hier niet voor terugdeinsden om de botten van dode dino’s af te kluiven.


We vroegen onderzoeker Stephanie Drumheller hoe ze er zo zeker van kan zijn dat deze dino’s aaseters waren en de tandafdrukken niet het resultaat zijn van het actief jagen op en doden van andere dinosaurussen. “Het is echt heel lastig om – als het om fossiele resten gaat – onderscheid te maken tussen roofdieren en aaseters,” zo vertelt ze. En toch is ze ervan overtuigd dat we hier met aaseters te maken hebben. Dat leidt ze af uit de plaatsen waarop de botten zijn aangevreten. “Roofdieren richten zich meestal eerst op de ingewanden en de vlezigste lange botten en vervolgens werken ze naar beneden, naar de minder voedzame anatomische delen, zoals de tenen.” Door te kijken naar de concentraties tandafdrukken op fossiele resten kunnen onderzoekers het lot van de onfortuinlijke, aangevreten dinosaurus als het ware reconstrueren. Zo zullen tandafdrukken in de meest voedzame delen van een karkas afkomstig zijn van het roofdier dat de dinosaurus te grazen nam óf de eerste aaseter die bijvoorbeeld over het door ziekte overleden dier struikelde. “Als je tandafdrukken aantreft op botten waar minder vlees op zit, betekent dat waarschijnlijk dat de dinosaurus die deze botten aangevreten heeft, wat later bij het karkas arriveerde, toen het meest voedzame deel ervan al weg was. Wij zagen tandafdrukken in vrijwel elk anatomisch gebied, wat suggereert dat de resten die wij bestudeerden, grondig zijn benut door zowel roofdieren als aaseters. We stellen niet dat elke tandafdruk het werk is van aaseters, maar we keken naar het totaalplaatje en vonden zowel bewijs voor roofdieren als aaseters.”

Herbivoren en vleeseters
Hoewel de meeste tandafdrukken werden aangetroffen op de botten van plantenetende dinosaurussen, werd zo’n 17 procent van de tandafdrukken ontdekt op botten van vleesetende dinosaurussen. En ongeveer de helft van die tandafdrukken werd aangetroffen op relatief weinig voedzame onderdelen. Aangenomen wordt dat de meeste van deze tandafdrukken zijn achtergelaten door Allosaurussen. De Allosaurus was de meestvoorkomende theropode dinosaurus in dit gebied.

Kannibalisme
Wat opvalt, is dat de tandafdrukken ook zijn aangetroffen op de botten van Allosaurussen. Wat erop wijst dat ook kannibalisme deze vleesetende dinosaurus niet vreemd was. “Grote theropode dinosaurussen zoals Allosaurus waren waarschijnlijk niet echt kieskeurige eters, zeker niet wanneer er in hun omgeving weinig voedsel te vinden was. Het eten van dode dieren of zelfs soortgenoten was zeker een optie.”


Dat de theropode dinosaurussen in dit gebied zo ver gingen, is volgens de onderzoekers waarschijnlijk te herleiden naar het feit dat de hongerige dino’s geen andere optie hadden. Het leven in wat nu de Mygatt-Moore-steengroeve is, was 152 miljoen jaar geleden namelijk allesbehalve gemakkelijk. “We weten dat Mygatt-Moore natte en droge seizoenen kende,” vertelt Drumheller aan Scientias.nl. “En we weten van andere Morrison-formaties (afzettingen uit het Laat-Jura, een periode die tussen de 156 en 146 miljoen jaar achter ons ligt) dat deze Noord-Amerikaanse ecosystemen in het Jura soms te maken kregen met enorme droogte en branden, dus het ongebruikelijk grote aantal tandafdrukken dat we gevonden hebben, kan heel goed bewijs zijn van theropoden die elke beschikbare voedselbron aanboorden om de lastigere perioden in het jaar te overleven.”

Veel afdrukken
Die grote aantallen tandafdrukken die Drumheller en collega’s tijdens hun studie aantroffen, heeft hen zeker verbaasd. “Eerdere studies van tandafdrukken suggereerden dat dinosaurussen over het algemeen niet veel tandafdrukken achterlieten. We verwachtten dat minder dan vijf procent van het totale aantal botten tandafdrukken zou bevatten. Maar wij vonden op bijna 30% van de botten tandafdrukken. We weten niet goed of dat betekent dat er hier in Mygatt-Moore iets vreemds aan de hand was en de theropoden echt elke voedingsstof die ze te pakken konden krijgen, moesten benutten of dat dit gedrag normaal was en de neiging van paleontologen om completere, aantrekkelijkere fossielen te verzamelen, een verstoord beeld geeft.” Onderzoek op andere plaatsen, waar ook veel dinosaurusbotten te vinden zijn, zal uit moeten wijzen of het aanvreten van dode resten van andere dinosaurussen of zelfs soortgenoten misschien toch niet zo zeldzaam is als nu wordt aangenomen.

Voor nu lijkt Allosaurus zich in ieder geval in het bescheiden rijtje van aasetende en kannibalistische dinosaurussen te kunnen voegen. De dinosaurus is er in goed gezelschap. Eerder ontdekten onderzoekers dat ook de beroemde Tyrannosaurus rex er niet voor terugdeinsde om de stoffelijke resten van soortgenoten af te kluiven. Ook Majungasaurus crenatissimus nam wel eens een hap van soortgenoten. Aangezien de tandafdrukken van de laatstgenoemde vleesetende dinosaurus ook zijn teruggevonden in de wat voedzamere delen van zijn soortgenoten, is het zelfs denkbaar dat M. crenatissimus soortgenoten actief opjoeg, doodde en daarna verorberde.