Chimpansees laten zich er in ieder geval niet door van de wijs brengen.

Hoe reageren apen op een camera die ineens achter een bosje tevoorschijn komt? Met die vraag gingen onderzoekers in een nieuwe studie aan de slag. “Ons doel was om te zien hoe wilde chimpansees, bonobo’s en gorilla’s reageren op onbekende voorwerpen en of er verschillen zijn tussen deze drie grote apen,” zegt onderzoeker Ammie Kalan. En dus werden er in verschillende Afrikaanse bossen die bewoond worden door de primaten, cameravallen geplaatst. Eén ding was zeker: de camera’s bleven niet onopgemerkt.

Beelden
Over het algemeen werden de camera’s aangestaard, gepord en af en toe gebeten. Op de beelden hieronder is te zien hoe dat precies ging. De chimpansees lijken het minste interesse in de camera’s te tonen. “Ze lijken de aanwezigheid amper op te merken en werden er niet echt door gehinderd,” licht Kalan toe. Bonobo’s daarentegen vinden het allemaal wat spannender. “Ze aarzelen om dichterbij te komen en houden zich er verre van.” Dit verschil tussen chimpansees en bonobo’s verbaasde de onderzoeker enigszins. “Omdat ze zo verwant zijn aan elkaar, verwachtten we dat ze op dezelfde manier op de camera zouden reageren. Maar dat was niet het geval.”


Verschil
Daarnaast reageerden individuele apen binnen een soort ook heel anders op de camera. Apen die leven in gebieden waar ook mensen zijn, raken sneller gewend aan onbekende voorwerpen en kunnen er dus ook onverschilliger tegenover zijn. Een ander lid van dezelfde familie die minder bekend is met vreemde of nieuwe voorwerpen, kan bijvoorbeeld wel weer meer interesse tonen. Ook de leeftijd van de apen speelt een rol. “Jongere apen bleven veel langer naar de camera’s staren,” zegt Kalan. “Net als kinderen moeten ze nog veel leren over hun omgeving. Nieuwsgierigheid is een manier om dat te doen.”

De onderzoekers hebben de smaak nu te pakken. “Ik denk dat het interessant is om vaker te kijken hoe wilde dieren reageren op nieuwe technologieën,” zegt Kalan. “Ik zou dan ook graag zien dat meer wetenschappers dit soort onderzoeken uitvoeren.”