Vijf jaar geleden verdreef orkaan Katrina anderhalf miljoen mensen van huis en haard. Wetenschappers keken welke invloed dat nu nog op het leven van kinderen heeft en de resultaten zijn overduidelijk. Zestig procent van de kinderen die getroffen werden, heeft een serieuze emotionele stoornis, gedragsstoornis of mist een dak boven het hoofd.

“Deze studie laat zien dat de kinderen na Katrina met een enorme crisis te maken hadden,” vertelt onderzoeker Irwin Redlener. “Vanuit het perspectief van de meest kwetsbare kinderen en hun families is het herstel na Katrina en het overstromen van New Orleans een mislukking geweest.”

Gedrag
Zo’n 45 procent van de ouders gaf vierenhalf jaar na Katrina aan dat hun kinderen te maken hebben met emotionele en psychische problemen, zo schrijven de onderzoekers. Voor de orkaan hadden deze kinderen nergens last van. De kinderen die Katrina hebben meegemaakt, hebben in vergelijking met hun leeftijdsgenootjes die de ramp niet meekregen 4,5 keer zoveel kans op emotionele problemen. Die emotionele problemen betreffen: hyperactiviteit en afwijkend gedrag. Ook maken de kinderen moeilijker vriendjes. De gezinsomstandigheden werken vaak ook niet mee: de helft van alle mensen die in 2005 hun huis moesten verlaten, leven nog steeds in een onzekere situatie. Ze hebben bijvoorbeeld nog geen eigen huis.

Ramp
“Voorgaande studies hebben aangetoond dat mensen na de orkaan meer last hadden van angst, depressies en een posttraumatische stressstoornis,” vertelt onderzoeker Italo Subbarao. “Ook nam het geweld en aantal zelfmoorden toe. “Deze studie versterkt het idee dat volwassenen en kinderen die door een catastrofe getroffen worden zo’n veertig procent grotere kans hebben op mentale problemen of gedragsstoornissen.”

Normaal
“Wij geloven dat we het hebben over minimaal 20.000 kinderen,” vertelt Redlener. “En misschien nog wel veel meer. Er moet onmiddellijk actie worden ondernomen om meer hulp te bieden in deze regio.” Het gaat dan om psychische zorg, maar ook om meer ‘basale’ zaken. “Men moet alles op alles zetten om weer een normale gang van zaken te krijgen. Dat betekent: een huis voor elke familie met toegang tot belangrijke services en economische stabiliteit.”

De wetenschappers baseren hun conclusies op een studie onder 1079 huishoudens met in totaal 427 kinderen. Er werden interviews afgenomen en enquêtes ingevuld. Dat gebeurde vanaf 2006 tot maart van dit jaar.