Volgens een nieuwe studie stijgt en daalt het aantal veelvoorkomende dieren net zo hard als de zeldzaamste op de wereld.

Lang werd gedacht dat ernstig bedreigde diersoorten, zoals bijvoorbeeld de karetschildpad of de Zuid-Chinese Tijger, een groter risico op achteruitgang liepen dan de gewone soorten, zoals edelherten. Veel internationale inspanning die er geleverd is om de wereldwijde biodiversiteit te verbeteren, is dan ook op zeldzame soorten gericht. Onterecht, zo vindt een nieuwe studie. Want in een tijd van versnellende wereldwijde veranderingen, zijn de veelvoorkomende soorten net zo kwetsbaar als de zeldzaamste.

Dierpopulaties
In de studie hebben de onderzoekers zich over bijna 10.000 dierpopulaties gebogen die tussen 1979 en 2014 in de Living Planet Index (zie kader) zijn opgenomen. Uiteindelijk bestudeerde het team meer dan 200 soorten. De studie onthult dat dierpopulaties over de hele wereld – van de veelvoorkomende tot bedreigde diersoorten – een op en neer gaande beweging maken naarmate land-, zee- en zoetwatersystemen veranderen.


Meer over de Living Planet Index
De Living Planet Index (LPI) is een indicator van de biodiversiteit gemeten over de gehele wereld. De index wordt bepaald door de ontwikkeling (toename of afname) van de populaties van gewervelde diersoorten en biedt inzicht in het leefmilieu en de ontwikkeling van de mondiale biodiversiteit. In de LPI zijn zowel zoogdieren, reptielen en haaien, als vissen, vogels en amfibieën opgenomen.

Het betekent dat de populaties van ‘gewone’ dieren in een tijd van grote wereldwijde veranderingen, net zo hard zullen toenemen of afnemen als die van zeldzame soorten. “Sommige dieren op aarde zijn van nature zeldzaam en zijn ook al lange tijd als een zeldzame soort aangemerkt,” legt onderzoeksleider Gergana Daskalova aan Scientias.nl uit. “We hebben echter tijdens onze studie gemerkt dat gewone soorten die we vaak als kinderen zagen, nu veel lastiger te vinden zijn. Hoewel we hadden verwacht dat zeldzame soorten echt niet de enige zijn die in aantallen kunnen afnemen, waren we verrast om zo’n grote verscheidenheid aan veranderingen in aantallen te ontdekken bij zowel veelvoorkomende, als zeldzame soorten.”

Maatregelen
De bevindingen benadrukken de noodzaak om ons niet blind te staren om zeldzame soorten. “Bij het nemen van maatregelen om een soort van de ondergang te redden, is het belangrijk om niet alleen rekening te houden met zeldzame soorten, maar ook met soorten die op grotere schaal voorkomen,” zegt Daskalova. “Het aantal dieren kan over een kort tijdsbestek dramatisch afnemen. En als gewone soorten niet regelmatig worden gecontroleerd, betekent dit dat potentieel grote afnames onopgemerkt kunnen blijven. Hierdoor wordt het veel moeilijker om een negatieve trend te keren.”

Percentages
In de studie bekeken de onderzoekers de populatiegrootte van verschillende diersoorten. Het team ontdekte dat 15 procent van alle populaties in de afgelopen veertig jaar afnam, terwijl 18 procent toenam en 67 procent geen significante verandering vertoonde. “Die laatste bevinding kan worden verklaard door de dynamische aard van wereldwijde ecosystemen,” licht Daskalova desgevraagd toe. “Het aantal dieren op onze planeet is altijd aan verandering onderhevig. Kijken we over een lange periode – zoals de vier decennia in onze studie – dan blijkt dat het normaal is dat het aantal dieren fluctueert; toenames gevolgd door afnames en vice versa. Maar we zien ook tegenovergestelde effecten. Sommige soorten reageren bijvoorbeeld goed op bepaalde instandhoudingsmaatregelen. Al kan klimaatverandering hun vermogen om in aantallen toe te nemen, indammen. En dus blijft de trend in de loop van de tijd relatief stabiel. Sommige soorten hebben misschien een specifiek leefgebied of bepaald voedsel nodig, terwijl andere zich kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Kort gezegd ontstaat er een mengelmoes van winnaars en verliezers onder diersoorten naarmate ecosystemen veranderen.”


Amfibieën
Amfibieën waren opvallend genoeg de enige groep waarin de populatiegrootte afnam, terwijl het aantal vogels, zoogdieren en reptielen juist toenam. “Amfibieën zijn bijzonder kwetsbaar voor ziekten, klimaatverandering en veranderingen in landgebruik,” vertelt Daskalova. “Veel van hen overleven alleen in specifieke omgevingen. Nu leefgebieden worden aangetast, worstelen sommige amfibieën om zich aan te passen. En dit leidt ertoe dat aantallen afnemen.”

Toename
Maar waarom neemt het aantal vogels, zoogdieren en reptielen juist toe? “Hoewel grote delen van de wereld snelle veranderingen doormaken, zijn er ook plaatsen waar natuurbeschermingsmaatregelen tot positieve resultaten hebben geleid,” legt Daskalova uit. “Denk aan een toename van het aantal bepaalde soorten, waaronder enkele van de vogelsoorten, zoogdieren en reptielen die we hebben bestudeerd. Sommige soorten kunnen zich bovendien aanpassen en na verloop van tijd profiteren van veranderingen in hun leefgebied en daardoor in aantal toenemen. De bedreigde status van dieren wordt vaak op wereldwijde schaal bepaald. Maar als we inzoomen op specifieke locaties waar een bepaalde soort wordt aangetroffen, kan het aantal in de loop van de tijd best toenemen.”

Steekproef
De onderzoeker benadrukt dat de populaties die in deze studie zijn meegenomen slechts een steekproef is van alle dieren op onze planeet. “Het kan zijn dat specifieke populaties van amfibieën toevallig meer achteruitgang hebben ervaren,” zegt Daskalova. “Afhankelijk van de populatie die je volgt, krijg je dus mogelijk een ander beeld van hoe populaties veranderen. Onze studie benadrukt dus eigenlijk dit brede spectrum van veranderingen die er binnen populaties optreden. Wat ons echter verraste, was dat soorten die nauwer verwant zijn en in vergelijkbare leefomgevingen vertoeven, in de loop van de tijd vaak tegengestelde trends laten zien. Deze verschillen tonen aan dat hoewel sommige dieren vergelijkbare kenmerken hebben, ze heel anders op externe factoren kunnen reageren. En dat betekent dat er verschillen zijn in hun populatiegrootte en mogelijk zelfs in hun uiteindelijke lot.”

De bevindingen uit deze studie suggereren dus dat de aantallen van veelvoorkomende diersoorten in feite even waarschijnlijk zullen toenemen of afnemen als zeldzame. “Tegen de achtergrond van een biodiversiteitscrisis die er in sommige delen van de wereld gaande is, hebben mensen de neiging om te denken dat een daling van het aantal dieren overal voorkomt,” zegt Daskalova. “Maar om volledig te begrijpen hoe populatiegroottes veranderen, moeten we eerst begrijpen wat de oorzaak is, niet alleen dalingen maar ook stijgingen en stabiele trends. Onze nieuwe studie laat zien hoe het aantal dieren in de loop van de tijd tussen soorten – variërend van zeldzame tot veelvoorkomende – en in verschillende leefomgevingen is veranderd. Door de grote verscheidenheid aan veranderingen vast te leggen, krijgen we een beter begrip van hoe dieren zich aanpassen in een tijd van snelle wereldwijde veranderingen. En dat zal ons helpen om soorten in de toekomst beter te kunnen beschermen.”