De kleuren van het plantje blijken op plaatsen waar het veelvuldig door mensen wordt geplukt, te veranderen.

Dat hebben Britse onderzoekers ontdekt. Hun bevindingen zijn terug te lezen in het blad Current Biology.

Het plantje
Op de rotsachtige hellingen van het Chinese Hengduan Shan-gebergte groeit het plantje Fritillaria delavayi. Het is een meerjarig plantje dat uit een bloembol groeit en al snel blaadjes krijgt, waarvan de kleuren uiteenlopen van grijs tot bruin tot groen. Na een jaar of vijf bloeit F. delavayi voor het eerst om vervolgens elk jaar één bloem voort te brengen.


Het plantje – of nauwkeuriger gezegd: de bol waar deze uit groeit – speelt al meer dan 2000 jaar een rol in de Chinese geneeskunde. Maar de afgelopen jaren is de prijs ervan flink toegenomen, waardoor het ook veel aantrekkelijker is geworden om de plant te oogsten. Het heeft verstrekkende gevolgen voor het plantje. Maar helemaal hulpeloos is het dus zeker niet. Want Britse onderzoekers tonen nu aan dat het plantje op plaatsen waar het veel door mensen wordt weggehaald, evolueert. En wel zo dat mensen het minder goed kunnen zien.

Gecamoufleerd
Onderzoekers kwamen het opmerkelijke verhaal van dit langzaam maar zeker onzichtbaar wordende plantje op het spoor door veldonderzoek. Ze zagen dat plantjes die groeiden op plaatsen waar het veel wordt weggenomen, sterker de kleur van hun omgeving aannemen. “Het is opmerkelijk om te zien dat mensen zo’n directe en dramatische impact kunnen hebben op de kleuren van wilde organismen,” stelt onderzoeker Martin Stevens. “Veel planten gebruiken camouflage om zich te verstoppen voor herbivoren die hen misschien op willen eten – maar hier zien we camouflage evolueren in reactie op menselijke verzamelaars.”

Hier zie je een F. delavayi die groeit in een gebied waar veel naar de plantjes gezocht wordt. Kun je het plantje vinden? Afbeelding: Yang Niu.

Het onderzoek
Natuurlijk trekken de onderzoekers die conclusie niet zomaar. Ze hebben er grondig onderzoek naar gedaan. Daarbij gingen ze eerst na in hoeverre de plantjes in verschillende gebieden de kleur van hun omgeving aannamen. “Eerst dachten we dat de evolutie van camouflage bij deze plant – net als bij andere gecamoufleerde planten die we bestudeerd hebben – werd aangedreven door herbivoren, maar we zagen die dieren nergens,” aldus onderzoeker Yang Niu. “En toen realiseerden we ons dat mensen de reden konden zijn.”


Genoeg reden om de lokale bevolking aan de tand te voelen. De onderzoekers vroegen de Chinezen om de plaatsen aan te wijzen waar de plantjes vaak werden weggehaald. Al snel bleek er een verband te zijn tussen de mate waarin er in een gegeven gebied geoogst werd en de mate waarin planten gecamoufleerd waren. Verder wijzen experimenten uit dat mensen ook echt meer moeite hebben om de beter gecamoufleerde planten te spotten.

Hier zie je een F. delavayi die groeit in een gebied waar de plantjes weinig geoogst worden. Afbeelding: Yang Niu.

Alles wijst er dan ook op dat dit plantje verandert in reactie op menselijke acties. Hierbij hebben planten die sterker opgaan in hun omgeving betere overlevingskansen dan planten die minder goed gecamoufleerd zijn en dus ook meer kansen om nageslacht op de wereld te zetten. En zo kunnen de beter gecamoufleerde planten met name in gebieden waar ze veel geoogst worden al snel gaan domineren.

Het verhaal van F. delavayi is tamelijk uniek. Maar daar kan weleens verandering in komen, denkt Stevens. “Het is mogelijk dat mensen ook de drijvende kracht zijn achter de evolutie van defensieve strategieën van andere plantsoorten,” stelt hij. “Maar daar is nog verrassend weinig onderzoek naar gedaan.”