Het is iets wat geen enkele – nog levende of reeds uitgestorven – gewervelde hem, voor zover wij weten, na kan doen.

De pterosaurus was een vliegend reptiel dat zij-aan-zij met de dinosaurussen leefde. Het moet een indrukwekkend gezicht geweest zijn: machtige reptielen die met hun grote vleugels over de koppen van enorme dinosaurussen zweefden. Aangenomen werd dat pterosaurussen die zweefvluchten pas konden gaan maken als ze volwassen waren. Het is niet zo heel vergezocht: ook moderne vliegers, zoals vleermuizen en vogels moeten zich eerst flink ontwikkelen, willen ze het luchtruim kunnen kiezen.

Onmogelijk
Maar een nieuw onderzoek stelt nu dat pterosaurussen direct na hun geboorte al de lucht in gingen. “Theoretisch gezien is wat pterosaurussen deden – groeien en vliegen – onmogelijk, maar dat wisten ze niet en dus deden ze het toch,” grapt onderzoeker David Unwin.


Noodzaak
Dat pterosaurussen direct na hun geboorte het luchtruim kozen, was echter geen grapje, maar bittere noodzaak. Eerdere studies hebben uitgewezen dat pterosaurussen hun eieren legden om zich er vervolgens niet of nauwelijks meer om te bekommeren. Het betekende dat een jonge pterosaurus zich vanaf het moment dat deze uit het ei kroop, moest zien te redden. En met vleesetende en altijd hongerige dino’s in de buurt moet het luchtruim kiezen voor jonge pterosaurussen regelmatig levensreddend zijn geweest. Tegelijkertijd kostte de mogelijkheid om het luchtruim te kiezen ook veel levens, zo stellen Unwin en collega’s. Ze wijzen erop dat vliegen bijvoorbeeld veel energie kost en veel pterosaurussen door uitputting waarschijnlijk toch nog een vroegtijdige dood vonden.

Het onderzoek
Unwin en collega’s baseren hun conclusies op een analyse van gefossiliseerde pterosaurus-embryo’s die zijn teruggevonden in China en Argentinië. Ze bogen zich eerst over in China ontdekte embryo’s met slecht ontwikkelde vleugels. Deze embryo’s leidden onderzoekers eerder tot de conclusie dat pterosaurussen pas enige tijd na hun geboorte het luchtruim kozen. Maar Unwin en collega’s tonen nu aan dat deze embryo’s zich nog in een pril stadium van hun ontwikkeling bevonden en dus nog lang niet uit het ei zouden zijn gekropen. Tegelijkertijd dragen ze gefossiliseerde pterosaurus-embryo’s – ontdekt in China en Argentinië – aan die al veel verder ontwikkeld waren en, als het noodlot niet had toegeslagen, reeds spoedig uit het ei zouden zijn gekropen. En deze embryo’s hebben zulke ontwikkelde vleugels dat ze zodra ze het ei verlaten zouden hebben, het luchtruim konden kiezen.

De bevindingen kunnen meer inzicht geven in de levensloop en ontwikkeling van pterosaurussen, die onder meer bekend staan om de enorme spanwijdtes die ze konden bereiken. Neem bijvoorbeeld Quetzalcoatlus. Deze pterosaurus zou een spanwijdte van zo’n tien meter hebben gehad en was dus aanzienlijk omvangrijker dan elke – levende of uitgestorven – vogel of vleermuis die wij kennen. Onderzoekers breken zich al langer het hoofd over de vraag hoe pterosaurussen zo’n enorme spanwijdte konden bereiken. Mogelijk is dat nu (deels) te verklaren: pterosaurussen konden tegelijkertijd groeien én vliegen.