Denisovamensen leefden mogelijk tienduizenden jaren op rij in een op het eerste gezicht vrij onherbergzame gebied.

Vorig jaar kwamen wetenschappers met groot nieuws. Voor het eerst waren er namelijk resten van de Denisovamens buiten de Siberische Denisova-grot om gevonden. Het ging om een 160.000 jaar oude onderkaak van een Denisovamens, aangetroffen in de grot Baishiya Karst op het Tibetaans Hoogland. De vraag rees echter of Denisovamensen daadwerkelijk op deze hooggelegen, zuurstofarme omgevingen konden wonen. Een nieuwe studie neemt alle twijfel weg.

Meer over de Denisovamens
Het bestaan van de Homo denisova werd voor het eerst ontdekt in 2010, toen onderzoekers een fossiel vingerkootje ontdekten. Het overblijfsel werd gevonden in de Denisova-grot in Siberië. Na analyse bleek dat het vingerkootje aan een tot dan toe onbekende mensachtige toebehoorde, die verschilde van de Neanderthaler. Na verder onderzoek kwamen onderzoekers erachter dat de Denisovamens zich zo’n 400.000 jaar geleden van de Neanderthalers afsplitsten. Terwijl de Neanderthalers in Europa en West-Azië leefden, koloniseerden de Homo denisova Azië.

Onderzoekers hebben in dezelfde grot op het Tibetaans Hoogland mitochondriaal DNA van Denisovamensen aangetroffen. En dat zet de theorie dat Denisovamensen op grote schaal delen van Noordoost-, en Centraal-Azië bewoonden, kracht bij. Het team trof het DNA aan in sedimenten van de Baishiya Karst-grot; een kalksteengrot aan de noordoostelijke rand van het Tibetaans Hoogland gelegen op 3280 meter boven zeeniveau. De bevindingen wijzen erop dat Denisovamensen deze hooggelegen grot 100.000 jaar tot 60.000 geleden bezetten. Maar het zou zelfs kunnen dat deze uitgestorven mensachtige nog maar 45.000 jaar geleden in de grot te vinden was. En dat is interessant. In het laatstgenoemde geval overlapt hun aanwezigheid namelijk met die van moderne mensen die op datzelfde tijdstip waarschijnlijk ook al in delen van Noordoost- en Centraal-Azië woonden.


Moderne mensen
De resultaten zijn opvallend en voegen een belangrijk puzzelstukje toe aan onze eigen evolutionaire geschiedenis. Terwijl we met name in Afrika en Europa bijzondere schatten hebben ontdekt die ons meer hebben geleerd over onze moderne, menselijke oorsprong, werd Azië enigszins over het hoofd gezien. Wetenschappers dachten dat de moderne mens ongeveer 60.000 jaar geleden Afrika verliet en, toen ze West-Eurazië begonnen te koloniseren, een wereld aantroffen zonder enige andere menselijke soort. Deze veronderstelling vloeide gedeeltelijk voort uit het feit dat we eigenlijk nog maar bar weinig weten over de Aziatische prehistorie. Maar nu vinden wetenschappers steeds vaker bewijs dat moderne mensen andere mensachtigen zijn tegengekomen. En mogelijk ook op het Tibetaans Hoogland.

Boven zeeniveau
Bovendien is het vinden van Denisovamens-DNA op het Tibetaans Hoogland op zichzelf al verrassend. Het komt namelijk niet vaak voor dat wetenschappers bewijs vinden voor de aanwezigheid van mensachtigen op meer dan 2000 meter boven zeeniveau. Leven op grote hoogte is namelijk alles behalve een pretje. Hoe hoger je namelijk komt, hoe lager de luchtdruk en hoe minder zuurstofmoleculen er door de lucht zweven. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om te ademen. Zelfs een kort bezoek aan een plek op grote hoogte kan al gezondheidsproblemen veroorzaken. Vanaf een hoogte van 2500 meter kan hoogteziekte optreden. Meestal gaat het om milde symptomen, zoals hoofdpijn, duizeligheid of slapeloosheid. Maar soms ontstaan er ook serieuze problemen wanneer vocht zich ophoopt in de longen of de hersenen. Dat onderzoekers nu toch DNA van Denisovamensen hebben aangetroffen in de Baishiya Karst-grot, is dan ook erg wonderlijk. Het suggereert dat Denisovamensen zich waarschijnlijk hebben aangepast aan het leven op grote hoogte, net als de moderne Tibetanen van vandaag de dag.

Vermengingen
De vondst van het mitochondriaal DNA van Denisovamensen samen met de eerder aangetroffen 160.000 jaar oude onderkaak, licht een tipje van de sluier. Het wijst er namelijk op dat Denisovamensen mogelijk tienduizenden jaren op rij in het op het eerste gezicht bijzonder onherbergzame gebied woonachtig waren. En dat betekent dat er meer dan genoeg tijd was voor het ontwikkelen van genetische aanpassingen zodat deze mensachtige zonder problemen in het gebied kon leven. Vermengingen tussen Denisovamensen en de moderne mensen hebben er vervolgens mogelijk aan bijgedragen dat Denisovamensen belangrijke genen door hebben gegeven aan moderne mensen, waardoor ook hedendaagse Tibetanen moeiteloos en sneller de hoogvlaktes konden koloniseren dan anders het geval was geweest. Als dit bevestigd wordt, is dit een goed voorbeeld van hoe vermengingen met lokale archaïsche populaties de verspreiding van moderne mensen over de hele wereld hebben geholpen.


Al met al breiden de resultaten ons begrip over de moderne mens in Oost-Azië én interacties met hun meest ongrijpbare neven, verder uit. Baishiya Karst is een buitengewone plek met een enorm potentieel om de menselijke oorsprong in Azië te begrijpen,” zegt onderzoeker Charles Perreault. “Toekomstige studies kunnen ons hopelijk meer inzicht verschaffen in het gedrag van Denisovamensen. Bovendien kan dit ons beeld over hen veranderen; namelijk dat ze – net als Neanderthalers – niet slechts uitlopers waren van de menselijke stamboom, maar deel uitmaakten van een web van uitgestorven menselijke populaties. Mogelijk hebben ze een belangrijke bijdrage geleverd aan de huidige menselijke genenpool en hebben ze de evolutie van onze soort gevormd op manieren die we nu pas langzaam beginnen te begrijpen.”

Benieuwd…

…hoe de mysterieuze Denisovamens eruit zag? Wetenschappers zijn er vorig jaar in geslaagd om uiterlijke kenmerken van de Denisovamens te reconstrueren. Een knap staaltje werk. Want tot op heden zijn er nog maar heel weinig resten van deze oude mensachtige teruggevonden. Bekijk hier de reconstructie van hoe een jonge Denisova-vrouw er mogelijk uit zou kunnen hebben gezien.