Want praktisch alle ijzeren objecten in de Bronstijd hadden hun oorsprong in de ruimte.

Tot die voorzichtige conclusie komt een Franse onderzoeker in een nieuw paper. Hij baseert zich op een analyse van verschillende ijzeren objecten die uit de Bronstijd stammen en in verschillende delen van de wereld zijn teruggevonden.

Dolk van Toetanchamon
Eén van die objecten is de dolk van farao Toetanchamon. Deze dolk werd al in 1925 door Howard Carter in het graf van de beroemde farao ontdekt en riep direct een interessante vraag op. Want hoe kwam de smid die deze dolk in de Bronstijd vervaardigde aan ijzer? Wist hij soms hoe hij aards ijzer moest smelten? Of maakte hij de dolk van ijzer afkomstig uit meteorieten?

Meteoriet
In 2016 wisten onderzoekers een antwoord te formuleren op die vragen. Een onderzoek wees uit dat het ijzeren lemmet van de dolk dezelfde concentraties nikkel en kobalt bevat als een meteoriet. De conclusie was dan ook duidelijk: het ijzer waarvan dit lemmet werd gemaakt, was afkomstig uit de ruimte.

Andere objecten
Jambon besloot echter verder te kijken dan deze ene dolk en ook andere ijzeren objecten die in de Bronstijd werden vervaardigd, te onderzoeken. Hij wilde zo voor eens en altijd duidelijk krijgen of in deze periode al ijzer werd gesmolten. Hij bestudeerde daartoe verschillende ijzeren objecten uit verschillende delen van de wereld: onder meer China, Turkije, Egypte en Syrië. En zijn conclusies zijn opvallend. “De weinige ijzeren objecten die strikt genomen uit de Bronstijd stammen en geanalyseerd konden worden, blijken absoluut gemaakt te zijn van ijzer uit meteorieten,” zo schrijft Jambon. Blijkbaar was Toetanchamons dolk in dat opzicht dus helemaal niet zo bijzonder. Want praktisch elk ijzeren object in de Bronstijd werd gemaakt van ijzer afkomstig uit de ruimte.

Het onderzoek rekent dus af met de aanname dat er hier en daar in de Bronstijd al ijzer werd gesmolten. Bovendien biedt de studie handvaten om te achterhalen wanneer mensen voor het eerst op het idee kwamen om aards ijzer te gaan verwerken. Jambon is er immers in geslaagd om de samenstelling van ijzeren objecten heel nauwkeurig vast te stellen en onderscheid te maken tussen ijzer uit de ruimte (dat rijk is aan nikkel en kobalt) en ijzer afkomstig van de aarde (dat veel minder nikkel en kobalt bevat). Op vergelijkbare wijze zouden we objecten die op het randje van de Brons- en IJzertijd zijn vervaardigd, kunnen analyseren om precies te achterhalen wanneer men voor het eerst aards ijzererts liet smelten.